De zelfkant (stripverhaal)

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de zelfkant (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De zelfkant) is een verhaal uit de Bommelsaga rondom Heer Bommel, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 9 december 1983 en liep tot 5 april 1984.[1] Thema: Een wel zeer moderne versie van het Bijbelboek Job.

Verhaalaankondiging

De herdruk[2] van het verhaal De kniphoed op voorspraak van bediende Joost, had ook magister Hocus Pas tot nadenken gebracht.[3] Hij werd zich er weer van bewust dat zijn gewetentje hem van tijd tot tijd plaagde, hetgeen storend is voor een magister die zijn Zwarte Kunsten wil ontplooien. Met het klimmen der jaren was het gewetentje zijn hart als een worm gaan plagen. Hij besluit een beschermende Zazel-talisman te maken tegen invloeden van buiten, zodat zijn hart kan verharden.[4]

Het verhaal

Vanwege het mooie weer in de herfst heeft Tom Poes zijn reisbuidel gepakt en is eropuit getrokken. Onderweg komt hij Pee Pastinakel tegen, die een kruiwagen vol mir naar een boomkring van oude eiken brengt om die tegen de winter te beschermen. Laatstgenoemde waarschuwt Tom Poes de boomgroep niet binnen te gaan. Omdat hij kantig is zal hij worden gesplitst. Het vreemde verhaal wordt bevestigd door de nabij gezeten Wikker de wijsgeer. Hij legt Tom Poes uit dat Pee Pastinakel een elementaal is, en die kunnen niet worden gespleten. Hij heeft maar één kant, in tegenstelling tot hen beiden, die goede en slechte kanten hebben. Wikker denkt ter plekke na of wij meer goede dan slechte kanten hebben.

Op zijn tocht komt Tom Poes een wandelaar in een zwarte pij tegen, die hij vraagt wat een elementaal is. Hij krijgt als uitleg: "Eénkanters". De wandelaar benoemt hem vervolgens als een domme uitslover en een slimme guit. Tom Poes geeft vervolgens de wandelaar na zijn gebruikelijke "Hm", het advies om dan zelf ook niet naar die boomkring te gaan. Hoewel een kluizenaar meer goed zal zijn dan slecht, zal hij daar dan toch worden gespleten. Na een herhaalde waarschuwing van Wikker de wijsgeer, laat de oude man zijn talisman zien. Een sieraad aan een ketting, het teken van Zazel, gevormd uit mangaan. De wijsgeer waarschuwt nogmaals dat de talisman slechts helpt tegen de buitenwereld, het innerlijk zal toch worden gespleten. De kluizenaar antwoordt dat hij geheel slecht is, en daarom niet kan worden gespleten en loopt de boomgroep in. Als reactie knipt Wikker krachtig met zijn vingers, het sieraad laat los van de ketting en Tom Poes kan het oprapen. Hij denkt dat de kluizenaar een heilig man is, om zichzelf slecht te vinden. De wijsgeer vindt hem slechts eerlijk maar het ding deugt niet. Als je het bij je hebt wordt de lucht rondom ondoordringbaar en kan niemand bij je komen. "Maar je hoeft niet goed te zijn om jezelf slecht te vinden."

Tom Poes besluit het teken aan de monnik terug te geven. Na het lopen door de boomkring komt de oude man een klein vrouwtje tegen, dat hij voor zijn schaduw houdt. Na wat nadenken komt hij zelf tot de conclusie dat het vrouwtje zijn geweten is, afgesplitst in de boomgroep. Het vrouwtje ontkent alles. Ze zegt dat de oude man een schaduw van haarzelf is. Want zij schijnt van binnen naar buiten. De magister herkent haar nu als zijn afgesplitste gewetentje. Tegelijkertijd ontdekt hij dat hij de talisman kwijt is. Hij stuurt het vrouwtje weg, om voor altijd verlost te zullen zijn van zijn geweten. Het vrouwtje draait de rollen om. Hij is immers haar schaduw. Ze schijnt van binnen naar buiten. En nu ze zichtbaar is geworden, zal blijken dat ze sterker is dan haar drager. De magister blijkt Hocus Pas te zijn, die de wereld nu aan zijn voeten weet. Hij is nu alleen maar slecht, zonder last te hebben van zijn innerlijk afgesplitste geweten. Het vrouwtje laat zich Alma[5] noemen en stelt dat de wereld niet van donker houdt, zodat ze toch van hem zal winnen. Tijdens die voortgaande discussie komt Tom Poes de talisman terugbrengen. De magister meent het kleinood niet meer nodig te hebben en stuurt de eerlijke vinder weg. Tom Poes overweegt dat Wikker gelijk had, de kluizenaar deugt niet want hij blijkt Hocus Pas te zijn. Hij besluit de talisman bij zich te houden.

