Het kunsthars-hart

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het kunsthars-hart (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het kunsthars-hart) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 1 juni 1953 en liep tot 25 juli van dat jaar.[1] Het thema is een kunsthart dat de emoties blokkeert.[2]

Het verhaal

Heer Bommel is een graag gezien lid van de Kleine Club. We zien hem daar met de markies, de burgemeester, ambtenaar eerste klasse Dorknoper, commissaris Bulle Bas en Garmt Grootgrut, een middenstander met een onberispelijke levenswandel. Bij het verlaten van het clubgebouw wordt burgemeester Dickerdack aangesproken door een ingezetene in verband met de ligplaats van zijn woonboot. Omdat de burgemeester daar zo in het open op straat ’s avonds laat niet van gediend is, laat Bulle Bas de lange lat over het ontstane oploopje leggen. Ambtenaar Dorknoper is blij met deze bekwame leiding van de politie, want orde moet er nu eenmaal zijn. Tom Poes ziet dit alles gebeuren en vergezelt heer Bommel in de Oude Schicht naar kasteel Bommelstein. De kasteelheer verwijt hem dat hij maar weinig meer langs komt, maar geeft vervolgens wel toe dat hij zelf veel tijd in de Kleine Club steekt.[3] Maar Tom Poes vindt dat de clubleden niet deugen want ze hebben geen gevoel. Hij stelt voor dat heer Bommel gaat doen alsof hij opeens arm is geworden. Vervolgens moet hij de leden afzonderlijk om hulp vragen. Heer Bommel stemt lachend in met het plan.

De volgende ochtend zet Tom Poes kasteel Bommelstein met een houten bord ‘te koop’. Bediende Joosts krijgt enige dagen vakantie en heer Bommel trekt een afgedankte ruitjesjas aan, die Joost als stofdoek placht te gebruiken. Kruidenier Grootgrut meldt zich al spoedig in zijn driewieler maar weigert op de pof te leveren. Als niet-aangesloten [4] kruidenier heeft hij het al moeilijk genoeg. Vervolgens komt ambtenaar Dorknoper langs om de pokeravond op de sociëteit te bespreken. Heer Bommel veinst daar nu even geen geld voor te hebben. Maar hem geld lenen kan de ambtenaar niet, dit gelet op zijn functie. En een Bommelstein, dat te koop staat, zal met het oog op de woningnood voortvarend in beslag worden genomen. De woordenwisseling wordt opgemerkt door commissaris Bulle Bas, die langs rijdt op zijn politiemotor. Hij wil niets weten van een regeling tussen clubleden onder elkaar, maar pakt juist zijn opschrijfboekje. Verzet tegen een ambtenaar in functie, noteert Bulle Bas. Tom Poes is blij dat zijn plan zo’n duidelijk en snel resultaat oplevert. Maar heer Bommel gaat nu voor hulp naar zijn buurman, de markies de Canteclaer. Maar die onderbreekt slechts even zijn geknip aan zijn haag en wil geen gebedel horen. Als laatste wendt heer Bommel zich nu tot de burgemeester. Maar die zucht eens diep en verwijst hem naar het arbeidsbureau. Tom Poes stelt nu dat het herenclubje niets waard is, maar heer Bommel doet nog één poging. Hij voelt zich nu echt arm, omdat hij zijn verhaal al zo vaak die dag heeft verteld. Hij besluit het bolwerk binnen te treden maar komt niet ver. De portier van de Kleine Club werpt hem op de straatstenen.

Hij wordt van straat opgeraapt door professor Sickbock. Die legt hem uit dat zijn hart te week is. De nieuwe tijd vraagt nu eenmaal om koele karakters met een scherp verstand. Hij is erin geslaagd om een kunsthart van kunsthars samen te stellen. Geen gevoel, droefenis en geen zorgen. Hij nodigt heer Bommel uit naar zijn werkplaats, waarbij hij de protesterende Tom Poes weg trapt. Hij laat aan heer Bommel zien dat de overige clubleden geen last meer van hun overgevoelige eigen hart hebben. Hun harten staan in stopflessen op planken. Zijn voorstel is het kunsthart in ruil voor het eigen hart. Heer Bommel laat zich tegenstribbelend overrompelen maar Tom Poes verijdelt de actie door de schoorsteen met dakriet te saboteren.

