Heer Bommel en de andere wereld

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en de andere wereld (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De andere wereld) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 17 april 1979 en liep tot 11 juli 1979. Thema: de vluchtelingenproblematiek.[1][2][3]

Inleidende strip 0414, speciaal voor het boekenweekgeschenk geschreven

Bij[4] het aanbreken van de lente voeren heer Bommel en zijn bediende Joost een gesprek over gelezen boeken. Heer Bommel heeft kennis kunnen nemen van De hut van Oom Tom en Alleen op de wereld en de bediende heeft in zijn spaarzame vrije momenten Het slot van Franz Kafka tot zich genomen, dat hij niet zo boeiend vond met een onbevredigend einde. Zijn werkgever vindt dat men met boeken niet boven zijn stand moet leven.

Het verhaal

Breinbaas Kwetal loopt al voor het twaalfde jaar te slepen met zijn oloroon,[5] een ruimtehevelaar, die nog steeds niet goed werkt en drie dagen achter loopt. Op aanraden van Lut Lierelij, een wat vrolijker lid van het Kleine Volkje, gooit hij het apparaat met frisse tegenzin in het Zompzwin gelegen in de Zwarte Bergen, waarna er een damp uit het Zompzwin begon op te stijgen en het water begon te stromen.[6]

Die nacht wordt heer Bommel opgeschrikt door vreemde geluiden. Een familie van drie personen is naar deze andere wereld gekomen, waar geen wringerds zijn en de dubloenen op straat liggen. Onder de uitspraak: "Orde moet er zijn" zwaait heer Bommel met een pook en jaagt de nachtelijke bezoekers weg. Die ochtend om zes uur wekt Joost zijn werkgever met de mededeling dat zijn familie Boemel uit Apoka[7] op bezoek is. Ze hebben het venster met stenen versplinterd. Heer Bommel maakt kennis met zijn neef Jaap met Klaremara en met kleine Gartje. Hij kent ze niet, heet Bommel en geen Boemel, en verwijst ze door naar de overheid als Jaap vertelt dat zijn wereld vergaat. Hoewel ze al bij de burgemeester geweest zijn, keren ze om en lopen verslagen het tuinpad af. Heer Bommel krijgt zijn havermoutpap van zijn bediende, die alweer eens als eerste in de krant had gekeken. Joost brengt brutaal naar voren dat er heel veel vreemd volk rondloopt. Het lijkt er dus op dat de familie van Bommel veel groter is dan hij dacht. Heer Bommel stelt boos dat hij als eerste zijn krant wenst te lezen. Hij kan als Bommel geen verantwoordelijkheid voor Boemels op zich nemen. Joost is ontstemd over zijn versplinterd venster, te veel vreemdelingen en als zijn partij het voor het zeggen had, zou de overheid krachtig ingrijpen.

In zijn kasteeltuin krijgt heer Bommel een grote blauwe enveloppe overhandigd van de postbode, die zegt er al heel wat in deze buurt te hebben rondgebracht. Het schrijven is getekend namens B&W en spreekt over ruimtegebrek, oneigenlijk gebruik, tijdelijke kampement in onevenredige tuinpartijen, eenmalige belastingheffing en nivelleren. In zijn boosheid struikelt de kasteelheer over een achtergelaten trommel en ziet vanuit een ooghoek zijn buurman, de markies de Canteclaer. Laatstgenoemde is echter deze keer vol begrip voor de gevallen heer, omdat grond en vermogen worden geëist voor vreemdelingen en dat betekent het opeisen van het erfgoed van onze vaderen! Hij heeft besloten heer Bommel tot voorzitter te benoemen van een protestcomité, waarvan hij zelf desgevraagd wel beschermheer wil zijn. Hij krijgt opdracht steun te gaan verzamelen, maar struikelt eerst zelf wederom over een tent van een familie, die hem herkent, hoewel ze geen familie zeggen te zijn. Heer Bommel besluit als eerste naar de eigenaar en hoofdredacteur van de Rommeldamse Courant te gaan, de heer O. Fanth Mzn, woonachtig ten zuidwesten van Rommeldam in de villawijk De Heuvels. Laatstgenoemde laat zijn pas ingezaaide golfveld zien, dat door wildkampeerders wordt platgetrapt. Er komt een hele voorpagina van de pen van journalist Argus, die mag schrijven wat hij wil maar de stukken zullen ervanaf vliegen. Heer Bommel krijgt als voorzitter opdracht de bezetters van het golfveld te praten, maar dat is lastig. De vreemdelingen beroepen zich op de ouwe Salem en een geruite vreemdeling. In de Oude Schicht wacht Tom Poes hem op. Die heeft het over een volksverhuizing. Heer Bommel klaagt dat hij ze als voorzitter niet tegen kan houden als er steeds meer komen. De burgemeester wil een tijdelijk tuinfeest in opgeheven kastelen, waarbij heer Bommel nu aan het hoofd van hun bestrijding staat. Tom Poes wil weleens weten waar de vreemdelingen vandaan komen. De vluchtelingen vertellen hem dat Apoka bezig is te vergaan. Op de stamdag van ouwe Salem heeft een vreemdeling gesproken, die hen de weg heeft gewezen naar deze andere wereld.