Hocus Pas probeert Alma weg te toveren, maar het vrouwtje lacht hem uit. Tovenaars hebben alleen macht over zwart. Maar wit is sterker dan zwart, omdat donker de schaduw van licht is, ook al denkt zwart dat wit een schaduw is. Hocus Pas meent te weten dat iedereen het liefst slecht is, dus zwart. Hij wil zijn stelling bewijzen bij de eerste de beste die langs komt. Alma gaat akkoord met de weddenschap. Als het hem lukt voor de nieuwe maan de eerste voorbijganger slecht te maken, zal ze vrijwillig bij hem vertrekken. Als teken van instemming vliegt de magister weg als een zwarte kraai.

Bij het kasteel Bommelstein is heer Bommel bezig zijn kostbaarheden en geld naar binnen te brengen. Alles wordt opgeschreven door een heer met bril en hoed, die waarschuwt dat het wel aardig oploopt. Heer Bommel besluit binnen meteen te betalen, omdat geld geen rol speelt.[6] Tom Poes komt aanlopen en vraagt uitleg. Heer Bommel zegt dat hij een reisje gaat maken en daarom voor de veiligheid zijn bezittingen en kostbaarheden van de bank heeft laten halen. De kelder is brandvrij. Tom Poes vindt het allemaal onveilig, maar zijn vriend beweert het tegendeel. Op zo’n bank kan van alles gebeuren, zeg nu zelf! Maar op Bommelstein zijn geheime sloten aangebracht. Kortom ze gaan samen naar het zuiden waarbij Tom Poes de bagage kan dragen en de kaart lezen. Tom Poes vertelt van zijn tochtje door de heuvels, maar daar heeft heer Bommel geen belangstelling voor. Bediende Joost komt melden dat de bagage in de Oude Schicht is geladen. Niet lang daarna rijden ze langs de bomenkring, waar Tom Poes van zei dat hij daar niet door mocht lopen van Pee Pastinakel. Heer Bommel vindt het verhaal van zijn jonge vriend onzin. Een heer blijft een heer en kan dus niet gespleten worden. Een breiend vrouwtje hoort het verhaal gaarne aan en een kraai op een boomtak betuigt zijn instemming. Heer Bommel krijgt te horen dat hij de eerste de beste is die langskomt en dus voor hete vuren zal komen te staan en van een koude kermis zal thuiskomen. Maar daarom is het beter het splijten niet te proberen! De twee vrienden zetten hun autotocht voort en belanden onder begeleiding van een meevliegende kraai in slecht weer. Ze schuilen in een hutje langs de weg, waarbij heer Bommel zijn Oude Schicht roemt. "Wie aan de Schicht komt, komt aan mij, onthoud dat!". Vervolgens vervalt het voertuig na een inslag van een bliksemschicht en de daaropvolgende donderslag tot as. Alle spullen van heer Bommel zijn ook verdwenen. Alleen Tom Poes heeft zijn buideltje met proviand en drinken nog, waarvan hij troostend uitdeelt. Tom Poes stelt zijn verdrietige vriend voor een nieuwe Schicht te laten maken, omdat geld geen rol speelt. Heer Bommel vertelt zuchtend dat dat dan geen Oude Schicht zal worden. Het gaat om het innerlijk en dat is niet te koop. De naar huis teruglopende vrienden worden onderweg overvallen door de beruchte zakenlieden Super en Hieper. Heer Bommel wordt van zijn portefeuille beroofd door Bul Super, maar Tom Poes weet aan Hiep Hieper te ontsnappen. Na het vertrek van de twee schurken stelt Tom Poes voor de politie te bellen maar heer Bommel wil slechts naar huis. Een kraai op een tak krast: "Kraa". Tom Poes houdt vol dat Super en Hieper gestraft moeten worden. Heer Bommel weet dat ze al heel vaak zijn gestraft en nu de Oude Schicht weg is de aardigheid voor hem eraf is. Alma geeft aan de kraai als tussenstand door dat voor heer Bommel het leven is vergald maar dat hij daarmee niet slecht is gemaakt.

