Eh... dinges

Naar navigatie springen Jump to search

Tom Poes en eh... dinges (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Eh... dinges) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 29 december 1950 en liep tot 15 maart 1951. Thema zijn vibraties op het doek die het model verlammen.

Het verhaal

Als Tom Poes in de winter een wandeling maakt, bedenkt hij dat hij, als hij schilder was, graag een schilderij zou maken van het prachtige verse sneeuwlandschap. Onderweg komt hij heer Bommel tegen met de Oude Schicht. Bediende Joost staat achterop met een paraplu, om te voorkomen dat er sneeuw valt op de kapotte kap van de automobiel. Na zijn grootschalige wegwerk heeft heer Bommel zich ingekocht voor 1000 florijnen bij de Schildersvereniging "De Afhankelijken”. Hij is gisteren erelid geworden en gaat vandaag naar het stadsmuseum van de stad Rommeldam om een tentoonstelling te openen.

Tijdens zijn openingstoespraak krijgt heer Bommel zware onenigheid met de hem soufflerende bediende Joost. Hij stuurt hem weg, waarbij de sneeuw vanaf het regenscherm valt op het hoofd van het erelid. Heer Bommel zijn toespraak valt zo in het water, maar hij knipt het lint door, terwijl Joost waardig de zaal verlaat. Terwijl de voorzitter van de commissie van ontvangst het erelid rondleidt, vraagt Tom Poes zachtjes waarom heer Bommel niet zelf gaat schilderen? Heer Bommel lijkt het wel iets, gelet op zijn kwaliteiten op de kleuterschool. Maar dan treedt Terpen Tijn binnen en geeft zijn ongezouten mening over de expositie. ”Grondstoffelijk kliederwerk”. “Opgekropte verfproppen”. “Er zit geen vibratie in deze eh…dinges”. “Prut!” Hij noemt zichzelf een meesterschilder. Maar wanneer hij zich aan een schilderstuk vergrijpt, tracht de voltallige commissie hem buiten te werpen. Maar in een korte handbeweging werpt Terpen Tijn de heren tegen de grond en verlaat met ferme tred de tentoonstelling. Heer Bommel trekt zijn portefeuille en vraagt hem om schilderlessen, waarbij de bankbiljetten genoeg overtuigingskracht hebben.

De meesterschilder stapt in de Oude Schicht en trekt de kap om zich heen als beschutting tegen de sneeuw. Tom Poes neemt afscheid en zegt terug te komen als het misloopt. Laatstgenoemde opmerking stemt heer Bommel wrevelig. Hij rijdt naar een achterbuurt waar Terpen Tijn op een zolder een werkplaats heeft. Heer Bommel wordt er eerst op uit gestuurd om een kilo augurken met suiker te kopen, waarbij hij gedwongen wordt de openstaande rekening van 2,5 jaar te voldoen. Terpen Tijn daagt heer Bommel uit iets op het doek te zetten. Maar dat valt tegen, want hij tekent een soort spotprent van de meesterschilder zelf op kleuterschoolniveau. [1] Als heer Bommel na een kwartiertje zegt dat het schilderij af is, slaat Terpen Tijn het doek door zijn hoofd kapot.[2] Terpen Tijn ziet niets in zijn leerling, maar stuurt heer Ollie wel op pad met een opdracht en een bijzonder penseel, een penseel-met-tril-gehalte. Op de Wortellaan 2 in de villawijk De Heuvels [3] wacht een portretopdracht, waar heer Bommel alvast de omgeving van mag schilderen. Dus niet het model zelf. Terpen Tijn gaat intussen aan de slag met zijn favoriete model, een morsige oude bedelaar. Tom Poes is buiten bezig de kap te repareren van de Oude Schicht, zodat hij gezellig meerijdt naar de villawijk om de schildersbenodigdheden te dragen. Tijdens de portretteersessie kijkt Tom Poes vol bewondering naar zijn vriend, die met de air en babbels van een echte schilder de omgeving van de villabewoner treffend op het doek vastlegt. Maar het ongeduld van de opdrachtgever en het toekijken van Tom Poes brengen heer Ollie er toe om toch een arm en een been te schilderen. Terwijl de klant zijn arm en been niet meer kan bewegen en heer Bommel in paniek raakt, komt Terpen Tijn binnenstormen en veegt het beginnend portret razendsnel van het doek om erger te voorkomen. Een enkel verkeerd woord van heer Bommel tegen de opdrachtgever, brengt Terpen Tijn tot een geweldsuitbarsting. Hij werpt zijn leerling door de gesloten ramen naar buiten. Tom Poes holt de villa uit de tuin in om zich over zijn vriend te ontfermen. Hij rijdt heer Bommel, die het toverpenseel in zijn hand houdt, in de Oude Schicht naar zijn kasteel. Daar vraagt het slachtoffer bediende Joost om een deken, een stoof, een kruik en anti-grieppillen.

