Het kukel

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het kukel (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het kukel) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 5 februari 1963 en liep tot 27 april 1963. Thema: Dodelijke bedreiging door buitenaardse mogendheden.

Minkukel

Minkukel is een neologisme. Het is een benaming voor een beperkt iemand.

Het woord 'minkukel' werd (in de vorm 'min kukel') door Marten Toonder geïntroduceerd, mogelijk met de betekenis als de mate waarin men onbevangen in het leven staat. Het woord minkukel heeft zich een plaats in de Nederlandse taal verworven als synoniem voor sukkel of domoor. Dit is in een andere betekenis dan de schrijver bedoelde.

Het verhaal

De goede stad Rommeldam is een welvaartsstad. Crepeergevallen komen er niet meer voor. Het aantal ijskasten, televisietoestellen en voertuigen neemt dagelijks toe. Oude buurten worden vervangen door frisse nieuwbouw. Daarbij zorgt de gemeentereiniging ervoor dat de straten blinken van reinheid. Op een avond onderzoekt brigadier Snuf echter zwarte moddersporen. Zijn chef commissaris Bulle Bas meent dat vreemdelingen uit de riolen zijn gekomen. Want als je in de prut onder een riooldeksel leeft, is het logisch dat je naar boven komt om de welvaartsstad Rommeldam te bezoeken. De commissaris meent dat ze al bovengronds zijn. Brigadier Snuf moet bekennen dat hij soms het gevoel heeft begluurd te worden. De commissaris heeft dat gevoel ook en raadt zijn brigadier aan alert te blijven.

Heer Bommel is op visite bij zijn buurvrouw Anne Marie Doddel. Hij vindt hun samenzijn gezellig. Ze leven toch maar in een welvaartsstad. De buurvrouw bekent dat ze haar televisietoestel op afbetaling heeft gekocht. Toch is ze bang voor jaloezie en ze is bang beloerd te worden, waarop haar buurman aanbiedt haar altijd op het kasteel te kunnen beschermen. Maar omdat de welvaart zo is gestegen, is de kasteelheer niet bang voor jaloezie. Zijn buurvrouw is weer helemaal gerustgesteld en Ollie mag natuurlijk Doddeltje zeggen. Terug naar huis lopend is heer Bommel tevreden dat hij in een tijd van welvaart en voorspoed leeft. Maar hij wordt vlak voor zijn thuiskomst nog aangesproken door Tom Poes. Die heeft iets zien bewegen bij het kasteel en ontdekt moddersporen op de grond. Heer Bommel belt verontrust commissaris Bulle Bas op over het idee dat hij bespied wordt. Maar Bulle Bas zit met talrijke rapporten over zwarte moddersporen en biedt geen bijstand. Vlak daarna komt buurvrouw Doddeltje in het kasteel hulp vragen. Want ze zag thuis een kastje met een oog dat haar begluurde.

De kasteelheer gaat nu met bediende Joost dapper naar buiten, maar ze worden verstijfd door een lichtstraal. Commissaris Bulle Bas treft tegelijkertijd een verstijfde brigadier Snuf aan bij een open rioolput. Een groepje vreemdelingen zoals Ak-ak, de waarnemer, Ok-rok, de kwintenstraler, Ep-Lep, de waarnemer en Aat-Raat de woordvoerder, blijken in opdracht van hun leider de Grote Droon, op zoek te zijn naar een kukel. Ze meten, gewapend met bokelhefter, kukelmeter, ukkelklaf en onmodderpij, het kukel bij iedereen die ze tegenkomen, waarbij ze lichamen tijdelijk verstijven en vaste voorwerpen slap maken. Hun uitvalbasis is bij een heuvel bij slot Bommelstein, waar de riolering van de stad Rommeldam uitkomt.