Intussen is Tom Poes in gesprek geraakt met de op een motorfiets patrouillerende commissaris Bulle Bas. Die kijkt niet op van de overval, want er zit allerlei tuig tussen de heuvels. Heer Bommel is tegen een oude eik gaan zitten uitrusten, van waaruit Hiep Hieper naar beneden stort. Die beklaagt zich over de slechte invloed van Super, waarna heer Bommel hem uit het zicht sleept, omdat hij commissaris Bulle Bas aan ziet komen met zijn opschrijfboekje om verslag op te maken. Tom Poes vraagt de politiechef naar de pakkans van het duo. De commissaris doceert dat een kwart van de daders wordt gepakt en de rest gebukt blijft gaan onder een slecht geweten. Hij weet niet wat erger is. Na zijn afscheid ziet Tom Poes tot zijn verbijstering dat zijn vriend Hiep Hieper tevoorschijn haalt, die vol berouw zijn aandeel van de buit teruggeeft. Maar heer Bommel retourneert hem de bankbiljetten als compensatie voor een ingetrokken subsidie. Hiep Hieper vervolgt vervolgens opgewekt zijn weg. Alma en Hocus Pas zetten hun discussie voort. De magister bedenkt dat hij met geld het kwaad in de wereld heeft gebracht. Als geld geen rol speelt voor een Bommel, zal hij hem al zijn geld afnemen. Hocus Pas geeft een nog steeds hollende Bul Super een sleutel die op alle sloten past, dus ook op de kelders van kasteel Bommelstein. Tom Poes en heer Bommel hebben al wandelend de Bovenweg bereikt. Tom Poes houdt het op een uurtje doorwandelen, terwijl zijn vriend zich zonder auto geestelijk verarmd acht. Maar volgens zijn metgezel is dat onmogelijk.

Bij de open haard binnen in het kasteel zit bediende Joost de krant te lezen en een sigaar te roken, met een glas port binnen handbereik. Hij vraagt zich af hoe zuidelijk zijn werkgever al is gereden. Hij wordt daarom onaangenaam verrast door het geluid van een naderende auto. Maar in plaats van heer Olivier meldt Bul Super zich met een op alle sloten passende sleutel. Joost krijgt onder bedreiging van een vuurwapen de opdracht de kisten uit de kelder in de bestelwagen te laden. Om zijn medeplichtigheid te maskeren wordt Joost geboeid achtergelaten op een stoel achter de voordeur. Daardoor springt hij in het oog van zijn terugkerende werkgever, die zich verwondert over de openstaande voordeur met ondoordringbare sloten. Tom Poes besluit in een telefooncel de politie te waarschuwen, omdat de installatie op het kasteel onklaar is gemaakt. Brigadier Snuf en agent Stappers komen op de Brembaan een monnik tegen, die hen inlichtingen geeft over een inbreker op de Achterdreef met een vrachtwagen, gekleed in een ruitjespak met een milieuvijandige sigaar in de mond. Met deze informatie weten de twee politieambtenaren de wagen van Bul Super te onderscheppen, die daarbij ongelukkig in een greppel belandt. Zijn bestelauto gaat in vlammen op en zelf wordt hij uit de vuurzee gered door een vliegende kraai, die hem in een gierbak bij een boerderij laat vallen. Brigadier Snuf en agent Stappers laten het wrak gecontroleerd uitbranden en besluiten niet naar de bestuurder te zoeken. Hocus Pas meldt zijn nieuwe triomf bij Alma, die niet onder de indruk is. Bommel is dan wel al zijn geld kwijt, maar daarmee is hij nog niet slecht.

Op het kasteel Bommelstein neemt bediende Joost beleefd afscheid van zijn werkgever. De overval heeft hem te zeer aangegrepen, zodat heer Bommel achterblijft zonder zijn trouwe Oude Schicht en bediende Joost. Op dat moment komt brigadier Snuf melden dat de vrachtwagen met de buit en de inbreker geheel tot as is verbrand, na een achtervolging op de Achterdreef. Heer Bommel mijmert nog na over Joost, die na 40 jaar trouwe dienst gewoon is weggelopen. Tom Poes komt binnen en maakt zich grote zorgen om het verdwenen geld van zijn vriend. Maar heer Bommel is vooral uit het veld geslagen omdat een trouwe vriend het huis heeft verlaten vanwege een passerende inbreker. Na een hernieuwde vruchteloze discussie met Alma vliegt Hocus Pas als kraai naar het kantoor van ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Die constateert dat door de ambtenarenacties de aanslag van heer Bommel vertraagd is, omdat deze nu eenmaal een laagdrempelige urgentieteneur heeft. Maar hij meldt zich op het kasteel met de mededeling dat de belastingafhandeling is geproblematiseerd door het terugkoppelen van de ambtenarentoeslagen. Dat heeft wel tot chaotisering geleid zodat we nu in een beslissingsmoment zijn geraakt. Heer Bommel begrijpt niet veel van het ambtelijk jargon, dat over hem wordt uitgestort. Maar de ambtenaar geeft hem nog drie uitsteldagen voor de gebouwelijke belasting voor panden die boven het maximum liggen. "11093 florijnen, en drie dagen is genoeg zorgbreedte." Heer Bommel stelt dat zijn geld verbrand is, maar de ambtenaar ziet mogelijkheden middels een hypotheekverstrekking en beslaglegging op het roerend goed in het kasteel. Tot zijn verbazing valt de aangeslagen heer in slaap. Op het bordes van het kasteel komt de vertrekkend ambtenaar de aankomende Tom Poes tegen, die hij inlichtingen geeft over de belastinginning bij heer Bommel. Tom Poes constateert binnen dat het heer Bommel allemaal te veel is geworden. Hij besluit om buurvrouw Anne Marie Doddel in te schakelen.

