De zeeslang

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de zeeslang (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De zeeslang) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 13 juli 1948 en liep tot 19 augustus van dat jaar. Thema: komkommertijd.

Het verhaal

Tom Poes is druk bezig om zijn tuintje een goede beurt te geven. Dat is hard nodig omdat hij meer uit dan thuis is. Net als hij het leuk begint te vinden komt de journalist Argus van de Rommelbode zeuren om een nieuwtje. Het is zomer en dus komkommertijd. Maar als Tom Poes ook niets heeft zal hij maar over de zeeslang gaan schrijven.

Op dat moment nadert kapitein Wal Rus die aan Tom Poes iets te drinken vraagt. Maar diezelfde avond vaart Wal Rus alweer uit om een zeeslang te gaan vangen. Tom Poes nodigt de kapitein snel uit binnen te komen en hij draagt de journalist schielijk op maar over politiek te gaan schrijven. Binnen vraagt de kapitein om hem te helpen een zeeslang te vangen bij de Waterzooi-eilanden. Het monster zou wel een mijl lang zijn en goed zijn te verkopen aan een dierentuin.

Terwijl dit gesprek plaatsvindt, komt heer Bommel in zijn Oude Schicht aanrijden. Hij ziet een vreemd figuur luistervink spelen bij het huisje van zijn vriend. Hij grijpt het vreemde mannetje in de kraag, maar Tom Poes komt naar buiten om het gedrag van de wanhopig nieuwszoekende journalist te verklaren. Heer Bommel gaat nu naar binnen en wordt door kapitein Wal Rus als ‘Blommers’ welkom geheten. Hij nodigt hem uit mee te gaan varen, maar heer Bommel houdt niet van de walvisvaart. Zodoende vertrekken Wal Rus en Tom Poes samen naar de haven en rijdt heer Bommel terug naar kasteel Bommelstein. Journalist Argus ziet alles boven op het dak van het huisje plaatsvinden. [1]

Zonder heer Ollie vertrekt Tom Poes met de Albatros, het avontuur tegemoet. Op het kasteel Bommelstein daagt journalist Argus heer Bommel uit om als held een zeeslang te gaan vangen. Zijn lezers rekenen op de held uit het bekende kasteel. De vlak daarvoor nog van zijn rust genietende kasteelheer, rijdt in zijn Oude Schicht met de journalist naar de haven van Rommeldam. Hij vraagt aan de havenmeester of hij een schip kan huren om zeeslangen te vangen. Maar de havenmeester wijst hem er fijntjes op dat die beesten verboden zijn. Ook bij de individuele kapiteins vangt heer Bommel bot. Ook het stapeltje bankbiljetten helpt deze keer niet. Alleen Wammes Waggel is wel bereid zijn schip te verhuren. En van de zeeslang weet hij alles als oud brandweerman.

De zeeslang wordt gevonden, maar blijkt veel te sterk. Tom Poes tempert het fanatisme van de kapitein met de woorden: "Ik dacht dat wij de zeeslang gingen vangen en nu vangt hij ons." Wal Rus en Tom Poes slaan overboord maar weten zich te redden middels een leeg olievat en spoelen aan op een eiland. De Albatros blijft onbestuurbaar op zee achter. De kapitein hoopt op nadere actie van de marconist om hulp te regelen. De twee schipbreukelingen spoelen aan op een eilandje. Na wat knollen te hebben gegeten en zoet water te hebben gedronken van een binnenmeer, zien ze een trol. met een fluitje naderen en in zijn kielzog ook de zeeslang weer opduiken. Tot hun verbazing in het binnenmeer van het eiland.

De boot van Wammes Waggel koerst ook op de Waterzooi-eilanden af, omdat journalist Argus in zijn vrije tijd graag zeilde. Heer Bommel heeft slechts last van zijn spijsvertering. Maar uiteindelijk varen ze een donkere grot op het eiland binnen. In het binnenmeer krijgen ze reusachtige zeeslang in het oog en ze vluchten de boot uit het strand op.