Een korte tijd later hervindt de kasteelheer zijn penseel en bedenkt zich. Hij heeft Terpen Tijn niet langer nodig. Op zolder staat nog een schildersezel van oom Euzebius. Joost krijgt opdracht die te halen met de andere schildersspullen en zo staat heer Bommel weer een aspidistra te schilderen. Een paar dagen later ziet Tom Poes zijn vriend buiten in het sneeuwlandschap een spar op het doek toveren. Heer Bommel laat zijn jonge vriend de echte boom zien, maar die is dood. Ook het kasteel Bommelstein staat vol prachtige schilderijen, waarvan de poserende planten en bloemen zijn doodgegaan. Als heer Bommel voorstelt zelf erwtensoep uit blik te gaan maken omdat Joost ziek is, wordt Tom Poes wantrouwig. Hij krijgt de bevestiging als hij een prachtig nieuw portret ziet hangen van de bediende. Tijdens hun maaltijd komt burgemeester Dickerdack binnen. De sukkel van weleer, die nauwelijks kon lezen en schrijven, heeft zich ontpopt als schilder. Hij vraagt zijn kop te schilderen, omdat de gemeenteraad die op wil hangen in de raadszaal. Heer Bommel zegt meer van dode voorwerpen te houden, maar dat verandert als Tom Poes zegt dat heer Bommel geen portretten moet schilderen. Hij vraagt en krijgt een foto van de burgemeester, die toch wel verheugd afscheid neemt. Tom Poes probeert nogmaals het project te verhinderen, maar heer Bommel stelt dat het schilderen van een foto anders is. Hij is bovendien die jaloerse zure opmerkingen van zijn vriend meer dan zat.

Reeds de volgende ochtend leest Tom Poes in zijn ochtendblad dat de burgemeester ernstig ziek is geworden en wordt behandeld door dokter Galpieper. Hij holt naar het kasteel en ziet heer Bommel schilderen aan het portret van de burgemeester vanaf een foto. En op het bediendekamertje hangt bediende Joost verstijfd en versuft in zijn stoel. Maar heer Bommel wil niets van de opgewonden bezwaren van zijn vriend weten. Griepjes gaan wel weer over en een beeldend heer legt bijgelovigheden naast zich neer. Tom Poes holt het kasteel uit en belt in een telefooncel met dokter Galpieper. Hij deelt mede dat bediende Joost ook de burgemeestersziekte heeft. Maar de arts meent dat het stellen van een diagnose aan artsen is voorbehouden. Korte tijd later wint zijn nieuwsgierigheid het toch nog en hij laat Joost ophalen uit het kasteel. Ook het portret van de burgemeester wordt even later opgehaald, waarbij heer Bommel zich verontschuldigt voor de griepaanstellerij. Maar na het onthullen van het portret in de raadszaal zijn de aanwezigen eensgezind. Het portret leeft! De directeur van het Stadsmuseum de heer Molshoop spreekt heer Bommel aan. Hij is wellicht de grootste van de levende kunstenaars en hij verzoekt om een Bommelstuk voor zijn museum. Een méésterstuk. Heer Bommel zoekt Tom Poes op die hem zuinigjes feliciteert. Hij vraagt hem model te willen zijn voor zijn nieuwe meesterstuk in het Stadsmuseum. Maar Tom Poes kent de gevaren en weigert beslist. Hij gaat de slachtoffers Joost en burgemeester Dickerdack opzoeken. Directeur Molshoop verzoekt nogmaals beleefd om het beoogde schilderstuk aan heer Bommel, dat hem naast Rembrandt van Rijn zal plaatsen.

Er breekt een moeilijke tijd aan voor heer Bommel. Hij twijfelt of hij een model zal huren voor zijn meesterstuk. Na een plotselinge inval schrijft hij een briefje en gaat aan het schilderen. Een aantal dagen later gaat de nieuwsgierige Tom Poes eens langs bij het vervallen kasteel Bommelstein. Zijn aanvankelijke vrees wordt op een merkwaardige manier bewaarheid. Hij ziet een zelfportret van heer Bommel met naast hem een verklarend briefje. Tom Poes belt wederom zijn diagnose door aan de protesterende dokter Galpieper, die nu wel onmiddellijk zelf poolshoogte komt nemen. Heer Bommel wordt naar het hospitaal overgebracht. Directeur Molshoop is onder de indruk van het Meesterwerk en journalist Argus is druk bezig alle sappige details op te schrijven. Tom Poes holt naar de stad op zoek naar Terpen Tijn. Maar de zolderetage is verhuurd aan een hoofdambtenaar. [4] Terpen Tijn blijkt ingetrokken bij de arme bedelaar, die onder een brug woont. Hij heeft geen enkele boodschap aan de drie grove vleeslichamen zonder vibratie in het gebeente. Maar hij holt wel met Tom Poes mee om een schilderstuk te gaan zien, dat zijn werk tot geknoei maakt.