Tom Poes vertelt Doddeltje van de problemen van hun wederzijdse vriend. Deze keer heeft hij niets raars of doms gedaan, maar hij is zijn auto en geld kwijtgeraakt en Joost is weggelopen. Nu denkt hij dat iedereen hem in de steek raakt. De buurvrouw stelt dat Ollie nooit iets doms doet en dat zij hem niet in de steek laat nu hij arm is. Ze zal direct naar hem toe gaan. Maar ook Hocus Pocus bracht de slapende heer Bommel al een bezoek. Hij sprenkelt uit een aarden kruikje een vreemd vocht in het kasteel, waarbij het meubilair in het niets oplost. Wanneer de kasteelheer ontwaakt, komt juist zijn buurvrouw binnenlopen om koffie te gaan zetten. Zelf constateert hij dat zijn meubilair zich aan het oplossen is. Maar ook Doddeltje komt melden dat in de keuken alles is verdwenen. Heeft Joost dat allemaal meegenomen? Vanaf boven op een kast doet vervolgens een kraai een aanval op het vrouwtje, dat bang het kasteel uitrent. Ze zoekt hulp bij het huisje van Tom Poes, die ze uitlegt dat het meubilair aan het oplossen is op het kasteel. Tom Poes informeert naar een kraai die altijd aanwezig is en Doddeltje bevestigt dat ze voor dat beest is gevlucht. Ze heeft Ollie in de steek gelaten! Tom Poes belooft terug naar het kasteel te gaan om zijn buidel en amulet op te gaan halen. Doddeltje vraagt om dan ook haar jasje mee terug te willen nemen. Terug in het kasteel ziet hij een uitzinnige heer Bommel een zwarte kraai achtervolgen, die een hoogstaande dame aan het schrikken heeft gemaakt. Tom Poes overhandigt zijn vriend de amulet, die hij nodig zal hebben. Op zijn zoektocht door het kasteel vindt Tom Poes een doos met aandelen van de firma Frisflok. Heer Bommel is echter nog steeds bezig met het toespreken van de zwarte kraai. Door toorn overmand werpt hij de amulet naar de vogel. De kraai stort met een verwonde vleugel op de grond neer. Heer Bommel achtervolgt de lamme vogel vol wraakgevoelens, maar Tom Poes houdt de strafexpeditie tegen. Hij wil samen orde op zaken gaan stellen bij de fabriek.

De magister met zijn rechterhand in een mitella meldt zich bij Alma. Hij vindt Bommel slecht aan het worden, maar Alma hoort een zuiver motief bovenklinken. De zwarte kraai had zijn buurvrouw angst aangejaagd. Ze hoort ook van het laatste plan van de magister. Een onderneming die het einde zal zijn. Maar zelf is hij als magister en als kraai nu lelijk gehandicapt. En overmorgen is het nieuwe maan en dan loopt de weddenschap af.

De Frisflokfabriek blijkt gevestigd aan de Teerdreef in de Heuvels, circa 2,5 km ten westen van de stad Rommeldam. Binnen worden ze te woord gestaan door een portier met zijn rechterarm in een mitella, die klaagt over knoeiende ambtenaren. Ook de directeur heeft zijn rechterarm in een draagdoek. Hij legt uit dat fabriek en de bedrijfskantine zijn gesloten. Het product Flokkulator werd veel gevraagd, maar er is nu een klein afvalprobleempje, zodat de fabriek is stilgelegd. Het zou prettig zijn als de belangrijkste aandeelhouder een oplossing weet. In de frisflokresten heeft de keuringsdienst een kleine hoeveelheid mordoron[7] aangetoond. Daar moet een oplossing voor komen. Vervolgens laat een opzichter met een rechterarm in een mitella de bewuste vaten zien. Het zijn er niet zo heel veel, een tiental, maar ze moeten voor de nieuwe maan weg zijn. De opzichter stelt voor de vaten te dumpen, iets wat de directeur niet aandurfde. Heer Bommel vat de situatie samen met de woorden: "geen geld en het afval gooit roet in de voedzame maaltijd." De frisflok is een gewenst artikel. Dit is geen toestand voor een heer bij wie een dame vol schrik wegvlucht uit zijn huis. Journalist Argus komt vervolgens met zijn bloknootje een gesprek opnemen met de nieuwe grootaandeelhouder. Mordoron wordt als milieuprobleem beschreven. Dit wordt deze keer geen cursiefje maar de voorpagina. "Levensgevaarlijke mordoronvervuiling door de Frisflokfabriek. Directeur Bommel ten einde raad en tot alles in staat!"

