Heer Ollie en een Bommelding

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Ollie[1] en een Bommelding (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Een Bommelding) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 9 mei 1983 met een aankondiging, waarna de volgende strips vanaf 22 juni tot 17 september van datzelfde jaar verschenen. [2] Het thema is de levensopdracht van heer Bommel.

Verhaalaankondiging

De herbouw[3] van het stadslaboratorium was door de schenking van heer Bommel in het voorafgaande verhaal al in volle gang. De geleerden professor Prlwytzkofsky en Alexander Pieps zijn intussen tijdelijk ondergebracht bij het Meteorologisch Instituut van de stad Rommeldam. De hoogleraar neemt stratusbewolking waar die bovendien elektrisch is geladen. Er is kans op het ontladen van een bolbliksem boven het kasteel Bommelstein. Heer Bommel voelt wel dat er iets drukkends in de lucht zit, maar hij besluit tot 22 juni zijn werkzaamheden voor ontspanning in te ruilen.

Het verhaal

Wanneer Tom Poes op een ochtend het kasteel Bommelstein passeert, ziet hij zijn vriend tobbend naar de donkere lucht staan turen. Hij heeft een donkere wolk boven zijn hoofd bemerkt. Heer Bommel spreekt van zijn taak als heer om misstanden te bestrijden en de zwakken te steunen. Tom Poes zegt hierop slechts: "Hm". Zijn vriend meent zelfs ooit een officieel schrijven dienaangaande te hebben en zoekt verder vruchteloos op zijn zolder naar deze opdracht die hij eens ontvangen moet hebben. Hij besluit vervolgens een frisse wandeling te maken rond zijn kasteel, maar wordt door twee akkerbouwers ruw bejegend en als ‘kale ophakker’ in het water geworpen. Commissaris Bulle Bas schrijft hem vervolgens ook nog eens op wegens het verontreinigen van de rivier. Thuisgekomen treft hij bediende Joost buiten aan tijdens het lezen van de krant. De kasteelheer geeft opdracht een heet bad in gereedheid te brengen. Zijn bediende riposteert dat het hete water op is na zijn douche wegens een lelijke spit. Bovendien verwacht hij elk moment bezorgend kruidenier Grootgrut. Laatstgenoemde komt inderdaad voor het laatst opdraven. Het wordt hem te veel en voortaan dienen de klanten hun boodschappen te komen halen in zijn moderne supermarkt in de stad. Ook de overheerlijke grutsprits is uit de schappen, want de fabriek is overgenomen door de Yakida Koekfabriek. Terwijl heer Bommel mismoedig naar binnen loopt, informeert bediende Joost nog eens naar de Angorijnse foezel.

Heer Bommel besluit intussen een koude douche te nemen. Hierbij wordt hij gestoord door de aanbellende ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Die komt de met een badhanddoek bedekte kasteelheer waarschuwen voor nieuwe belastingen. De gemeenteraad heeft in het kader van weeldebelasting een woon-en tuincijns ingesteld. Het is een vorm van eenvormigheidsnivellering. De ambtenaar laat met zijn aanslagen een zwaar getroffen heer achter. Hij raakt in gesprek met Tom Poes en samen bekijken ze de donkere lucht boven het kasteel. Tom Poes deelt hem mede dat heer Bommel een opdracht zoekt, waardoor de ambtenaar overweegt dat zijn aanslagen dan wellicht foutief zijn. Ze zijn gebaseerd op een nietsdoende kasteelheer. Laatstgenoemde bekijkt hoofdschuddend de aanslagen en noemt het ellende.