Op kasteel Bommelstein is de meesterschilder inderdaad onder de indruk van het portret van Joost. Tom Poes haalt het bijzonder penseel nu beschuldigend naar voren. Na een felle discussie slaat Terpen Tijn het meesterwerk aan stukken en steekt vervolgens de brand erin op de parketvloer van het kasteel. Tegelijkertijd ziet dokter Galpieper bediende Joost opleven, nadat hij hem een injectie met Galpieperserum heeft toegediend. Dokter Galpieper juicht voor zijn eigen uitvinding. Vervolgens snellen Terpen Tijn en Tom Poes naar de raadszaal, waar de schilder het burgemeestersportret in vuur en vlam zet. Ook burgemeester Dickerdack komt bij kennis, na een injectie. Dokter Galpieper weet nu dat hij een publicatie kan schrijven voor het Geneeskundig Tijdschrift. Terpen Tijn en Tom Poes weten ternauwernood uit de raadszaal te vluchten en zetten rennend koers naar het Stadsmuseum. De Rommeldamse politie zet nu de algehele achtervolging in. Intussen geeft dokter Galpieper voor een groep artsen en assistenten een eerste demonstratie van zijn Galpieperserum. Maar heer Bommel reageert niet direct. De Rommeldamse politie heeft intussen de twee kunstvandalen bijna ingesloten. Maar Terpen Tijn trekt Tom Poes een huis naast het museum binnen. Via de dakrand weten ze het naastgelegen museum te bereiken. Onder de dreiging van een bewapende politiecommissaris Bulle Bas springen ze door een glazen plafond naar beneden, precies op het zelfportret van heer Bommel, dat onder toezicht van directeur Molshoop naar zijn plek werd gebracht. Het is bestemd voor de Zaal der Jonge Meesters, maar Terpen Tijn en Tom Poes maken het meesterwerk tot barrels. Ze zijn net op tijd, want dokter Galpieper ziet nu ook heer Bommel in zijn ziekenhuisbed weer tot leven komen. Het duurde wel langer dan bij de andere twee personen, maar eind goed al goed.

Heer Bommel krijgt nu van de dokter te horen dat Tom Poes en de schilder gearresteerd zijn wegens kunstvernieling. Terwijl dokter Galpieper onbegrepen aan zijn artikel gaat schrijven, holt heer Bommel naar het politiebureau. Hij probeert Bulle Bas tekst en uitleg te geven, maar die stelt kordaat vast dat het onzin is. Want de overheid steunt de kunst met geladen revolvers en zelf staat hij pal voor ons cultuurbezit. Heer Bommel besluit nu de schade te betalen. Omdat hij ze zelf heeft geschilderd kent hij de waarde en Bulle Bas laat vervolgens de arrestanten vrij. Gedrieën lopen ze naar het kasteel, waarbij Tom Poes voorstelt om Terpen Tijn een nieuw portret van heer Bommel te laten schilderen. Na het zien van een stapel bankbiljetten gaat de meesterschilder akkoord.

Diezelfde avond nog doen Tom Poes en heer Bommel zich te goed aan een maaltijd van bediende Joost. Als heer Bommel praat over zijn trillingen heeft Joost direct een weerwoord. Als heer Bommel weer trillingen krijgt zal Joost zijn ontslag aanbieden. Heer Bommel zegt nu nooit meer te zullen schilderen. [5] Het is niets voor een heer van zijn stand.

Hier eindigt de geschiedenis van het wonderpenseel, hoewel het portret van heer Bommel wel in het Stadsmuseum komt te hangen. Directeur Molshoop denkt dat het weer door de kasteelheer is geschilderd, maar talrijke kunstkenners spreken hem tegen. Omdat Terpen Tijn zijn naam er niet onder heeft gezet, houdt de directeur het op een Portret van een rustend heer, door een onbekende Meester.

Voetnoot

  1. Stripstrook 1182.
  2. Volgens de meesterschilder is het nog te grondstoffelijk om experimenteel genoemd te kunnen worden.
  3. Gelegen tussen Rommeldam-Zuid en Heksterzwaag.
  4. Ambtenaar eerste klasse Dorknoper doet in het volgende verhaal: de Partij van de Blijheid zijn intrede.
  5. Deze belofte zal net als die uit het vorige verhaal ook sneuvelen! Lees het verhaal: De Viridiaan-dinges.
Voorganger:
Het wegwerk
Bommelsaga
29 december 1950 - 15 maart 1951
Opvolger:
De Partij van de Blijheid