De volgende morgen hakt heer Bommel met een bijl het te-koop-bord omver. Ambtenaar Dorknoper constateert tot zijn leedwezen dat de inbeslagname nu niet kan plaatsvinden. Hij is in gezelschap van de heer Zielknijper, die voorzitter is van de stichting voor overspannen beroepsstrijders en vader van het tehuis voor verweesde kinderen. Heer Bommel besluit zijn goede hart te laten spreken, omdat zijn goede vader vertelde dat men een Bommel herkent aan zijn goede hart. Bommelstein wordt zo een tehuis voor overspannen beroepsmilitairen. Maar dit loopt uit op vernieling en onbegrip. Tom Poes verwijt hem dat hij zich niet met politiek of militairen moet inlaten. Heer Bommel voelt zich nu eenzaam en miskend. Nergens is een lach en dat is ongezellig. Joachim Sickbock wil tegen elke prijs harten verzamelen en na dit echec lukt het hem Heer Bommel te overtuigen alsnog een kunsthars-hart te plaatsen, wat dan ook gebeurt.

Tom Poes zit in de tuin van het kasteel na te denken hoe hij toch op avontuur kan gaan met zijn neerslachtige vriend, om hem wat op te vrolijken. Hij is dan ook blij dat heer Bommel naar buiten komt met bediende Joost achter hem aan. De bediende draagt een zware koffer op zijn rug. Maar heer Bommel wil niets meer van zijn jonge vriend weten. Hij noemt hem een bemoeiallig ventje, een uitslovertje.

Heer Bommel neemt zijn intrek in het grootste hotel van Rommeldam. Hij deelt Joost mede dat hij het geld van zijn goede vader wil gaan gebruiken om tot macht en aanzien te raken. Hij heeft dat verwaarloosd, omdat hij te gevoelig was. Hij wil nu zelf voorzitter worden van de Kleine Club en ook directeur van grote ondernemingen. Joost werpt tegen dat hij daar de hersens niet voor heeft, maar dat pakt uit als een boemerang. Heer Bommel verdubbelt het salaris van Joost en benoemt hem tot secretaris om voor hem te denken. Na enig nadenken en de dreiging met ontslag, stemt bediende Joost toe. Als eerste moet hij bedenken wat heer Bommel wil. Joost meent dat zijn werkgever macht en aanzien wil. Dat klopt volgens heer Bommel, maar hoe dat te krijgen? Joost heeft een simpel actieplan:

“U moet alles opkopen. Alles en iedereen kopen. Aandelen op de markt gooien, laten kelderen en dan alles kopen. Daarbij moet u allerlei hooggeplaatste figuren en directieleden van grote ondernemingen opkopen. Evenals redacteuren van grote kranten, die natuurlijk ook!”

Hierop antwoordt zijn werkgever: "Goed goed, doe dat dan!" Bediende Joost maakt zich nu zorgen om al die ongelukkige ondernemers en de gewetens van ambtenaren, maar zijn werkgever is onvermurwbaar. Tom Poes kan nu dagelijks in zijn krant de zegetocht van heer Bommel volgen. Er werd gefluisterd dat hij het gehele bedrijfsleven van de stad Rommeldam reeds in handen heeft. Tom Poes besluit zijn vriend toch maar eens op te gaan zoeken. Heel wat bedrijven in de stad hadden nu het voorvoegsel ‘Bommel’ gekregen. Alleen de filmstudio heette Olliewood. In het hotel van heer Bommel is de voltallige pers verzameld om de ideeën van de magnaat aan te horen. Maar die verwijst de heren van de pers naar bediende Joost. Tom Poes dient zich aan en krijgt te horen dat de zaken goed gaan. Heer Bommel is al voorzitter van de Kleine Club geworden en gaat binnenkort burgemeester Dickerdack vervangen.[5] Hoewel hij niet meer over zijn kunsthart wil praten , is het wel jammer dat hij nooit meer blij is.