Tom Poes komt melden dat de portier, de directeur en de opzichter verdwenen zijn. De fabriek is leeg. Hij nodigt heer Bommel uit voor een hapje eten bij hem thuis, maar de directeur blijft bij zijn fabriek. Een vrachtrijder meldt zich bij hem om een vervoersopdracht. Het is Wammes Waggel, die een vrachtauto heeft gered van het autokerkhof. Hij wil dolgraag de vaten vervoeren en laten verdwijnen in het niets. Want hij weet een geschikte plek en daar rijdt hij naartoe. Hocus Pas meldt aan Alma dat heer Bommel nu toch slecht aan het worden is. Na een gerichte waarschuwing laat hij de vaten toch dumpen. De hele omtrek gaat er zo aan en het leven eruit. Heer Bommel is opgelucht dat hij buiten Tom Poes om een begrijpend vervoerder heeft kunnen inschakelen. Hij voelt zich beter en wil een warme hap afnemen bij een mobiele eettent, maar zonder geld kan hij geen eten kopen. Hij wordt wel aangesproken door een ambtenaar met een zak patat in de hand. Heer Dorknoper heeft uit de dialoog tussen de fabrieksdirecteur en de snackbarman begrepen, dat de vaten mordoron ergens naartoe onderweg waren. De ambtenaar eerste klasse geeft de fabrieksdirecteur de volle laag. De fabriek zal worden wegbestemd en de vaten mordoron moeten worden teruggehaald. Anders zal hij tot politie-inschakeling moeten overgaan. Bovendien is het morgen de betaaldag van de belastingen. Ten einde raad besluit heer Bommel toch maar een hapje te gaan eten bij Tom Poes. Hij praat hem bij over vervoerder Waggel, ambtenaar Dorknoper en de belastingdag. Tom Poes besluit eerst maar Wammes Waggel te gaan zoeken.

Op het stadhuis klaagt burgemeester Dickerdack tegen zijn theekopje. De thee smaakt naar afwas en dat zegt hij ook tegen de binnentredende ambtenaar Dorknoper. Die wijst op het naturistisch overheidsbeleid ten aanzien van de waterreiniging met een Flokkulator. Maar Bommel heeft inmiddels mordoronafval uit die fabriek aan een vervoerder gegeven om te dumpen! De burgemeester wil weten wat frisflokkering is. De ambtenaar legt uit over het gebruikmaken van een potentiaalverschil onder toevoeging van het reinigende aluminumsulfaat en frisol. De burgemeester roept nu woedend op de media en de politie in te schakelen omdat "Die Bommel" meer en meer aan de zelfkant raakt!

De media pakken hun taak voortvarend aan. Het gebruik van kraanwater wordt afgeraden en het gebruik van zuurstofmaskers wordt aanbevolen. Terwijl de politie de omgeving uitkamt op zoek naar vaten afval, verliest vervoerder Wammes Waggel een vat, dat rolt tot aan de voeten van een breiend vrouwtje. Hij raakt met haar in gesprek en vertelt dat de vaten het moeras in gaan. Het vrouwtje draagt hem op de vaten juist de heuvel op te brengen. Hoewel de vaten zwart zijn, zijn ze wit van binnen.

Heer Bommel heeft inmiddels van een vooraanstaand huizenhandelaar begrepen dat zijn kasteel onverkoopbaar is. Het is te groot en in het onderhoud te duur en staat niet op de monumentenlijst. Bovendien komt Tom Poes hem melden dat hij Wammes Waggel niet heeft kunnen vinden, zodat de mordoron een ramp zal worden. Heer Bommel besluit nu zijn einde af te wachten. Hij is geheel aan lager wal geraakt en wil in zijn onverkoopbare kasteel eenzaam achterblijven. Tom Poes komt buiten slot Bommelstein Hocus Pas tegen in een mitella. Hij legt het verband met een kraai met een lamme vleugel. De magister geeft toe dat hij een arme gehandicapte is geworden, maar hij jaagt hem weg. Hij kan Tom Poes net als de huisraad van Bommel oplossen. Tom Poes holt terug het kasteel in en waarschuwt heer Bommel voor de magister die eraan komt. De talisman moet hem beschermen tegen de tovenaar. De tovenaar knoopt een gesprek aan met de kasteelheer en vraagt hem terug te keren naar zijn fabriek. Heer Bommel geeft blijk van zijn Bijbelkennis met de woorden:

"Ik zit hier als Job op de mestvaalt, als u begrijpt wat ik bedoel."