Ze verwelkomen de komst van de grote Droon, zichtbaar als een vallende ster, die neerkomt in een moeras nabij slot Bommelstein. Professor Prlwytzkofsky en Tom Poes zijn er getuige van en worden geheel bemodderd. Ze ontmoeten heer Bommel en Joost die net ontwaken uit hun verstijving en hun ogen niet geloven. Het voertuig van de professor wordt door de vreemdelingen verblubberd, welke actie gevolgd wordt door een onvrijwillige kukelmeting. Ook de zich nu doctor noemende hoogleraar te Rommeldam, heeft een kukel dat min is. Op het kasteel brengt de professor de commissaris telefonisch op de hoogte van de stand van zaken. "Ze kunnen stijve stoffen slap maken en slappe stoffen stijf. Die vreemdelingen zijn ons ver vooruit". Tom Poes legt aan bediende Joost uit dat de vreemdelingen het kukel willen meten, al weet hij nog niet waarom en wat het kukel is.

De volgende dag wordt burgemeester Dickerdack op de Kleine Club op de hoogte gebracht van de stand van zaken door professor Prlwytzkofsky en commissaris Bulle Bas. De hoogste ambtsdrager denkt dat men het op de welvaart van de stad heeft voorzien. Jaloezie. De hoogleraar meent te weten dat het slechts om het kukel gaat en dat is zo onwetenschappelijk. De commissaris en brigadier Stappers gaan samen op onderzoek uit.[1] Ze worden vervolgens op hun patrouille overmeesterd en gemeten door de buitenaardse wezens, maar ook hun kukel is min.

Wammes Waggel laat via een geaarde radio-ontvanger Tom Poes meeluisteren met de onderlinge berichtgeving van de buitenaardse wezens. Laatstgenoemde weet de een grutsprits[2] etende waarnemer Ep-lep te bestelen van zijn bokelhefter, ukkelklaf en kukelmeter. Tom Poes trekt zich terug in de kelder van Bommelstein. Hij geeft zich uit voor waarnemer Ep-lep maar wordt in het bijzijn van heer Bommel al snel door de grote Droon ontmaskerd. In een gevecht in de kasteelkelder trekken ze commissaris Bulle Bas, die een spoor door de riolen had gevolgd, uit de modder. Tom Poes had kort daarvoor in de strijd met zijn kwintenstraler het kijkkastje, het bewijsmateriaal van Bulle Bas, vernietigd. Diens poging terug te keren in de modder mislukt en hij verlaat met zwarte voetstappen het kasteel door de voordeur met de woorden: “Zeg dat Bommel zijn beerput moet ledigen!” Tom Poes weet de onmodderpij van de waarnemer Ep-lep te bemachtigen in ruil voor een schuilplaats in het kasteel. Professor Prlwytzkofsky wordt bij het moeras waar hij een bodemmonster neemt aangesproken door een woordvoerder van de grote Droon. Er dient echt een Rommeldammer te komen met een plus kukel. Hij gaat verslag uitbrengen aan de burgemeester waar ook commissaris Bulle Bas zich meldt.

Burgemeester Dickerdack vreest dat de Droon het op de welvaart van Rommeldam heeft voorzien en gaat met goede moed voor onderhandelingen desgevraagd naar het bewuste moeras. Ook zijn kukel is min en de stad zal worden ontbonden. Terugrijdend naar de stad raakt de burgemeester in gesprek met heer Bommel. Er moet snel iemand met een plus kukel worden gevonden. Want een stad met een negatief kukel zal worden ontbonden. Op een belegde persconferentie, krijgt journalist Argus heel wat stof voor zijn notitieblokje. De burgemeester heeft het over de stijgende welvaart en het dalende kukel, waardoor de grote Droon Rommeldam zal doen ontbinden. Professor Prlwytzkofsky vindt de Droon en het Kukel wetenschappelijke waanzin. Commissaris Bulle Bas belooft hard op te zullen treden tegen deze onderwereldfiguren die het op onze welvaart hebben voorzien. Ze moeten terug in de modder. De journalist heeft intussen zijn vette kopje:

Droon zal Rommeldam ontbinden. Einde van Welvaartsstad.