Ook professor Prlwytzkofsky begeeft zich naar het kasteel om de daar hangende donderwolk nader te bestuderen. Alexander Pieps gaat met een antiseparier-isolator [4] achter een van de westelijke toren neergedaalde bolbliksem aan, terwijl Tom Poes en Joost geschrokken dekking zoeken tegen de kasteelmuur. Er ontstaat na een ontploffing een groot zwart gat, van waaruit ozonwolken opstijgen. Van daaruit verschijnt een zekere Pijk Paknemer, de besteller, die een pakketje voor ene 'Olie Bomel' heeft en beweert dat hij met de metro is gekomen. Hoewel de adressering bij bestudering door Tom Poes onder het uitspreken van zijn stopwoord: "Hm" verandert in 'Alfrik Krag te Tater' besluit heer Ollie de taak van Paknemer over te nemen. Hij overweegt hierbij dat hij zelf ook een boodschap heeft, die hij nu even niet vinden kan. Maar hulp bieden aan ongelukkigen, kan hij zich wel herinneren. De pakjesbezorger legt binnen in het kasteel uit dat de bestellers van de ondergrondse niets dan kommer en kwel[5] ondervinden met de foutieve namen en de adressen. Maar nu wordt bij Pijk een pakje van zijn hart genomen. Hij vertrekt weer naar de ondergrondse en Joost blijft zitten met de thee en de visitekoekjes, die even later door een onderaards gedreun ter aarde storten. En dit terwijl heer Bommel en Tom Poes elkaar uitleggen dat er geen ondergrondse bestaat in de wijde omgeving. Joost houdt het nu toch op een trein. Want in zijn jeugd woonde hij bij een station, maar zijn werkgever heeft het over een aardbeving. Omdat Joost in zijn jeugd naast een station heeft gewoond, besluit hij de verkeerspolitie te bellen. Ambtenaar eerste klasse Dorknoper komt de volgende ochtend persoonlijk langs en kan buiten dan al niets meer vinden en waarschuwt de bediende dat hij zo de kans loopt in de arbeidsongeschiktheid te geraken. Tom Poes gaat ter plekke van de blikseminslag op onderzoek uit en heer Bommel zoekt ‘Tater’ op in zijn atlas.

Er blijkt inderdaad een ondergrondse onder Bommelstein te lopen en heer Ollie en Tom Poes dalen de nieuw ontstane trap af, terwijl Joost de verkeerspolitie heeft gebeld om er een eind aan te maken. De twee vrienden reizen zodoende na een tijd wachten op het ondergrondse station naar Tater.[6] Tom Poes slaapt en is daarom te laat met uitstappen, maar heer Ollie vindt de vervallen woning van Alfrik en Aka Kug. Hier blijken grote misstanden te heersen, aangezien de heer des huizes in een monster veranderd is, gevangen aan een ketting. Heer Ollie tracht Aka Kug te helpen om kruiden te zoeken, maar zij blijkt een zeer dwingend karakter te hebben, tot uiterste vermoeienis van de helpende heer. Omdat haar invalidenwagentje in een worsteling tussen heer Bommel en Alfrik eerder in het ongerede is geraakt, neemt de kasteelheer de opdracht aan haar een berg op te dragen. Onderweg laat het vrouwtje door middel van haar stokje duidelijk blijken dat zij de baas is. Heer Bommel moet veel bessen plukken, die het vrouwtje opeet en daardoor steeds zwaarder wordt. Volkomen uitgeput voltooit de kasteelheer de weg terug op handen en voeten, met het vrouwtje met haar stokje bovenop hem gezeten. Gelukkig weet Tom Poes het ontspoorde huishouden ook te vinden. Hij is een station later uitgestapt op het Station Gele Vang en rent door De Zwarte Bergen uren terug naar Tater. Hij merkt op, na een getoonde trouwfoto, dat niet Aka, maar Alfrik het slachtoffer is. Hij maakt de man los van zijn ketting en zo vindt Aka haar Alfrik als ze thuis komt. In de vechtpartij tussen de twee echtelieden pakt Tom Poes uiteindelijk de staf van Aka af en raakt Alfrik op de juiste plaats op zijn lijf, waarna hij leeglopend terugkeert tot zijn normale proporties. Hij kan nu ook weer verstaanbaar praten en vraagt beleefd om de ‘rotting’ de toverstaf. Hij claimt dat die van hem is, maar Tom Poes besluit de staf te breken omdat die tot monstervorming in dit huwelijk heeft geleid. Hij weet zijn vriend weer langzaam bij bewustzijn te brengen na diens vermoeiende tocht. Intussen vechten de twee echtelieden elkaar het huis uit. Alfrik besluit de wijde wereld in te trekken, terwijl Aka met een bijl het huis aan het omhakken is. In alle consternatie blijkt het pakje nu geadresseerd te zijn aan Bor Bolderik te Gele Vang. Heer Bommel hoopt inmiddels op een versterkend maal en het terugvinden van zijn eigen Boodschap. Tom Poes stelt nu voor het pakketje op de post te doen, maar heer Bommel slaat dat voorstel af. Ze slagen er echter niet in de ingang van de metro te vinden, zodat ze nu moeten lopen naar de Gele Vang. Ze krijgen bij een kampvuurtje eten aangeboden van de herder Klover, die uitlegt dat de ingang van de metro vaak lastig te vinden is. Er is vaak een inslag voor nodig en de wisselpakjes duiken wel vaker op. Hij geeft het advies er voorzichtig mee te zijn.

