Het land van de blikken mannen

Ga naar: navigatie, zoeken

Het land van de blikken mannen is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 28 september 1942 liep tot 11 december van dat jaar.

Het verhaal

Op zijn zwerftochten door het land is Tom Poes in de grootste havenstad Ankerdam[1] beland en hij loopt in een café kapitein Wal Rus tegen het lijf. Er woedt in deze zeemanskroeg een discussie over wantoestanden op Kaap Lava. Tom Poes mag desgevraagd mee met de Albatros, die een vracht erwten gaat brengen naar deze bewuste Kaap Lava. De kapitein noemt hem geen gewone landhaai, omdat hij hem al kent van eerdere reizen.[2] Het schip arriveert met de verstekeling Ukkie Oetang bij Kaap Lava en de bijbehorende vuurberg. De haven is geheel verlaten en de marconist kan geen enkel contact leggen. Ukkie Oetang krijgt van de kapitein opdracht een sloepje naar de wal te roeien, waar ook Tom Poes in mee gaat. Op hun eerste verkenningstocht in de haven wordt Ukkie Oetang door een mechanische grijparm gegrepen, maar hij weet door zijn enorme kracht zichzelf te bevrijden. Tom Poes noemt Ukkie het hele verhaal door dom maar de verstekeling vindt Tom Poes op zijn beurt aldoor groot en sterk. Kapitein Wal Rus heeft oog in oog gestaan met een blikken landhaai, die hem vervolgens geen enkele inlichting kon geven. Als ze terug willen gaan naar de Albatros in hun sloep, blijkt deze in de vloed te zijn verdwenen. Zo blijven ze noodgedwongen langer op het eiland. Het drietal wordt vervolgens aangevallen door een enorm leger robots. De kapitein en Tom Poes worden gevangengenomen, maar Ukkie Oetang is hierover zo boos dat hij uit zijn zelf gezochte schuilplaats naar beneden komt en eigenhandig het hele leger robots tot schroot verwerkt. Hij neemt wat van de ijzerwaren mee als trofee.

Het drietal volgt de voetstappen van het robotleger in omgekeerde richting via een rotspaadje. Ze komen bij een stalen deur. Tom Poes gaat op onderzoek uit en vindt na het doorlopen van een donkere rotsgang een stalen brug die toegang geeft naar een grote stad met rokende schoorstenen. Bij terugkeer vermomt hij zichzelf met de buit van Ukkie tot een neprobot met uitstekende armen. Hij gaat op onderzoek uit in de stalen stad waar alleen nog maar stalen robots lijken te wonen. Hij komt ongehinderd in een groot gebouw en ontdekt daar na enige tijd een oude bekende, professor Sickbock.[3] Na het schellen van een alarmbel weet de hoogleraar door het simpel overhalen van een hefboom de kapitein met zijn verstekeling welkom te heten in zijn machinekamer. Hij legt de kapitein uit dat de vulkaan veel ijzererts bevat. Machinaal wordt deze grondstof gedolven en vervolgens omgesmolten tot kunstmensen, robots, nadat enige instrumenten zijn toegevoegd. Vervolgens bouwden de robots deze stad en ze kunnen verdergaan met hun activiteiten. Er zijn nu zoveel robots dat geen legermacht hen kan weerstaan.[4] De bewoners van Kaap Lava zijn elders ondergebracht op het eiland in een gezellige grot.[5] Zijn nieuwe bezoekers zullen daarheen worden gebracht, nadat de professor heeft gedemonstreerd hoe hij vuurtorens en radiostations onklaar heeft gemaakt.

Kapitein Wal Rus krijgt een geweldige driftbui en vliegt professor Sickbock aan, maar hij wordt door een grijparm in een waterbassin geworpen. Op advies van Tom Poes geeft Ukkie Oetang de professor een koekje van eigen deeg. Tom Poes wil nu van hem weten hoe hij alle robots en instrumenten kan stopzetten. De professor zegt mee te gaan werken maar weet onderweg Tom Poes valselijk een hefboom te laten overhalen, waardoor een totaal eilandalarm wordt afgeroepen. In de chaos van binnenstormende robots ontsnapt professor Sickbock. Tom Poes geraakt toevallig in de gezochte machinekamer en drukt alle schakelaars in. Dat komt goed uit voor Wal Rus en Ukkie die worden achtervolgd door een robotleger. De afsluitende poort tussen hen en de achtervolgers valt potdicht in het slot. Maar ook alle andere toegangen tot de stalen stad zijn nu afgesloten. De professor had dit bedacht als beveiliging tegen een aanval van buiten.[6] Zowel de kapitein als Tom Poes gaan nu naar elkaar op zoek.