Laat in de middag werden in de Rommeldam aanplakbiljetten opgehangen, waarin werd opgeroepen het kukel te laten meten. De reacties gingen van een 1 aprilgrap, een televisieprogramma tot een verkiezingsstunt. Maar het avondblad brengt de lezers van de ernst van de toestand op de hoogte. Lezers worden opgeroepen het kukel te laten meten.

Na het lezen van het avondblad maakt de kasteelheer zijn testament op. Nu Tom Poes al via de gewelven van het kasteel is verdwenen wordt Doddeltje heer Bommels erfgenaam. Commissaris Bulle Bas en professor Prlwytzkofsky plegen met springstof vervolgens een mislukte aanslag op het moeras. Journalist Argus doet een laatste oproep in het ochtendblad aan de Rommeldammers hun kukel te laten meten. Allen zijn min, ook tot zijn eigen verbazing de markies de Canteclaer, behoudens wellicht Wammes Waggel, maar die zegt niet in Rommeldam te wonen. De zegsman Aat-raat kondigt de vernietiging van Rommeldam aan. Alle onderzochte personen hebben een min kukel. De grote Droon vindt dat Rommeldam ontbonden moet worden. Een stad zonder kukel tast de omgeving aan en moet vernietigd worden. Vluchten is verboden en de nu met een handkar wegvluchtende kruidenier Grootgrut wordt stijf gestraald. De stad mag het negatieve kukel niet verder verspreiden en moet geheel worden ontbonden. De zegsman Aat-raat legt Professor Prlwytzkofsky uit dat De Droon een van de zeven Dronen uit Zor is. Hij is op zoek naar Kukel. Zonder kukel doven ze uit, omdat ze zelf geen kukel hebben. Nuttige wezens hebben kukel en schadelijke niet. Intussen naderen de andere Dronen Rommeldam.

Heer Bommel is opnieuw op onderzoek in de kelder van zijn kasteel. Hij nam afscheid van Doddeltje en valt gewapend met een houweel in zijn eigen kelder.[3] Samen met Tom Poes ontdekt hij via de gewelven van het kasteel de verblijfplaats van de Droon in het moeras vlak bij Bommelstein. Het is Tom Poes, gehuld in een onmodderpij,[4] die de Droon weet te benaderen, maar het is ten slotte heer Bommel zelf die hem met een houweel onschadelijk maakt, hoewel de Droon hem waarschuwde dat niet te doen omdat zijn giftige adem dan vrij zou komen.[5] Na de ontbinding van de grote Droon verlaten zijn handlangers en de andere Dronen de omgeving.

Op het kasteel wachten Joost en Doddeltje gespannen op de afloop. Heer Bommel vertelt opgetogen dat hij de zaak geregeld heeft. Tom Poes geeft op het kasteel Ep-lep zijn onmodderpij terug, waarop die zich aansluit bij de vluchtende schare van de Droon. Door het venster brengt Joost ook de passerende burgemeester en commissaris van politie op de hoogte en nodigt hen uit voor de slotmaaltijd. De eenvoudige maaltijd bestaat uit een bordje soep voor Tom Poes, Dickerdack, Bulle Bas en Doddeltje, die halverwege het verhaal al kwam schuilen in het kasteel. Heer Bommel antwoordt de burgemeester desgevraagd dat de andere Dronen zijn weggegaan zonder wraak te nemen omdat dat nu ook weer een kwestie van kukel is. Een Droon meer of minder komt er niet op aan.

De radioberichten van Wammes zijn begrijpelijkerwijze gestopt en hij vertrekt mopperend uit het verhaal. Professor Prlwytzkofsky weet als mens dat alles waar is gebeurd. Als wetenschapsman moet hij vaststellen dat het bestaan ener Droon niet is bewezen. En der kukel? Hij sluit het verhaal af met de historische woorden[6]:

Ach, we zullen nimmer weten, wat der kukel is.

Hoorspel

Voorganger:
De grauwe razer
Bommelsaga
5 februari 1963 - 27 april 1963
Opvolger:
De wilde wagen