Het huilen van Urgje

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het huilen van Urgje (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het huilen van Urgje) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 29 mei 1962 en liep tot 20 augustus van dat jaar. Thema zijn de problemen van het vaderloze gezin.

Het verhaal

Heer Bommel en Tom Poes gaan kamperen in het gebied achter het Donkere Bomen Bos. Daar strekt zich een wijd heuvelland uit, dat nog niet ontdekt is door de toeristenindustrie. Juist daar heeft heer Bommel besloten om te gaan kamperen en hij heeft mede voor het verrichten van enige werkzaamheden Tom Poes meegenomen. Samen rijdend in de Oude Schicht stuiten ze aldaar op de bekende Rommeldamse professor Prlwytzkofsky. Hij waarschuwt ze voor een onhoorbare geluidstrilling. Heer Bommel laat zich niet tegenhouden, omdat hij geen last meent te hebben van onhoorbaar geluid.

Heer Bommel verlekkert zich aan de door zijn bediende Joost samengestelde picknickmand. Maar het plateau krijgt beentjes en loopt weg. Even later gevolgd door een mand met wijn en kaas. Onder deze verdwijning komt een klein mannetje tevoorschijn, Hoppenkwintel , “zeg maar Hop”. Hij zoekt voedsel voor zijn jongste broertje, Urgje. Want Urgje heeft honger. En hun vader is al 300 jaar geleden weggegaan om gruwelwater te halen. Een poosje later is een ander klein mannetje bezig de tent van de twee vrienden te beschilderen. Hij noemt zich Hotterkwoot, “zeg maar Hot”. Hij doet het voor zijn broertje Urgje, die thuis bij ma is. Even later slentert heer Bommel pijprokend door het heuvellandschap. Daarbij wordt hij gestoord door een derde klein mannetje, Herrowindus, dat de pijp probeert uit te maken. Want Urgje kan niet tegen teer.[1] Maar de kasteelheer rookt toch door en krijgt nu de waarschuwing dat Urgje zal gaan huilen. Even later neemt de apparatuur van professor Prlwytzkofsky een supersonische trilling waar, die wel degelijk ook heer Bommel en Tom Poes pijn aan de oren doet. De broertjes Hot en Her maken heer Bommel inmiddels uit voor een dommerik, omdat hij Urgje aan het huilen heeft gemaakt. Heer Bommel besluit diep beledigd te vertrekken met de Oude Schicht. Onderweg zien ze een klein vrouwtje met geweld een boom omhakken. Het blijkt mevrouw Heul, de moeder van Urgofrodel te zijn, ofwel Urgje. Laatstgenoemde ligt zelf onderuitgezakt op de grond commentaar te geven. Hij moet smakelijk lachten als heer Bommel tevergeefs probeert de bijl op te tillen, die zijn moeder even later achteloos hanteert en vervolgens daarmee de boom velt.

Moeder Heul is ervan overtuigd dat het goed is dat iedereen zich uitslooft voor Urgje, om te voorkomen dat die gaat huilen. Heer Bommel en Tom Poes worden uitgenodigd knollenpap mee te blijven eten, maar op dat moment ziet heer Bommel zijn gestolen kip. Die staat echter klaar voor Urgje, die hem dan ook weer makkelijk afpakt van de kasteelheer en hem in een grote hap verorbert. Zijn moeder vertelt dat de grote jongen er nog van moet krimpen.[2] Urgje krijgt schik in heer Bommel en drukt hem zijn bord knollenpap in zijn gezicht. De kwajongen krijgt nu zelfs van zijn moeder een lichte vermaning. Tom Poes dringt er bij heer Bommel op aan elders te gaan kamperen en ze slaan hun tent dan ook een stukje verder op. Maar ook daar komt Urgje een kunstwerk van zijn broer kapotschoppen. Heer Bommel spreekt hem ernstig toe en Urgje gaat zoals voorspeld doordringend huilen.

Professor Prlwytzkofsky verdiept zich tijdens zijn veldwerk in het boek van dr.Schiml; ‘Het jeugdprobleem, gezien in het licht van de Flaptrultheorie.' Het ontwikkelingspeil van de massa gaat niet verder dan dat van een twaalfjarige. Daarom is het jeugdprobleem het probleem van de massa. Der Flaptrul is der volwassene met der kinderbrein. Bij toename van de trillingen rijdt hij terug in zijn driewieler naar zijn lab om zijn assistent Alexander Pieps en enkele onderdelen op te halen. Ook nemen ze een vat vol explosieven mee.