De andere dag spreekt de herder filosofisch tot zijn vuurtje: "Stof keert terug tot stof, asjes tot asjes". Hij geeft de twee vrienden brood mee als ontbijt en drukt ze op het hart in het vervolg zelf eten mee te nemen. De wisselpakjes zijn lastig en Bor Bolderik zit zelf in grote moeilijkheden. Tom Poes holt de schaapherder nog achterna, die uitlegt dat het pakketje een wisselpakje is, verzonden door iemand die niet weet wat hij bedoelt, waardoor de adressering steeds zal veranderen totdat een aangeschrevene wel begrijpt wat er bedoeld wordt. En de bestellers van de ondergrondse nemen iemand graag te pakken. Persoonlijk steekt Klover er zijn kampvuur mee aan. Na enig nadenken herinnert Tom Poes zich weer de naam van de postbesteller op het kasteel Bommelstein en hij holt zijn vriend achterna. Maar omdat heer Bommel niet rechtdoor is gegaan, zoals Tom Poes had geadviseerd, zijn de twee vrienden elkaar kwijtgeraakt. Heer Bommel zwoegt op een kronkelweg omhoog. Hij overdenkt zijn eigen boodschap, het helpen van hulpbehoevenden en "beloofd is beloofd".

Heer Ollie is intussen Bor Bolderik tegen het lijf gelopen en deze blijkt Balderik Bar te heten en een schurk te zijn. Heer Bommel sjouwt Bor eerst nog met zijn zware zak verder omhoog naar een berghut. Tom Poes wordt intussen op zijn weg staande gehouden door een lid van de BP (de Bergpolitie). Hij krijgt de instructie om uit de buurt te blijven. Binnengedragen komt Bor bij kennis en zegt onschuldig te zijn. Hij barricadeert de berghut en vraagt zijn redder om hulp. Hij moet aan zijn achtervolgers de naam Balderik Bar opgeven, waarna hij zelf met zijn grote zak uit de hut verdwijnt. De bergpolitie doet met een stormram de hut instorten, waarna de achtergebleven heer als zijn naam Bar opgeeft. Dat klopt volgens de bergpolitie, maar niet volgens Tom Poes, die het tafereel gadeslaat en een duister figuur met een grote zak ziet wegsluipen. Hij hoort hem in zichzelf mompelen dat hij Bar de Boze is. Tom Poes laat hem struikelen en bindt hem vast met de zak, die hij eerst heeft leeggeschud. Naast munten en sieraden bevatte de leeggeschudde zak ook het wisselpakje, waarvan het adres weer is veranderd. Het nieuwe adres geeft Tom Poes heel veel te denken. Hij laat de buitgemaakte buit en de gebonden rover achter en gaat op zoek naar heer Bommel. Hij vertelt aan politieman S5, die hem eerder heeft tegengehouden, dat hij de echte Bar heeft gevonden. Deze majoor Sturkjaard van de BP is niet echt onder de indruk. Tom Poes legt echter uit dat in de aangetroffen buit ook een pakje zat voor heer Olivier B. Bommel. En die is nu juist gevangengenomen. De majoor treft man en buit aan op de plaats, die Tom Poes hem laat zien. Hij is echter nog steeds niet overtuigd, waarop Tom Poes hem adviseert de stad Rommeldam te bellen en een signalement op te vragen van heer Bommel, een heer van stand voor wie geld geen rol speelt.

Heer Bommel zit intussen terneergeslagen in een cel, op zoek naar zijn verdwenen Boodschap. De onschuldige bleek een heks en de laatste onschuldige een rover. Majoor Sturkjaard begint het verhaal van Tom Poes te geloven, want zijn nieuwe gevangene past beter dan de dikke in het verhaal van de rover, die door vluchtgangen kruipt. Bar wordt naast heer Bommel opgesloten, die vervolgens wordt vrijgelaten omdat Rommeldam zijn signalement heeft bevestigd. Op aandringen van Tom Poes krijgen ze het wisselpakje mee, omdat het bewijs al zwaar genoeg was. Tot zijn verbijstering leest heer Bommel als nieuw adres "Olivier B. Bommel. Politiebureau Gele Vang, Zwarte Bergen."

