Het Lemland

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het Lemland (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het Lemland) is een in 1961 verschenen verhaal van Tom Poes, geschreven door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 8 december 1960 en liep tot 8 februari 1961. Thema: illegale immigratie.[1]

Het verhaal

De winter viel vroeg binnen dit jaar. Op slot Bommelstein klapperden de luiken en de wind huilde klagend om de torens, maar binnen was het warm en gezellig. Comfortabel gezeten bij de open haard krijgt heer Bommel het verlangen om een zonnetje te verspreiden. Hij denkt aan een diner met bal na, maar dan dient bediende Joost eerst de plinten te schilderen en de plafonds te witten. Joost heeft echter zijn bedenkingen en heer Bommel gaat dan maar naar buiten om een mandje met voedsel en versterkende middelen in de stad Rommeldam te gaan uitdelen aan behoeftigen. Buiten ontdekt hij voetsporen naar zijn garage. Bewapend met een dikke tak struikelt hij de garage binnen. Die blijkt bewoond door ene Wobbe Lem, die klaagt dat de lui hier alleen maar aan zichzelf denken. En daar kan een Lem-alleen niets aan veranderen. Want de een heeft geen dak boven zijn hoofd en de andere heeft een huis voor zijn voertuig. Na enige verbale schermutselingen eindigt Wobbe buiten in de sneeuw met de mand etenswaren en de versterkende middelen. Binnen in het kasteel loopt de kasteelheer zijn schilderende bediende van zijn ladder en beveelt hem om de vreemdeling buiten naar binnen te geleiden. Heer Bommel meent dat hij binnen bediende Joost wat kan bijstaan in ruil voor onderdak en eten, maar voorlopig legt Wobbe zich op de kasteelvloer ten ruste.

Heer Bommel begeeft zich alsnog naar de stad, daarbij bediende Joost met de nieuwsgierige Wobbe Lem achterlatend. Laatstgenoemde vertoont opstandig en puberaal gedrag en tekent poppetjes in plaats van echt mee te helpen met het schilderen van het kasteel. In de Oude Schicht wordt heer Bommel staande gehouden door commissaris Bulle Bas. De politiechef onderzoekt sporen in de sneeuw, waarvoor de radio reeds heeft gewaarschuwd. Gelet op de afmeting noteert hij sporen van een lemming. Bovendien schrijft hij het vreemde commentaar van de kasteelheer over een Lem-alleen op.

Heer Bommel oppert nu in de Kleine Club de gedachte van een Olivier B. Bommel Huis voor de lemmingen, tot ontzetting van de aanwezige clubleden, burgemeester Dickerdack en ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Laatstgenoemde stelt dat er volgens de wet juist tegen dakloze zwervers moet worden opgetreden. Na een felle discussie besluit heer Bommel de reizende lemmingen dan maar in eigen huis onderdak te gaan aanbieden. Onderweg naar huis verwijst de kasteelheer een Lem-alleen dan ook door naar de torens van slot Bommelstein. Want dat is het Lemland.

In het kasteel zijn inmiddels meer familieleden en ze maken met boenwas een glijbaan, een sullebaan. Bommel wordt boos, maar op het moment dat Bulle Bas een nieuw groepje lemmingen ontdekt en wil arresteren, neemt Bommel het voor hen op. Bas keert zich om en zegt niks te kunnen doen nu de lemmingen uitgenodigd en dus niet dakloos maar gewenst zijn. Hij brengt ook de langslopende Tom Poes op de hoogte. Op Bommelstein worden lemmingen gehuisvest, maar Tom Poes ziet er nog geen kwaad in, totdat een radioboodschap zijn mening doet herzien. De lemmingen zijn klein van gestalte en spreken een noordelijk dialect, het Ainopluk.

Maar ook Joost is de lemmingen zat en waarschuwt de politie. ”Mijn plicht als burger gaat me hoger dan mijn plicht als werknemer.” Vervolgens neemt hij zijn ontslag. Bommel roept tot Joost nog dat de lemmingen zijn gasten zijn, "al zou de hele familie Lem hier komen logeren". Van deze opmerking zal hij spijt krijgen. Grootvader Lodder Lem roept telepathisch alle lemmingen op richting Bommelstein. De lemmingen menen nu echt dat Bommelstein het Lemland is.

Duizenden lemmingen bestormen nu slot Bommelstein, omdat ze denken dat het Lemland is en denken dat Bommel hen heeft uitgenodigd. Commissaris Bulle Bas kan in zijn eentje niets tegen de massa’s lemmingen uit richten en wordt onder de voet gelopen, terwijl Tom Poes de massa weet te ontlopen. Ook hij krijgt van de trekkende dieren te horen dat Bommelstein Lemland is. Burgemeester Dickerdack geeft na rapportage door commissaris Bulle Bas, laatstgenoemde de opdracht om slot Bommelstein met al die duizenden lemmingen goed te bewaken.

Heer Bommel kan niet meer in zijn eigen kasteel wonen. Zelfs de ochtendpap gaat naar de lemmingen. Wanneer de gasten Bommelstein volledig hebben uitgewoond storten ze zich op de stad Rommeldam. De winkel van kruidenier Grootgrut wordt op klaarlichte dag uitgeplunderd. Heer Bommel kreeg reeds de schuld van dit alles en is reeds als dakloze opgesloten. Maar dan krijgt Tom Poes een lumineus idee. Hij haalt zijn vriend in de totale verwarring uit de gevangenis en zoekt een timmerman.

Hij laat timmerman Wammes Waggel[2] wegwijzers naar Lemland maken. Samen gaan Tom Poes en heer Bommel de wegwijzers plaatsen. De hele zwerm volgt de bordjes en trekt de stad uit. Tom Poes legt zijn vriend vervolgens uit dat de borden naar het noorden moeten gaan wijzen, richting de kust. De menigte trekt zo nog rakelings langs het buiten van de markies de Canteclaer. Heer Bommel probeert zijn laatste bordje zo te laten wijzen dat de lemmingen de kust blijven volgen. Maar die trekken collectief het water in en zwemmen weg. Want “Lemland ligt achter grote water, dat weet iedereen.” De laatste lemming bijt de waarschuwende heer Bommel in zijn vinger en zwemt weg. De kasteelheer spoelt aan op het strand.

Bulle Bas doceert dat het lemmingprobleem niet opgelost kon worden zolang ze over het land verspreid waren. Door Bommels 'sluwe list' zijn de lemmingen op een plek geconcentreerd en verlaten ze zelfs vrijwillig het land. Bommel is dan ook de held van de dag en wordt in het zonnetje gezet, al was het idee van Tom Poes. Werknemer Joost is trots op zijn baas teruggekeerd en serveert op het kasteel een maaltijd uit blik voor de markies, de commissaris en de twee vrienden. Heer Bommel vindt dat men wel moet doen aan een enkeling, niet aan de massa. Want de massa wil altijd naar het Lemland, waar alles beter is.

Voetnoot

  1. Een andere bijzonderheid is dat het vermeende suïcidale gedrag van lemmingen erin wordt beschreven. Dit gedrag vertonen lemmingen niet, maar deze stadssage is door een Walt Disney-documentaire White Wilderness de wereld in geholpen, en overgenomen in dit verhaal.
  2. W.Waggel “Timerij en sagerij”

Hoorspel

Voorganger:
De toornviolen
Bommelsaga
8 december 1960 - 8 februari 1961
Opvolger:
De gezichtenhandel