Op het eiland ontmoeten Tom Poes en kapitein Wal Rus een trol. Deze blijkt op goede voet te staan met de zeeslang, die in een binnenmeer van het eiland woont en gevangen is door een sluizensysteem. Wal Rus maakt dit systeem onklaar, door met een mes een touw door te snijden, zodat de zeeslang niet meer weg kan. De trol is hier niet blij mee. Hij houdt de zeeslang om er schepen mee te overvallen en de radio's te stelen. Hij leidt hen rond en laat hen zijn verzameling radio's zien. Hij noemt zijn grot de grot van het praten. Met de zeeslang vecht hij tegen monsters.[2]

Intussen zijn heer Bommel, Wammes Waggel en journalist Argus aangekomen bij de gesaboteerde hijsinrichting. Heer Bommel ziet een doorgesneden touw en knoopt de eindjes aan elkaar. Maar het herstelwerk is te zwaar voor heer Bommel en Wammes Waggel en de installatie schiet los. Het tweetal belandt in de radiogrot bij Tom Poes en kapitein Wal Rus. Journalist Argus loopt hen achterna om aantekeningen te maken. Het vijftal loopt , na afscheid van de trol te hebben genomen, naar de boot van Wammes Waggel in het binnenmeer, maar weten even niet hoe op zee te geraken. Maar ze krijgen onverwacht hulp van de zeeslang die de sluisdeuren vernietigt. De trol ziet al die vernielingen handenwringend aan.

Heer Ollie blijkt op het eiland een jong zeeslangetje gevangen te hebben in een jampotje en neemt het mee naar Rommeldam. Hij wil het schenken aan het Natuurkundig Genootschap van Rommeldam en hoopt zo doctor honoris causa te worden. Kapitein Wal Rus vindt ‘dokter Dommels’ onzin, maar Argus ziet er wel een stukje in. Kapitein Wal Rus weet het scheepje bekwaam naar de haven van Rommeldam te loodsen. Daar wordt hij streng toegesproken door de havenmeester. Het schip de Albatros is door een zeesleper gered en ligt in de haven. Dat betekent sleeploon, liggelden en deze verhoogd met de verschuldigde belastingen. Heer Bommel mengt zich in het gesprek, maar krijgt een boete aan zijn broek wegens het invoeren van een zeeslang. De havenmeester besluit de kapitein en de kasteelheer te arresteren.

Maar omdat Tom Poes het beestje stiekem laat ontsnappen, kan heer Bommel geen zeeslang tonen. Dat klopt volgens de havenmeester want zo’n beest bestaat natuurlijk niet. Argus ziet nu plotsklaps zijn leuke stukje over de zeeslang in het water vallen. Maar Wammes Waggel stelt voor het leuke verhaaltje toch gewoon maar te schrijven. Voor de geëiste betalingen heeft de kapitein geen geld maar heer Bommel schiet nu graag te hulp. De kapitein neemt nu onder dankzegging afscheid van de toch wel bruikbare ‘heer Bobbels’. Mijn dank en tot wederdienst bereid. Tot kijk!"

Tom Poes en heer Bommel genieten in een nabijgelegen cafeetje van een maaltijd, want op het scheepje van Wammes hadden ze alleen snert in blik genuttigd. Heer Bommel ziet dat met het klimmen der jaren hem steeds minder wordt gegund, zelfs niet een klein zeeslangetje. Er kwam een zakkenroller en die heeft hem gestolen. Tom Poes zei tot slot :”Hm”, en dacht in stilte na over die zakkenroller.

Voetnoot

  1. De Volledige Werken drukken de stripstroken 414,417,418,421,422 en 424 niet af. Opnieuw ingebracht worden 417a,422a, 418a en 421a. De nummers 422a en 423 worden afgedrukt voor de stroken 418a,419,420 en 421a. Marten Toonder wilde een betere synchronisatie tussen de tocht van de Albatros en het scheepje van Wammes Waggel. Ook het één dag in zee achterlaten van Tom Poes en kapitein Wal Rus op een leeg olievat, oordeelde Marten Toonder 50 jaar later minder gepast. In de krantenstrips zien we journalist Argus via de regenpijp op het dak van het huisje van Tom Poes klimmen. Op plaatje 421 noemt heer Bommel journalist Argus zijn ‘jonge vriend’. Verder roeit Wammes Waggel zijn passagiers in een roeiboot in de haven naar zijn 50 jaar oude zeilschip.
  2. In de opvatting van de trol zijn de monsters de varende schepen met radio’s.
Voorganger:
De grootgroeiers
Bommelsaga
13 juli 1948 - 19 augustus 1948
Opvolger:
Heer Bommel stuit de vooruitgang