De zieke hertog

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de zieke hertog (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De zieke hertog) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 11 maart 1942 en liep tot 15 april van dat jaar.[1] Thema: Een onbetrouwbare lijfarts. [2]

Het verhaal

Heer Bommel en Tom Poes zitten gezellig bij de open haard van het kasteel Bommelstein na te praten over hun spannende zeereis. Heer Bommel heeft echter liever een avontuur waarin zijn ontwikkeling en goed verstand beter tot hun recht komen. Hij gebruikt om zijn argumentatie kracht bij te zetten voor het eerst de uitdrukking: "Als je begrijpt wat ik bedoel". Tom Poes concludeert dat zijn vriend een deftig avontuur wil beleven, maar dat zal niet makkelijk zijn. Op dat moment komt bediende Joost binnen met een visitekaartje van een zieke heer in een reiskoets. “Dr. Jodetum Kalicum , koninklijk lijfarts.” Heer Bommel gebiedt Joost dat die heer onmiddellijk binnen moet komen. In de hal ondersteunt een koetsier de zieke dokter Kalicum, die onderweg is naar de ernstig zieke hertog van Sinopel. Na ampel beraad besluit heer Bommel met de hoed van de dokter de plaats van de Koninklijke lijfarts in te nemen. Terwijl de echte arts uitrust in de grote logeerkamer van het kasteel Bommelstein, gaat heer Bommel met de pilletjes en dokterskoffer op stap. De diagnose op afstand van de zieke dokter Kalicum luidde immers dat de hertog vergiftigd was en dat gaat heer Bommel oplossen terwijl Tom Poes “Hm” zegt. De reis kon weleens gevaarlijker worden dan heer Bommel denkt, maar hij stapt toch in de reiskoets.

Onderweg tijdens de uren durende rit [3] komen ze in het gebied van de hertog met slecht onderhouden wegen. Een eenzame rover overvalt de koets en laat dat kleine ventje het koffertje aanreiken. Heer Bommel klaagt dat de pillen voor de hertog er in zitten. De rover neemt een paard van het driespan af en verdwijnt, terwijl hij het koffertje weggooit en een boze Tom Poes achterlaat, die geen klein ventje genoemd wil worden. Het kasteel van de hertog is echt kolossaal en heer Bommel geeft zich aldaar uit voor dokter Ollie B. Kalicum. De kapitein van de lijfgarde deelt mee dat er al vijf dokters hem zijn voorgegaan, die nu allemaal in de gevangenis verblijven. De hertog ontvangt de twee vrienden en laat onmiddellijk zijn eigen lijfarts komen, dokter Oleum Sassafras. Maar het blijkt dat heer Bommel zijn genezende pillen toch is kwijtgeraakt bij de eerdere beroving en hij wordt nu als praatjesmaker opgesloten in de gevangenis. Zijn aanbod van 2000 gouden dukaten wordt door zijn cipier van de hand gewezen als omkoperij.

Tom Poes heeft intussen vernomen dat de lijfarts Sassafras het land bestuurt, zolang de hertog ziek is. Hij besluit de dokter aan de tand te voelen en simuleert in het kasteel een vreselijke maagpijn. Dokter Sassafras is wel bereid een drankje te bereiden. Tom Poes verdwijnt echter vliegensvlug met een doosje pillen dat hij op een tafel zag liggen en die erg leken op de medicijnen die waren gestolen uit de tas van heer Bommel. Buiten het kasteel overweegt hij dat er wellicht een verband zit tussen bezoekende artsen en berovingen. De medicijnen worden systematisch gestolen en de dokters belanden in het cachot. In een tweedehandswinkel schaft hij zich een uitrusting aan. Laarzen en een hoed, een gordel, een koffertje en een lasso. Hij boekt vervolgens logies in een oude herberg, het Hof van Sinopel, waar hij luid en duidelijk verkondigt dat hij de nieuwe dokter voor de hertog is. De andere ochtend wordt hij inderdaad opgewacht door een rover achter een rotsblok. Maar Tom Poes ziet een veer boven het rotsblok uitsteken en weet met één lassoworp de bandiet vast te binden aan het rotsblok. Vervolgens stopt hij hem in een grote zak en kan hij meerijden in een rijtuig van een passerende boer richting het kasteel Sinopel.

Heer Bommel is intussen veroordeeld tot tien uur schandpaal en daarna verbanning. Hij beklaagt zich ten onrechte over de afwezigheid van Tom Poes, want laatstgenoemde is juist parmantig het kasteel binnengestapt. Hij toont aan de hertog de inhoud van de zak, die de boer voor hem het paleis had binnengesjouwd. Er zit een rover in, die na afname van pruik,snor en masker, de lijfarts van de hertog blijkt te zijn. Tom Poes legt de hertog uit dat hij werd vergiftigd, zodat de lijfarts het land kon blijven besturen. De ambtseed schendende dokter wordt in het cachot geworpen. Heer Bommel en de andere artsen worden in vrijheid gesteld. Heer Bommel kan nu met zijn hervonden pilletjes de hertog geheel genezen.

Een aantal dagen later is er een feestmaal vanwege het totale herstel van de hertog. Heer Bommel wordt benoemd tot ridder in de Orde van Sinopel. Op zijn beurt wordt Tom Poes benoemd tot ridder in de Orde van Bommelstein. De volgende dag reden heer Bommel en Tom Poes naar huis. Heer Bommel had van de boer zijn rijtuigje gekocht en ze reden tevreden naar huis. Voor heer Bommel lijkt het wel of hij in de Oude Schicht zit.

Voetnoot

  1. http://kranten.kb.nl zoek op ' Tom Poes en de zieke hertog' pdf geeft het beste resultaat
  2. In dit verhaal debuteerde bediende Joost. In de eerste strip van dit verhaal wordt voor het eerst door Heer Bommel de uitdrukking Als je begrijpt wat ik bedoel gebruikt.
  3. Sinopel ligt ongeveer 80km ten zuidoosten van slot Bommelstein. Sinopel speelt ook een rol als kleur in de heraldiek.


Voorganger:
Het eiland van Grim, Gram en Grom
Bommelsaga
11 maart 1942 - 15 april 1942
Opvolger:
Het monster-ei