Heer Bommel heeft intussen Urgje aan het huilen gemaakt en hij heeft zelf nu ook hoofdpijn. Tom Poes legt daar verband tussen, maar zijn vriend ontkent dat met zijn logica dat hij dan schuld heeft aan zijn eigen hoofdpijn. Heer Ollie verwijt de moeder dat het jongste kind door haar wordt verwend en daarom een vaderhand nodig heeft. Het gevolg is dat hij door de talrijke broers dan ook gezien wordt als degene die de vaderhand aan Urgje kan geven. Laatstgenoemde rijdt voor zijn lol rond in de Oude Schicht met een afgezaagde uitlaat voor het knaleffect. Heer Bommel en zijn tijdelijke stiefzoon maken ruzie waar de apparatuur van de professor weer op reageert. Omdat Alexander vergeet de lengte en breedte van de trilling af te lezen, blijven ze zitten met een diepe kloof in de aardkorst en een citaat van dr. Schiml:

"Omdat de massa de stemmingen van een twaalfjarig kind heeft, kan er in de massa ieder ogenblik een uitbarsting van lage driften plaatsvinden net als bij een kind."

Wanneer de situatie heer Ollie boven het hoofd begint te groeien, komt hij professor Prlwytzkofsky en Alexander Pieps weer tegen. Zij zijn op zoek naar de hoogfrequente geluidsbron en hebben die gelokaliseerd. Met springstof willen ze een einde maken aan de geluidsbron, maar heer Ollie wil voorkomen dat Urgje opgeblazen wordt.[3] Ook dr. Schiml is die mening toegedaan maar de professor is het daarmee oneens.[4] Urgje wil zelf ook een knal horen die door zijn eigen huilen dan ook optreedt. Zo veroorzaakt Urgje zelf de knal door te huilen met het vat buskruit in zijn handen. Hij blijft relatief ongeschonden en is er diep tevreden over. Alexander Pieps stelt teleurgesteld vast dat het vat op de verkeerde plaats is ontploft. Professor Prlwytzkofsky legt de moeder inmiddels uit dat zowel een moeder haar kind als de overheid de massa verkeerd aanpakt wegens angst, toegeeflijkheid en verkeerde zorgzaamheid. En in tijden van spanning geeft ze vermaak en voedsel. Alexander Pieps gaat nieuwe springstof halen en Tom Poes gaat zijn vriend zoeken.

Heer Ollie heeft stilletjes besloten het kind mee te voeren om een man van deze lummel te maken. Dit dan niet gehinderd door verpappende familieleden. Zijn achtergebleven broers genieten van hun nieuwe rust, maar mama Heul maakt zich toch wel nog zorgen over haar jongste kind. De wandeling van heer Ollie met Urgje gaat enige tijd goed, al heeft heer Bommel erg veel last van de grapjes die zijn stiefzoon met hem uithaalt. Maar wanneer het hem andermaal te veel wordt weet hij van Urgje af te komen. In zijn eenzaamheid weet het kereltje nog maar een ding te doen: zo hard mogelijk urenlang te gaan huilen. Hij wil geen vaderhand maar terug naar moeders pappot.

De aarde splijt en met alle macht wordt gewerkt aan een oplossing voordat alles door de trillingen vergaat. Prlwytzkofsky begrijpt eindelijk dat de oorsprong van de trilling zich verplaatst. Hij en Pieps komen met nieuwe springstof. Heer Ollie en Tom Poes vinden toevallig een oude heer in een grot die de vader van Urgje blijkt te zijn en hij is verslaafd aan het zogenaamde gruwelwater dat alles omkeert. Iedereen trekt op naar de krater waar Urgje op de bodem zit te huilen. Moeder met de pappot, de twee vrienden en vader Heul met gruwelwater en de geleerden met een nieuw vat springstof.

De springstof en het gruwelwater zorgen samen voor een implosie in plaats van de te verwachten explosie, zodat Urgje in een klap klein en volwassen wordt en gelukkig nooit meer zal gaan huilen. De professor stelt vast dat de massa ongevaarlijk wordt als men haar tot individuen ontbindt. Een individu kan ouder en wijzer worden maar de massa niet.[5]

Omdat Urgje nu klein is geworden, is er genoeg pap voor iedereen tijdens de afsluitende maaltijd. Heer Bommel stelt vast dat de opvoeding door een moeder meestal overvoeding is. Urgje had een vaderhand nodig! Zowel de kasteelheer als de professor gaan voldaan richting huis. Heer Bommel legt Tom Poes tijdens de autorit uit dat hij Urgofrodel toch maar met zijn vaste hand klein heeft gekregen. Tom Poes zegt slechts wederom: "Hm". Maar heer Bommel meent dat de jeugd nu eenmaal zuur en gemelijk is. Dat gaat wel over bij het ouder worden.

Moeder is blij dat de vreemdelingen weer vertrokken zijn. Vader Heul stelt tevreden vast dat Urgje al vroeg klein is voor zijn leeftijd. Mevrouw Heul meent dat mannen niet begrijpen wat het is voor een moeder zo’n lekkere oelepetoet te verliezen.

Hoorspel

Voorganger:
De Pikkinring
Bommelsaga
29 mei 1962 - 20 augustus 1962
Opvolger:
De tijwisselaar