Joosts geweten begint ook aardig te knagen en hij dreigt ten prooi te vallen aan Joachim Sickbock, die ook hem aanbiedt van hart te ruilen. Tom Poes wijst hem erop dat hij zijn hersens reeds heeft verhuurd, dus dat hij toch niet ook zijn hart kan afstaan? Joost zakt hierop huilend in elkaar. Tom Poes heeft nu een plan om professor Sickbock aan te pakken, als Joost tenminste wil meewerken. Maar die is al overtuigd, temeer nu de overheid ook alle ambtenaren een kunsthart wil geven. Joost treedt de werkplaats van de professor binnen en maakt een opmerking over het plastic hart, dat niet in zijn biologieboekje voorkwam. De professor geeft nu een demonstratie van het wisselen van het hart bij hemzelf. Tom Poes wisselt het hart van de professor op de vensterbank om met een hazenhart, dat hij bij een poelier heeft gehaald. Joost ziet alles gebeuren en complimenteert de professor voor zijn demonstratie. Het lijkt hem zelfs gemakkelijker dan het trekken van een kies. Maar als de professor het hazenhart bij zichzelf inbrengt, krijgt hij spijt van zijn harteloosheid.

Tijdens een lezing van heer Bommel op de Kleine Club over plastic, komt professor Sickbock binnenlopen. Geholpen door Joost komt hij jammerend alle heren hun eigen hart teruggeven. Intussen loopt Tom Poes met een stopfles rond, met daarin het hart van professor Sickbock. Hij weet niet goed wat te doen, want met het hazenhart is Sickbock voor altijd onschadelijk. Binnen in de Kleine Club komt hij commissaris Bulle Bas tegen, die zich grote zorgen maakt over zijn richtlijnen inzake bekeuringen. Jonge agenten met te weinig productie werden door hem ontslagen. Ook de burgemeester en ambtenaar eerste klasse hebben erge spijt. Binnen in de club constateren de markies en kruidenier Grootgrut echter dat er voor hen eigenlijk niets is veranderd. Tom Poes biedt nu ridderlijk de professor zijn eigen hart aan. Heer Bommel bedankt Tom Poes hartelijk. Hij had de list niet kunnen verbeteren.

Heer Bommel is weer blij thuis op zijn kasteel Bommelstein te zijn. Joost krijgt desgevraagd opdracht alles te verkopen, behalve de filmstudio Olliewood. Joost serveert een lichte maaltijd voor de twee vrienden.

Omdat heer Bommel voor de Kleine Club heeft bedankt, neemt de burgemeester het voorzitterschap weer op zich. Als nieuw lid wordt professor Sickbock voorgesteld. En de geleerde begint meteen maar weer te vertellen over de voordelen van het kunsthart. Maar heer Bommel is tevreden met het besproeien van de bloemen in zijn kasteeltuin.

Voetnoot

  1. http://resolver.kb.nl/resolve?urn=ddd:010404342:mpeg21:a0118 46 afleveringen in de Amigoe di Curacao
  2. Joachim Sickbock is in 1953 weer eens zijn tijd ver vooruit
  3. Heer Bommel is secretaris van de ballotage-commissie en voorzitter van het pokerclubje.
  4. Grootgrut bedoelt dat zijn winkel geen onderdeel is van een franchise-keten.
  5. Heer Bommel heeft hem eerst laten omkopen en gaat hem binnenkort aanklagen wegens corruptie.
Voorganger:
Het iksel
Bommelsaga
1 juni 1953 - 25 juli 1953
Opvolger:
De Bommelkuur