Hierop doneert Hocus Pas terstond een hoop goudstukken, om de fabrieksdirecteur erbovenop te helpen. Heer Bommel vindt de fabriek levensgevaarlijk en bovendien is Doddeltje weggelopen omdat ze bang is. Hij weigert het goud, waarmee hij de ambtenaar zou moeten omkopen. Met de talisman wijst hij Hocus Pas de deur, die stelt dat hij nu van een koude kermis zal thuiskomen. Buiten het kasteel moet hij vervolgens zijn buurman de markies de Canteclaer streng toespreken, die de bouwval van de bankroutier wil aankopen om het pand te laten slopen. De markies constateert bovendien dat zijn buurman zich aan de zelfkant beweegt, waar de media en het grauw hem achternazitten. Morgen zal de dag van de afrekening zijn.

Wammes Waggel zit ’s nachts zonder benzine en weet niet hoe hij de vrachtauto moet repareren. Agent Plooier spreekt hem aan over een lading levensgevaarlijk afval, die is verdwenen. Wammes wil graag hulp bij zijn autopech en vindt zulk afval veel te link. De agent vervolgt vruchteloos zijn speurtocht, maar Hocus Pas reikt Wammes de helpende hand. Wammes is zo in staat de heuvels op te rijden en met zijn vrachtwagen, ondanks de waarschuwing van Wikker de wijsgeer, de boomkring in te rijden. Hij komt er zelf als elementaal ongeschonden uit, maar de auto en de vaten zijn gespleten. Tom Poes had Wammes Waggel eerst richting moeras gezocht, maar door een lekkend vat komt hij de vervoerder na de dumping in de boomgroep alsnog tegen. Zijn trui is zwart geworden en hij stinkt naar de fabriek. Wammes Waggel besluit verongelijkt een hem bekende vogelverschrikker van zijn kleren te gaan beroven en zichzelf te wassen in een sloot. Tom Poes denkt verslagen na. Al het afval ligt nu bij de mir van Pee Pastinakel. Zo gaat de hele natuur naar de maan. Hij besluit ten einde raad de politie de plaats van de afvalstort door te geven. Alma zet haar discussie met Hocus Pas voort. Het afval is dan wel gestort, maar Bommel is nog niet slecht. En het is al de laatste dag. Hij weigerde het Pas-geld en gebruikte het Zazel-teken van Hocus om hemzelf te verjagen. De magister neemt een slokje van zijn ‘akwa akta’ om op krachten te komen.

Commissaris Bulle Bas treedt, opgelucht met zijn pet zwaaiend, binnen bij burgemeester Dickerdack en ambtenaar Dorknoper. Een zeker Tom Poes heeft de stortplaats van het Frisflokafval ontdekt. De burgemeester merkt zuinigjes op dat dat meer is dan de politie heeft gedaan met hun hele apparaat. De burgemeester geeft hem opdracht de lui van het laboratorium ernaartoe te sturen met een paar van zijn manschappen ter bescherming. Maar Bulle Bas is alleen tot het eerste bereid. In de stad dreigen anti-Bommel rellen en hij heeft al zijn manschappen nodig. De burgemeester wil Bommel laten vallen, maar ambtenaar Dorknoper stelt dat zijn schuld nog niet is bewezen. Bovendien bestaat er onvoldoende jurisprudentie over de betreffende vervuilingseenheid. Een onschuldige moet politioneel worden afgeschermd tegen onlustgevoelens, daar is de wet heel duidelijk in. Dorknoper neemt duidelijk de leiding in handen. Bommel moet wel worden opgeschreven door Bas wegens verboden afvalvervoer.

Buurvrouw Doddeltje roept de volgende ochtend aan het slaapkamerraam van heer Bommel. Ze neemt hem mee naar haar huisje voor een schuilplaats en dampende ochtendpap. De radio meldt een grote protestdemonstratie jegens de fabrikant Bommel, nu de afvalstortplaats is ontdekt. Een botsing met de politie lijkt onvermijdelijk. Tom Poes denkt intussen dat zijn telefoontje naar de politie deze zaak niet tot een oplossing heeft gebracht. Zijn gesprek met Wikker maakt hem nog somberder. De bomen van de boomkring zullen afsterven en het afval zal de mir aantasten. De mir zal het afval wel onschadelijk maken, maar een land zonder mir is kaal en dor, zonder leven. Maar Wikker geeft wel een oplossing. Het verloren Zazel-teken beschermt tegen alle invloeden van buiten. Tom Poes holt, na dit te hebben gehoord, snel weg.

