Het geheim van het noorderlicht

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het geheim van het noorderlicht (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het geheim van het noorderlicht) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 7 mei 1943 en liep tot 27 juli van dat jaar. Het thema is een oorlog om de schatten van de Noordpool.

In 1959 verscheen het verhaal als ballonstrip in 18 delen in de Revue. In 1988 verscheen het ook in de Donald Duck.

Het verhaal

Tom Poes is van plan wat te gaan vissen bij de stad Rommeldam. In een winkel voor scheepsuitrusting loopt hij kapitein Wal Rus tegen het lijf.[1] De kapitein vertelt over de problemen met zijn ouder wordende schip, de Albatros, dat hij van plan is na deze laatste reis te verkopen. Hij gaat met bananen voor de Eskimo's naar de Pegeleilanden, een paar graden zuidelijker dan de Noordpool. Hij verwacht een moeilijke reis met mist en ijsbergen. Bij een maaltijd van bruine bonen met spek vertelt hij Tom Poes over het Noorderlicht. Tom Poes wordt zo enthousiast dat hij mee gaat op de bootreis.

Op kasteel Bommelstein probeert Tom Poes heer Bommel ook mee te krijgen naar de Noordpool. Maar de twee krijgen ruzie. Heer Bommel past ervoor zijn jonge vriend nu weer uit de narigheid te moeten gaan halen op de Noordpool. Hij heeft zin om de zomer gezellig thuis door te brengen. Tom Poes wordt echt boos en antwoordt dat hij alleen op avontuur gaat deze keer. Hij vraagt zich in zijn huisje bij het inpakken af of zijn vriend oud aan het worden is.

Na het passeren van de Noordpoolcirkel komen eerst de ijsbergen en daarna volgt de mist. De matroos die op de uitkijk staat wordt even afgeleid door Tom Poes en zo ziet de kapitein zijn schip met halve kracht op een reusachtige ijsberg botsen. De bemanning gaat onmiddellijk in de sloepen, want de Albatros is reddeloos verloren. Tom Poes en als laatste de kapitein komen samen in het kleinste sloepje. In een storm verliezen ze een van de twee roeispanen en dobberen daarna uren stuurloos rond. Ze geraken met veel geluk via een gaatje in een ijsmuur in een groot binnenmeer, waarna ze uiteindelijk vaste grond onder de voeten weten te krijgen. Ze belanden in een sneeuwstorm en belanden uitgeput bij een hut, die wordt bewoond door Wammes Waggel. Laatstgenoemde heeft zijn veerdienst in het Donkere Bomen Bos in de steek gelaten om ijswafels te gaan verkopen aan de Eskimo's. Die lusten ze niet zodat hij nu noodgedwongen alleen wafels verkoopt, of ruilt tegen ijsberenhuiden in het nabijgelegen Eskimodorp. Maar Wammes Waggel heeft wel een brandende kachel en ijsberenhuiden, waaronder het drietal tevreden in slaap valt.

De andere morgen gaan ze gedrieën met een bepakte slee naar het dichtbijgelegen Eskimodorp, waar alleen de oude Sloomuk is achtergebleven. De andere dorpsbewoners zijn naar de Noordpool om het Noorderlicht te redden. Want als de zon 's winters is verdwenen, geeft alleen de grote diamant in het ijspaleis van Aino Kaino nog licht, het noorderlicht. Het viertal trekt door met Sloomuk op de slee naar het ijspaleis, maar daar aangekomen gaat Wammes Waggel buiten slapen omdat het zeven uur is. Sloomuk blijft buiten de wacht houden om de boze Eskimo's uit het zuiden de toegang te beletten. Tom Poes en kapitein Wal Rus lopen samen naar binnen. Laatstgenoemde gaat alleen verder om hun komst aan te kondigen. Maar hij struikelt en wordt gevangengenomen en bij de grote leider Aino Kaino gebracht. Die ziet hem als spion en laat hem opsluiten. Tom Poes ziet het toevallig gebeuren als hij zelf toch ook maar op onderzoek uit gaat.

Tom Poes zoekt Aino Kaino op en geeft zich uit voor een grote tovenaar uit het zuiden. Hij krijgt een zwarte zonnebril opgezet en mag mee om de grote diamant te aanschouwen die het noorderlicht uitstraalt. De grote leider legt uit hoe hij met een hefboom het beweegbaar dak open en dicht kan maken, al naar gelang de diamant al dan niet moet schijnen. Op dat moment komt Sloomuk binnenstormen en hij slaat alarm: De zuiderlingen komen eraan.

In zijn cel is kapitein Walrus boos op de 'overgehaalde traandrinkers met platgeslagen neuzen'. Hij heeft nog meer verwensingen, maar gelukkig komt Tom Poes hem bevrijden. Kapitein Wal Rus blijft nu achter bij de Eskimo's, terwijl Tom Poes de komst van de zuidelijke Eskimo's gaat gadeslaan. Tot zijn verbazing is hun aanvoerder Wammes Waggel, die schreeuwt dat zij de diamant willen hebben. Tom Poes licht de leider van de opstandelingen beentje, maar de Eskimo's lopen gewoon over hem heen. Wammes Waggel geeft ruiterlijk toe dat hij de zuidelijke Eskimo's de weg heeft gewezen, omdat hij dacht dat Aino Kaino de diamant had gestolen. Tom Poes keert terug in het ijspaleis en hoort daar dat de zuidelijke Eskimo's aan de winnende hand zijn. Tom Poes gaat nu regelrecht naar Rawlplug, de hoofdman van de zuiderlingen. Die gaat mee naar het ijspaleis en eist de diamant op. Tom Poes ontpopt zich als de wollige tovenaar en laat de diamant met een fakkel smelten. Hij stelt een ultimatum: De zuiderlingen moeten weggaan, anders smelt de diamant voorgoed. Wammes Waggel vindt het een leuk kunstje, een smeltende diamant, maar na ampel beraad trekken de zuiderlingen definitief terug. Wammes Waggel en Wal Rus komen erachter dat de noorderlicht-diamant is omgeruild door een ijsdiamant. Aino Kaino kan via zijn hefboom het noorderlicht weer laten schijnen en de zuiderlingen trekken toch nog opgelucht definitief terug.

Aino Kaino geeft als dank een feestmaal[2] aan Tom Poes, de kapitein en Wammes Waggel. Tom Poes vindt Rawlplug een domme kerel omdat niemand een zonnebril had opgezet bij het aanschouwen van de ijsdiamant. Omdat de Albatros is vergaan, moeten de Rommeldammers liften naar huis. Wammes Waggel moet zijn hemd uittrekken en kapitein Wal Rus zwaait ermee naar een passerend schip. Er wordt een sloepje uitgezet en ze mogen mee varen. Kapitein Wal Rus is aan boord van het schip erg blij dat het noorderlicht weer mooi schijnt.

Voetnoot

  1. Zie voor hun vorige toevallige ontmoeting: Het land van de blikken mannen.
  2. Zoute haringen, robbenlevertjes, platgeslagen stokvis met levertraan.
Voorganger:
De bergmensen
Bommelsaga
7 mei 1943 - 27 juli 1943
Opvolger:
De Bommelschat