Heer Bommel is als voorzitter van de heren met een blauwe brief in gesprek geraakt met burgemeester Dickerdack. Die stelt desgevraagd dat de overheid van alles al doet: afgedankte kerken, lege pakhuizen, slooppanden en begeleiding door zielkundigen. Heer Bommel wijst op ingezaaide gazons en krijgt te horen dat de vreemdelingen uit Apoka komen, dat bezig is te vergaan. Heer Bommel loopt langs de winkel van kruidenier Grootgrut om een half pond grutsprits aan te schaffen. De winkel wordt echter vriendelijk geplunderd door vreemdelingen, die boodschappen doen zonder te betalen. Ze zijn van mening dat in Rommeldam het geld op straat ligt zoals ze via ouwe Salem van de geruite redder hadden vernomen. Brigadier Snuf neemt de Alkaliërs (zoals hij de vreemdelingen noemt) mee naar het bureau. Heer Bommel zoekt inspiratie bij journalist Argus, maar geeft zelf juist de stukjesschrijver de broodnodige kopij. Geschreeuw in de nacht, diefstallen in de kruidenierswinkels, rommel maken en klagen over een wereld die bezig is te vergaan omdat ze te lui zijn hun eigen wereld netjes in elkaar te zetten. Het geeft de politie handenvol werk. De journalist is zo geboeid door het betoog van de voorzitter dat hij een uitnodiging krijgt diezelfde avond op televisie te verschijnen. Heer Bommel wil een pakkende toespraak uit het hoofd gaan leren, die Tom Poes nog moet schrijven.

Tom Poes is intussen na wat rondvragen bij de ouwe Salem beland. Het wordt een moeizaam gesprek over de tocht over het Zwarte Water in een boot, die kwam met een vreemdeling. Apoka is bezig te vergaan door wilde wringerds[8] en vernietigend vuur, maar in de andere wereld groeien dubloenen aan de struiken en is het vuur alleen maar bedoeld om je te warmen. Salem heeft persoonlijk de boodschap van de mysterieuze vreemdeling doorverteld: "Elleloejah". Tijdens het eten op kasteel Bommelstein belooft Tom Poes iets op papier te zetten over het land dat door vuur en wringerds bezig is te vergaan. Heer Bommel wijst op gezang in de nacht en bestolen winkeliers en heren die blauwe enveloppen krijgen. De eigen problemen van belastingen, ruimtegebrek en stakingen zijn al erg genoeg. Die vreemdelingenproblematiek kan er niet meer bij.

Op het stadhuis heeft ambtenaar eerste klasse Dorknoper de burgemeester volledig klem gezet. Omdat de vreemdelingen geen grens zijn gepasseerd, zijn het geen buitenlanders. En het is de plicht van de overheid om hulpbehoevende gemeenteleden bij te staan. Op het kasteel verheugen kruidenier Grootgrut en bediende Joost zich inmiddels op het televisieoptreden van de kasteelheer later die avond in Boven het Nieuws. Zelf heeft heer Bommel tijdens de uitzending duidelijk last van plankenkoorts. Maar na een rommelige start vindt hij de tekst van Tom Poes waarin tot verbazing van de burgemeester wordt opgeroepen de arme vluchtelingen uit Apoka bijstand te verlenen. Het gemeentebestuur krijgt een pluim op de hoed. De burgemeester is aangenaam verrast, maar andere leden van de Kleine Club, zoals Grootgrut, de markies en de krantenmagnaat, zijn zeer negatief. Regisseur Onderdensteen wordt zelfs met zendtijdvermindering bedreigd door de heer O. Fanth Mzn. De televisieman is echter aangenaam blij met de enorme respons op de uitzending.