Ambtenaar Dorknoper weet in tegenstelling tot de protesterende menigte bij het kasteel, wel de kasteelheer te vinden. In het bijzijn van de buurvrouw, vraagt hij heer Bommel te betalen. Als heer Bommel zijn hoofd schudt, kondigt hij aan het kasteel te zullen gaan verzegelen. Omdat hij in zijn ambtelijke werkzaamheden nogal wordt gehinderd door de protesterende actiegroep, besluit hij de verblijfplaats van de fabrieksdirecteur aan hen door te geven. Tom Poes is echter op tijd om heer Bommel mee te nemen uit het huis van zijn buurvrouw. Zelf is heer Bommel veilig door het Zazel-teken, maar de buurvrouw en haar huis dreigen met de grond te worden gelijkgemaakt als heer Bommel bij haar wordt aangetroffen. Bij de boomgroep wachten Hocus Pas en Alma het laatste uur van hun weddenschap af. Hocus Pas denkt dat heer Bommel de menigte in de boomgroep wil lokken en zo zal de menigte splijten. Dat is heel slecht en zo wint hij de weddenschap. Tom Poes luistert het gesprek af en begrijpt nu meer van alle ellende die heer Bommel heeft meegemaakt. Hij is vooral boos op het vriendelijk breiende vrouwtje Alma, dat zegt dat het goede altijd wint. Hocus Pas is blij met de onverwachte steun van Tom Poes, want het slechte wint altijd en niet het goede.

Heer Bommel steekt intussen het Zazel-teken in de berg mir van Pee Pastinakel. De mir is nu onkwetsbaar, zodat het land is gered. Maar met hem is het wel afgelopen, en toch kan hij zijn goede vader recht in de ogen kijken. Alma spreekt nu de leider en zijn betogers toe. Ze moeten niet naar binnen in de boomkring gaan want hoewel Bommel daar het afval onschadelijk heeft gemaakt, is het nog steeds gevaarlijk daar binnen te treden. De betogende menigte keert om, in de mening dat hun protest succes heeft gehad. Alma verdwijnt vervolgens naar binnen bij Hocus Pas, onder zijn achtste rib, die hem nu zwaar op de maag ligt. Tom Poes pakt vervolgens het flesje akwa akta af, dat hem tot hernieuwde kracht zou brengen. Nu biecht Hocus Pas zijn weddenschap met zijn geweten, Alma, op. Het was een weddenschap met een toevallige proefpersoon, Bommel. Tom Poes laat Hocus Pas zweren bij de baard van Iod dat hij al zijn streken ongedaan zal maken en geeft daarna het flesje terug. Intussen beraden de actievoerders zich over de ontstane situatie. Ze zien twee als marsmannetjes uitgeruste geleerden naderbij komen met koffer en doorzichtige ruimtemaskers. Het zijn professor Prlwytzkofsky en Alexander Pieps. De laatste heeft bedenkingen tegen de aard van de vervuiling en de splijtende boomkring. Hocus Pas heeft intussen zijn drankje bijna opgedronken en met zijn hernieuwde krachten jaagt hij de lastige demonstranten huiswaarts. Tom Poes vraagt hem ook de overige gebeurtenissen ongedaan te maken, maar daar denkt de magister nu anders over. Oude mannen doen net als regeerders beloftes. Tom Poes vindt hem een smeerlap en dat woord treft hem hard. Zijn geweten drukt op hem.

Professor Prlwytzkofsky heeft inmiddels vastgesteld dat de oude eiken aan het sterven zijn.[8] Maar zijn assistent vindt buiten de boomkring een worm op zijn schepje en concludeert dat daarbuiten de vervuiling niet heeft toegeslagen. Tom Poes neemt zijn vriend nu mee weg uit de boomkring, omdat alles veilig is. Beneden raakt Tom Poes in discussie met commissaris Bulle Bas, die verbaliserend wil optreden. De menigte is echter verdwenen en heer Ollie heeft de vervuiling onschadelijk gemaakt. Commissaris Bulle Bas weigert zulks aan te nemen, maar professor Prlwytzkofsky daalt af en deelt mee dat er in de bomenkring een ‘ioonsplitsing’ heeft plaatsgevonden, een hydrolyse. De esters zijn geheel verzeept, waardoor de bomen zijn gestorven en de milieuverontreiniging heeft zich daartoe beperkt. De omgeving is schadevrij. Alexander Pieps vult aan dat er slechts de gebruikelijke zure regen rest.[9] Bulle Bas wil precies weten welke "etters" zijn verzeept en de hoogleraar geeft al terugwandelend gaarne tekst en uitleg. Tom Poes nodigt zijn vriend uit om met hem naar huis te gaan. Heer Bommel klaagt over Dorknoper, belasting betalen en verdwenen meubels. Maar zijn vriend legt uit dat Hocus Pas een belofte heeft gedaan. Al wandelend schuilen ze in een hutje voor de regen. Heer Bommel beseft dat hij er eerder heeft gezeten en op dat moment slaat de bliksem in op de resten van de Oude Schicht. Na deze bliksemuitslag staat de Oude Schicht weer overeind als in een stripverhaal. Heer Bommel is nu opgetogen maar Tom Poes vertrouwt toch de oude schurk Hocus Pas niet helemaal. Omdat laatstgenoemde heeft gezworen bij de baard van de baardloze Iod besluit de magister inderdaad het goedmaken te staken. Hij neemt de laatste druppels uit zijn flesje en vliegt als zwarte kraai weg. Als die Bommel echt goed is kan hij het zelf wel opknappen. Hij heeft zelf de laatste druppels nodig om terug thuis in het noorden te komen.