Ook heer Ollie en Wammes Waggel komen per zeilboot op Kaap Lava aan. Heer Bommel wil persoonlijk onderzoek instellen op Kaap Lava naar niet functionerende vuurtorens en radiostations. Ze varen met hun zeilboot het strand op. Intussen hebben de kapitein, de verstekeling en Tom Poes elkaar hervonden bij de vulkaan. Ze vinden daar een pijpleiding die hete vulkaanmodder als energiebron opzuigt. Tegelijkertijd staan heer Bommel en Wammes Waggel bij de dichte stalen deur. Professor Sickbock geeft aan de andere kant instructies hoe met een truc de dichte deur van de buitenkant open te maken. Op een afstand vermoeden Tom Poes en kapitein Wal Rus welk gevaar er dreigt en ze roepen respectievelijk: “Heer Ollie, laat dat, daar zit Sickbock achter” en “Laat dicht, dikzak”. Maar hun roepen verwaait in de wind. Heer Bommel weet via de rechter buiten scharnier de deur open te maken en wordt onmiddellijk daarna door een robotleger achtervolgd. Op advies van Tom Poes weet Ukkie Oetang echter een enorm rotsblok op het bergpad te gooien, precies op het moment dat Wammes Waggel en Heer Bommel voorbij zijn gehold en het robotleger er aan komt.[7] Tom Poes heeft nu tijd om zijn vriend te begroeten en hem zijn stomme streken te verwijten. Heer Bommel wil slechts weten of de grote zwarte heer een heer van stand is? Met zijn vijven dalen ze nu af naar de zeilboot op het strand. Tom Poes neemt Ukkie Oetang mee en hij laat hem een groot gat in de vulkaan graven, zodat het zeewater binnen kan stromen. Professor Sickbock stuurt intussen zijn voltallige robotleger naar het strand waar de zeilboot ligt. Het vijftal weet op tijd in de zeilboot te vluchten, terwijl de vulkaan begint te rommelen. Het plan van Tom Poes om zeewater in de vulkaan te laten stromen, is te veel voor het geniale verstand van professor Sickbock. Hij besluit zijn toevlucht te zoeken in zijn beveiligde aardbevingsbol. Het vijftal weet in hun zeilboot de Albatros te bereiken, terwijl achter hen de vulkaan ontploft.

Kapitein Wal Rus stuurt via de marconist bericht naar de politie om hulp te vragen voor de in een grot opgesloten bevolking en laat de kok een groot feestmaal bereiden. Hij stelt voor te klinken op de gezondheid van een slimme en een sterke kerel, die aan zijn tafel aanzitten. Heer Bommel merkt niet begrijpend op dat het niet zo heel moeilijk was. In zee ziet professor Sickbock drijvend in zijn aarbevingsbol met een verbitterd gezicht de resten van de vulkaan en de stalen stad. Voorlopig is hij uitgepraat.

Herwerkte versie

Eind jaren 80 verscheen er in de Donald Duck een herwerkte ballonstripversie van het verhaal. Kaap Lava heet hier Vulkanje, en Ukkie Oetang is hier een medewerker van het vakantiebureau waar Tom Poes en heer Bommel hun reis boeken.

Voetnoot

  1. De enige vermelding van deze havenstad in de 177 verhalen uit de Bommelsaga
  2. Tom Poes wijst de gezagvoerder op een eerder spannend gemeenschappelijk avontuur: Het eiland van Grim, Gram en Grom.
  3. Zie het eerdere verhaal: Het verdwijneiland.
  4. Het verhaal speelt in 1942, met de oorlogsindustrie op volle toeren!
  5. Verwijzing naar concentratiekampen?
  6. Verwijzing naar de in aanbouw zijnde Atlantikwall?
  7. De stripstroken 470tm 482 hebben een afwijkend formaat en bevatten in plaats van de gebruikelijke 3, maar 2 of slechts1 tekening per strook.
Voorganger:
De laatste markies van Carabas
Bommelsaga
28 september 1942 - 11 december 1942
Opvolger:
De betoverde spiegel