Het boze oog

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het boze oog (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het boze oog) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 18 oktober 1961 en liep tot 19 december van dat jaar.

Het thema is kwaadspreken als bron van alle kwaad.

Het verhaal

Aan de andere kant van de Zwarte Bergen ligt de landstreek Lammermoer, een kale vlakte met mistige vennen en drijfzand. De bewoners van dit gebied voorzien in een karig bestaan door het kweken van dopheide. Heer Bommel is met de Oude Schicht onderweg naar dit gebied, om samen met Tom Poes te genieten van een korte vakantie. De bestemming is het dorp Ooikooi op de Lammermoerse heide.[1] Ze zijn onderweg naar een eenvoudig en rechtschapen boerenvolk, met een goed ontwikkeld gevoel voor goed en kwaad. Hoewel ze op zich gastvrij zijn voor vreemdelingen, benaderen ze hen ook met argwaan. Ze zouden tenslotte met hun afwijkende gedrag weleens het boze oog uit kunnen dagen.

Dit boze oog ondervindt heer Ollie aan den lijve en hij loopt van het ene ongeluk naar het andere. De bewoners van het dorpje Ooikooi zien het gebeuren gelaten aan, bang als ze zijn voor het boze oog van Moen. Dit is een voormalige dorpsgenoot die wegens zijn gedrag zwart gemaakt is. Zijn huis is in brand gestoken en hij woont nu samen met wat lotgenoten in het nabije bos. Nadat heer Ollie de zoveelste beproeving heeft ondergaan stelt hij zich aan het hoofd van de Ooikooiers om de zwarte bosbewoners eens een lesje te leren, waarmee hij lijnrecht tegenover zijn jonge vriend komt te staan. Omdat Tom Poes een ongevaarlijke brand sticht in het dorp moet de strafexpeditie onverrichter zake naar huis terugkeren.

Tom Poes heeft de waarheid over de zwarten ontdekt dankzij de witte Abel, die verliefd is op de zwarte Ola. Ook merkt hij dat de zwarten en Abel rode tongen hebben dankzij het drinken van het aftreksel van puimkruid. Het blijkt dat de witten daarentegen een zwarte tong hebben door het drinken van dopdroesem. Al die wijsheid staat in een boek dat Moen uit zijn zwartgeblakerde huis heeft weten te redden.

Door zijn relatie met een zwart meisje heeft Abel over zich afgeroepen dat hij zwart gemaakt zal gaan worden en Amram,[2] Abels vader, is al druk met de voorbereidingen bezig. Heer Ollie ziet gelukkig op tijd in, dat dit plan niet door zijn eigen goede vader goedgekeurd zou worden. Tom Poes verzint bovendien een list waardoor Abel zijn droeve lot zal ontlopen en er enige verzoening zal zijn tussen zwarten en witten. Hij mengt het puimkruid aftreksel met de dopdroesem en dat brengt het juiste effect. Op het afsluitend maal van herenigde witte heidebewoners en zwarte bosbewoners doceert Heer Bommel dat kwade krachten niet bestaan. Als hij daarbij ook nog zijn pijp aansteekt worden de twee toeristen van tafel gejaagd.[3] Moen begeleidt de twee vrienden naar hun automobiel en hij legt uit dat puimkruid maar kort werkt en dat hij liever heeft dat de zwarte tong zich tegen vreemdelingen keert, die altijd terug kunnen naar eigen huis en haard, dan tegen plaatsgenoten. In de gebutste Oude Schicht rijden de twee vrienden samen treurig gestemd huiswaarts.

Voetnoot

  1. Hemelsbreed 75 km ten noordoosten van de stad Rommeldam, ingeklemd tussen de zee en de Zwarte Bergen.
  2. Met zijn spreuk: “Er is geen berouw zonder zonde.”
  3. De ter plaatse heersende opvatting over het smoren van tabakskruid doet denken aan die van de Zwarte Zwadderneel.

Hoorspel

Trivia

  • De naam Lammermoer is ontleend aan Lammermuir in Schotland, dat vooral bekend is door de roman The Bride of Lammermoor van Walter Scott. Deze naam betekent: groot braakliggend terrein. De Nederlandse naam betekent Lammerheide en de bewoners hebben dan ook de gedaante van schapen en ze zijn rechtschapen (maar er zijn er ook die kromschapen zijn). De plaatsnaam Ooikooi is een woordspel met Schaapskooi. Het is niet duidelijk of Toonder ook aan malle moer dacht.
Voorganger:
De wezelkennis
Bommelsaga
18 oktober 1961 - 19 december 1961
Opvolger:
De niks