Bij het kasteel Bommelstein treft Doddeltje Dorknoper aan, die verzegelingsmatig aan het optreden is. Het pand zal openbaar worden verkocht. Joost verschijnt wat uitgeruster ten tonele en vraagt aan de buurvrouw of zijn spaargeld van 235 florijnen soelaas kan bieden in de belastingproblemen van zijn werkgever. Doddeltje vreest dat Ollie ook dat in het groot doet, dus nee. Ze zien wel de Oude Schicht terugkeren, maar voor de bekende auto staat een onbekende zwarte auto. Heer Putter van de Eerste Rommeldamse Verzekeringen maakt zich bekend. Hij komt afrekenen en is blij dat zijn maatschappij zelf goed is herverzekerd. Middels een cheque krijgt heer Bommel zijn verlies volledig gecompenseerd. Op dat moment voltooit ambtenaar eerste klasse zijn verzegelingsronde rondom het kasteel en wil als laatste de voordeur verzegelen. Doddeltje vliegt heer Bommel om de hals en Tom Poes vangt de vallende cheque op. Ook Joost biedt zijn diensten weer aan. Een dergelijke werkgever vindt men zelden. Dorknoper krijgt nu de cheque onder ogen en wordt uitgenodigd mee te rijden naar de bank. Laatstgenoemde weigert en rijdt in eigen dienstauto naar de plaats van afspraak. Heer Bommel nodigt zijn buurvrouw uit later die middag na zijn bankbezoek nieuw meubilair met hem te gaan kopen en Joost zal nog wel een bezem vinden in de schuur om schoon te gaan maken. De nacht mag Joost in een hotel doorbrengen. Heer Bommel probeert zijn gedachten te ordenen maar dat lukt tijdens de autorit nog niet erg. Na de bankzaken en het hermeubileren zitten heer Bommel Tom Poes en Doddeltje aan een eenvoudige doch voedzame maaltijd in Hotel De Gouden Karper. Heer Bommel vertelt zijn verhaal en Tom Poes geeft de achtergronden van de weddenschap tussen Hocus Pas en Alma. Maar na de pudding staat Tom Poes op om de laatste bus te halen. Het is een lange dag geweest, hij is moe maar het was allemaal heel leerzaam.

Uitstelaankondigingen

In de Haagsche Courant van 6 april 1984 vraagt heer Bommel begrip van de lezers. Het opnieuw meubileren en bewoonbaar maken van Bommelstein duurt langer dan gewenst. Op 1 mei komt in het NRC heer Bommel nogmaals aan het woord. Deze stripstroom heeft als nummer 01514. Dit plaatje is genummerd 01514, en toont hetzelfde tafereel als het komende verhaal, dat ook start met dit nummer 01514. Heer Bommel is nog erg terneergeslagen door zijn laatste avontuur aan de zelfkant. Wanneer Joost de thee binnenbrengt geeft hij commentaar op de Tik-tak thee, alsof zo’n merk geen geld kost. Want volgens zijn goede vader speelt geld voor een heer een grote rol en daar moeten we ons aan houden. Om de zinnen te verzetten haalt Joost een verhaal terug uit de tijd dat zijn werkgever nog jong was. Een verhaal uit 1947: Tom Poes en de watergeest.

Voetnoot

  1. Op de website http://kranten.kb.nl zijn alle afleveringen terug te vinden. Zoek onder historische kranten naar: ' Heer Bommel en de zelfkant ' pdf-formaat geeft het beste resultaat.
  2. De verhaalaankondiging heeft het unieke nummer 01412.
  3. Zie de verhaaluitleiding 01411 bij het vorige verhaal.
  4. Dit nieuwe verhaal start op 9 december.
  5. Spaans voor ziel
  6. Aan het eind van het verhaal blijkt dat het hier gaat om het betalen van een verzekeringspremie.
  7. vergelijk Mordor, het zwarte land.
  8. Zijn assistent merkt luchtigjes op dat er nog best meubels van het hout zijn te maken.
  9. Het grote probleem van de jaren tachtig op milieugebied.

Hoorspel

Voorganger:
Een Bommelding
Bommelsaga
5 december 1983 - 5 april 1984
Opvolger:
De vergelder