Door de uitleg van Tom Poes over Pijk Paknemer en wisselpakjes, neemt de toorn van heer Bommel toe. Maar het pakje bevat echt een handleiding voor een heer. "Voorschriften voor een heer," staat er boven. "Bestrijden van misstanden, helpen van zwakken, bijstaan van weduwen en wezen, beschermen van onschuldigen, nood lenigen van armen." Tom Poes raapt het document op en herkent het handschrift. Het is wel de Boodschap, maar niet van een wereldorganisatie maar van heer Bommel aan zichzelf. Na een fikse wandeling bereiken ze aan de rand van de Zwarte Bergen een bovengronds treinstation. Heer Bommel overweegt dat hij zelf de sukkel is geweest, die zichzelf een opdracht heeft gegeven, zonder te weten wat hij bedoelt. Tom Poes stelt dat de schade wel meevalt. Alleen Joost is verder nog op de hoogte en die is vast heel blij als hij de metro kan vergeten.

Beidende Joost heeft een tuinzitje ingericht bij het kasteel Bommelstein: ochtendkrantje , glaasje port, sigaartje en een zonnebril op het hoofd. Hij wordt gestoord door ambtenaar Dorknoper. Laatstgenoemde komt doodkalm zijn excuus maken. Hij heeft het bedrijf ter voorkoming van frauduleuze Bommeldingen verward met Bommel . De ambtenaar had het adres verkort tot "Bommelding". En nu is de werkgever ondergedoken en treft hij diens werknemer buiten in de tuin aan. Joost is echter bereid de foutieve aanslagen terug uit het kasteel te halen zodat de fout van de ambtenaar kan worden hersteld. Zelf spreekt de ambtenaar over het feit dat fouten maken door ambtenaren problematiserend is, welk feit nu kan worden ingekaderd. In de stukken treft Dorknoper ook nog een post "vermakelijkheidsbelasting" aan, waarvan bij heer Bommel toch al geen sprake kan zijn. Met Joost spreekt hij af dat het tuinzitje en de papieren ‘onder ons’ zullen blijven.

Joost besluit vervolgens haastig het zitje af te gaan breken. Dat lukt niet erg snel, zodat hij wordt betrapt door de terugkerende heer Bommel en Tom Poes. Joost doet het nu voorkomen alsof het tuinzitje voor hen was bestemd. Heer Bommel is gaarne bereid dat te geloven en laat zich onderuitzakken in de tuinstoel, maar Tom Poes zegt: "Hm". Joost biedt hun beiden nog een extra stoel aan, een lunch en een glaasje grenadine voor de jongeheer. Heer Bommel vindt Joost een wonder maar Tom Poes vindt hem een jokkebrok, want het portglas was half leeg. Heer Bommel wijst hem terecht. Ze hebben net geleerd dat onschuldigen heksen of rovers zijn. Gelukkig kan heer Bommel zijn opdracht nog vinden en hij besluit er nog bij te schrijven dat alles anders is dan het lijkt. De opdracht zal hij bij testament aan Tom Poes vermaken. Hij drinkt op de gezondheid van Tom Poes, want zonder hem had hij deze laatste zin niet kunnen bijschrijven.

Verhaaluitleiding

De avonturen[7] hadden heer Bommel echter sterk aangegrepen. Dagenlang zat hij nog lusteloos bij zijn haard, zodat Joost zich zorgen maakte. Hij vroeg of hij een boek moest halen uit de bibliotheek of dat hij een geneesheer moest ontbieden? Hij kon het nietsdoen niet langer aanzien. Heer Bommel stelt echter dat hij altijd iets doet en nu aan het denken is. In de Bommelding, de belangrijke opdracht die hij zichzelf had gegeven, stond immers dat alles anders is dan het lijkt. Heer Bommel overweegt de wereld te verkleinen, zodat ook de problemen kleiner worden. Joost maakt sterk bezwaar. Dat is al eens eerder geprobeerd, door een magister in de zwarte kunsten. Als heer Bommel het verhaal is vergeten, besluit Joost dat het goed is dat de krant overgaat tot herpublicatie van De kniphoed.

Voetnoot

  1. De enige van de 177 verhalen met 'heer Ollie' in de titel.
  2. Op de website http://kranten.kb.nl zijn alle afleveringen terug te vinden. Zoek onder historische kranten naar: Heer Ollie en een bommelding pdf-formaat geeft het beste resultaat.
  3. De verhaalaankondiging op 9 mei heeft als uniek nummer 01334
  4. Met het uiterlijk van een schepnetje.
  5. Zie voor introductie van deze term: De Hachelbouten.
  6. Gelegen in de Zwarte Bergen, circa 80km ten oosten van Rommeldam.
  7. Op 20 september 1983 verscheen deze strip met het unieke nummer 01411 in het NRC Handelsblad.

Hoorspel

Voorganger:
De spalt
Bommelsaga
9 mei 1983 - 17 september 1983
Opvolger:
Heer Bommel en de zelfkant