Op het kasteel Bommelstein trekt bediende Joost zijn conclusies en pakt zijn koffer. Heer Bommel is dan al verbijsterd teruggekomen, in het besef dat hij gezegd heeft wat er geschreven stond door Tom Poes. En hij heeft iets gezegd over het verpapte leven in Rommeldam, maar niets over blauwe enveloppen en geschreeuw in de nacht. Heer Bommel weet niet meer wat er van hem zal worden, omdat hij dit niet van Tom Poes had kunnen denken. Tobbend valt hij in slaap in zijn leunstoel. De andere ochtend laat wordt hij door het open venster getroffen door een tomaat op het hoofd. De worp komt uit een groep opgewonden landbouwers, maar ook de voorzitter van de Kleine Club staat onder het raam en dringt erop aan vrijwillig voor het lidmaatschap van de herensociëteit te bedanken. Op de Kleine Club is volgens de voorzitter geen plaats voor alternatieve radicalen. Aan de achterdeur heeft zelfs middenstander Grootgrut zijn beginselen en hij zegt de leverantie aan kasteel Bommelstein op. Bij het passeren van zijn buurman, de markies, hield laatstgenoemde een zakdoek tegen de neus. In een diepe tweestrijd besluit heer Bommel stilletjes langs zijn buurvrouw, Anne Marie Doddel, te sluipen. Die vraagt vriendelijk wat hij van haar bloemen vindt. Heer Bommel mompelt madeliefjes, maar zelf houdt ze het op Leuk Antemum of zo[9]. Een dame met een baby uit het buitenland heeft gisteren bij haar gelogeerd en vond ze ook prachtig. Heer Bommel krijgt een bloem voor zijn knoopsgat, net goud. Na ontvangst loopt hij verder omdat zijn buurvrouw nog wel over de televisie-uitzending zal horen, die ze niet heeft gezien. Heer Bommel sjokt verder de wijde wereld in totdat Tom Poes hem achter een boom gezeten gedag zegt. De twee vrienden hebben een groot verschil van mening over de gehouden televisietoespraak, maar Tom Poes redt zich eruit door te zeggen dat hij heeft opgeschreven wat, naar hij dacht, heer Bommel bedoelde. Heer Bommel gilt dat ze weg moeten, maar Tom Poes riposteert dat ze inderdaad daar weg moesten, weg uit Apoka. Tom Poes stelt voor naar het Zwarte Water te gaan waar de oude Salem gezeten is. Heer Bommel loopt berustend met hem mee. De grijsaard is blij Olie Boemel te zien en vraagt vriendelijk de dubloenen te laten zien die de jonge vluchtelingen zo hard nodig hebben. Hij wijst Tom Poes en heer Bommel naar het Zwarte Water. Op een bord staat geschreven:

Sgip naar andre weereld. As tie hier niet is istie ergus aanders.

Heer Bommel wordt aan de oever herkend en hartelijk begroet door een nieuwe groep vluchtelingen, die zich erover verbazen dat "Boemel" daar al is.

Hier onderhoudt Wammes Waggel, die van oorsprong veerbaas is[10], de veerdienst van en naar de overkant. Aan de overkant zijn de passagiers, dat moet heer Bommel toch weten! Hij heeft alle Apoka's al overgezet. Ze betalen de veerman met leuke jasjes en gombaknollen. Heer Ollie verliest zijn evenwicht wanneer hij zijn eigen stem vaag om hulp hoort roepen en wordt door het water meegenomen en belandt in het vreemde Apoka, overheerst door vulkanen en wringerds, planten die de leden van de bevolking proberen in te snoeren. Bommel spoelt aan op het strand, en wordt daar vriendelijk gered door Salem Ochtendrood. Heer Bommel verhaalt van zijn land van lente en gouden doddelbloemen. Salem heeft belangstelling voor dubloenen. In Apoka ziet heer Bommel vreselijke vulkanen en wilde wringerds. Salem besluit een stamdag te houden. Daarop verhaalt heer Bommel onder massale belangstelling van een andere wereld zonder vulkanen en wringerds, waar het steeds prettiger wordt en voor iedereen wordt gezorgd en geld geen rol speelt. De bijeenkomst wordt verstoord door een aanval van een wringerd op Klaas Valdimoro, waarbij heer Bommel zelf maar ternauwernood ontsnapt. Heer Abbas laat heer Bommel zijn landgenoten zien die omstrengeld zijn door wringerds en die zo gedwongen zijn wringerdbladen te eten, waarbij ze zich niet meer kunnen bewegen. Heer Bommel vindt dat geen leven en heer Abbas is het daar mee eens. Dan vluchten de bewoners maar weer naar de vulkanen. Dat hulp urgent is begrijpt heer Ollie meteen en hij besluit de Apoka's naar de overkant te begeleiden en de boot van Wammes te zoeken. Hij raakt andermaal te water door een vulkaanuitbarsting, maar wordt door de bekwaam roeiende Wammes en Tom Poes gered. Hij klaagt tegen Tom Poes dat hij drie dagen in Apoka is geweest zodat hij niet begrijpt dat Tom Poes vindt dat hij snel is gered. De inwoners van Apoka zijn wel blij heer Boemel te zien, die er zelf ook erg blij van wordt. Heer Bommel draagt Wammes op meer vluchtelingen te gaan halen, maar volgens de veerman zijn ze nu op. De oude Salem is er ook al.

Kwetal heeft intussen spijt gekregen van het weggooien van zijn oloroon. Hij legt Pee Pastinakel uit dat hij een beetje iebel was geworden door het gezang van Lut Lierelij. Kwetal probeert met een magneet de oloroon weer op te vissen. Het is zwaar werk maar het lukt hem en hij stopt hem in zijn rugzak en trekt weer verder onder het eindeloos sitaarspel van Lut. Hierna wordt het water weer de plas die het ooit was, alsof het nooit het Zwarte Water geweest is. Wammes Waggel roeit weg om elders veerman te worden. Maar de gevolgen zijn hiermee niet opgelost. Heer Bommel klaagt tegen Kwetal over een gat in zijn innerlijk. Kwetal vindt dat niet erg voor iemand met zo’n groot denkraam. De bewoners van de andere wereld zullen echter altijd achter blijven lopen. Kwetal zit zwaar in de moeilijkheden, die hij binnen een jaar moet zien op te lossen. Het is heel moeilijk om ongedaan te maken wat men heeft gemaakt. De oloroon is echt te zwaar geworden voor hem om mee te blijven sjouwen. Gelukkig kan heer Bommel bijpraten met Tom Poes op de lange wandeling terug van het Zompzwin naar de stad. Tom Poes concludeert dat Kwetal met de drie dagen verschil veel schuld heeft. Anders zou de andere wereld er misschien nooit geweest zijn.

Burgemeester Dickerdack komt heer Ollie en Tom Poes ophalen, blij als hij is met de toespraak op de televisie, wat in zijn ogen de omslag betekende in de publieke opinie voor het vreselijke lot van de Apoka's. Veel andere Rommeldammers hebben ook het goede van heer Ollie ingezien. Heer Bommel moet voorzitter worden van de Gemeentecommissie tot hulp aan de Andere Wereld. Hij krijgt bovendien een lift aangeboden in de dienstauto, waarbij Tom Poes alleen maar steeds "Hm" zegt. Op het kasteel komt de voorzitter van de Kleine Club, dat is de uitgever van de Rommeldamse Courant, om een interview smeken met zijn journalist Argus. De televisietoespraak heeft veel losgemaakt bij het lezerspubliek. In haar huisje las mevrouw Doddel over haar buurman. Dapper is hij, knap maar wel erg verlegen. Haar gast Klaasje Dorado zei: "Boemel is overal waar hij nodig is, Elleloejah." In zijn gehuurde zit-eetkamer leest Joost de woorden van heer Bommel, die het weer zo mooi kon zeggen. "Hij weet als een heer die alles onderzoekt wat het betekent als men een reddende hand krijgt toegestoken." Joost besluit na het lezen van de krant zijn diensten weer aan te bieden op het kasteel.

Wanneer Joost terug is op het kasteel, kan er een feestmaal worden gegeven voor de burgemeester, buurvrouw Doddeltje en haar logé Klaasje Dorado en Tom Poes. Kruidenier Grootgrut heeft korzelig zijn leveranties hervat. Burgemeester Dickerdack vertelt dat de steun van heer Bommel voor hem van grote waarde is geweest. Klaasje zei: "Elleloejah, Boemel heeft ons de weg gewezen naar deze wereld waar alles beter is." De burgemeester wil drinken op heer Bommel, maar Tom Poes zegt: "Hm". Mevrouw Doddel gaat klappen en de gastheer neemt het woord. De televisietoespraak kwam meer van het papier van Tom Poes dan uit het hart, maar daarna heeft hij zelf om hulp geroepen. Hij stelt voor op het welzijn van alle Apoka’s te drinken, met instemming van de burgemeester.

Tijdreis

In het verhaal wordt een tijdreis gemaakt. De bewoners van Apoka komen naar Rommeldam en vertellen van een geruite vreemdeling, die Boemel heet en hen verteld heeft over het goede leven in Rommeldam. Als Bommel later in Apoka komt, zijn alle bewoners nog daar en hij vertelt hen over Rommeldam. Er zit zelfs een opzettelijke doublure in het verhaal: strip 0457 (waarin een nieuwe groep vluchtelingen Bommel begroet, voordat hij in het water valt) is vrijwel identiek aan strip 0479 (waarin hetzelfde gebeurt nadat Bommel door Tom Poes en Wammes Waggel gered is).

Voetnoten

Hoorspel

Voorganger:
De toekomer
Bommelsaga
17 april 1979 - 11 juli 1979
Opvolger:
De Unistand