Het lijm-teem

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het lijm-teem (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het lijm-teem)[1] is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder.[2] Het verhaal verscheen voor het eerst op 23 maart 1950 liep tot 10 juni van dat jaar. Thema: Superglans.

Het verhaal

Op een mooie ochtend in het vroege voorjaar is heer Bommel in zijn tuin aan het werk. Volgens zijn goede vader is het opkweken van slaplantjes goed voor de slappe spieren en de slanke lijn. Met zout uit een zoutvaatje strooit hij zout op de aanwezige slakken. Een langs wandelende marskramer verkoopt hem 3 pakjes slakkenpoeder voor 1.80. Het is uitgevonden door professor Kwakkelbeen van de universiteit in Nevelburen. Het spul maakt van landslakken waterslakken. Later op de ochtend komt bediende Joost zijn werkgever helpen met het tuinwerk. Ook komt Tom Poes nog langs want die heeft zin in een zeereisje, nu hij gelezen heeft dat het schip de Albatros in de haven van Rommeldam ligt afgemeerd. Maar zijn vriend blijft liever in zijn moestuin. Hij vindt kapitein Wal Rus een ruwe zeebonk, maar Tom Poes moet hem wel de groeten doen.

Super en Hieper[3] hebben de Albatros al gehuurd om ermee naar de Poeka-archipel te varen waar het lijmteem vandaan komt. Tom Poes wordt door kapitein Wal Rus en Bul Super vriendelijk op het schip ontvangen, al schrikt laatstgenoemde wel van het verhaal dat heer Bommel zich met slakken bezighoudt. Na het vertrek van Super biedt de kapitein Tom Poes een borrel aan, maar die zegt alleen melk te drinken. Hij waarschuwt de gezagvoerder voor Bul Super, die niet te vertrouwen is. Maar volgens de kapitein is zijn geld goed. Omdat heer Bommel al snel genoeg heeft van het tuinieren, rijdt hij in zijn Oude Schicht naar de haven en belandt ook hij aan boord van de Albatros. Er ontstaat nu een biedingenstrijd tussen heer Bommel en Bul Super om het schip te huren. De kapitein staat er neutraal tegenover, totdat Bul Super de Rommeldamse Bank noemt. En die bank is juist de avond daarvoor beroofd. De kapitein kiest nu voor het vertrouwde geld van de kasteelheer en Hieper en Super dalen met bagage de loopplank af naar de kade.

De twee zakenlui weten echter weer aan boord te komen door de bagagekisten van heer Bommel te legen en zich daarin te verstoppen.[4] Aan boord pijnigt heer Bommel zijn hersens over het op te halen lijmteem. Hij luistert niet zo vaak naar de radio. Super en Hieper roven de volgende ochtend het ontbijt bestemd voor de kapitein en de passagiers. Dit leidt tot een zoektocht over het schip. Heer Bommel wordt echter gegijzeld door de verstekelingen in het ruim en nadat de kapitein zijn woord heeft gegeven, komen de verstekelingen aan dek en worden alsnog opgesloten.[5] Maar ’s nachts gaat heer Bommel zijn excuus aanbieden aan het opgesloten duo, omdat de belofte van de kapitein schuld maakt. Het gevolg is dat de verstekelingen vrij komen en heer Bommel in hun plaats wordt opgesloten. Het duo gaat ervandoor in een sloep, achterna gezeten in een tweede sloep met de kapitein, matroos Mosselmakers en de twee vrienden. Dit alles in het zicht van de beoogde eilandengroep. Heer Bommel wordt door de kapitein aangesproken als ‘Blokkers’ en moet meeroeien met matroos Mosselmakers. De kapitein houdt het roer en Tom Poes kijkt vooruit.

Terwijl de matroos op het strand achter moet blijven bij de boot, maakt het drietal een fikse tocht over het eiland. Tom Poes stelt voor om Super en Hieper te volgen, omdat die wel zullen weten wat het lijm-teem precies is. Heer Bommel denkt aan muziek, maar de kapitein vindt het duo geen types om achter de muziek aan te gaan. Pas tegen de avond vindt Tom Poes voetsporen en na een moeizame zoektocht kijken ze van boven neer op de twee zakenlieden bij een kampvuur. Het duo is in het bezit van een schatkaart met daarop de vindplaats van het lijmteem, midden op het eiland. Terwijl Tom Poes en Wal Rus besluiten dat ze boven rustig kunnen gaan slapen, onttrekt heer Bommel zich weer eens aan een afspraak. Hij daalt voorzichtig af en wordt door Hieper op aanwijzing van Super netjes gebonden.

Als Tom Poes en kapitein Wal Rus wakker worden missen ze heer Bommel en het zakenduo beneden hen.Ze besluiten hun sporen te volgen. Super en Hieper krijgen onderweg genoeg van ‘De Bolle’, die ze als gijzelaar op sleeptouw hebben genomen. Ze laten heer Bommel op zijn eigen verzoek achter. Maar ze binden hem wel stevig vast aan de onderkant van een boomstam, die als verbinding over een diepe kloof ligt. Tom Poes wijst intussen de kapitein op stukken met mooie palmen, die ineens overgaan in kale vlaktes. Kapitein Wal Rus denkt aan een sprinkhanenplaag, terwijl Tom Poes een verband met het lijmteem suggereert. Maar bij de kloof aangekomen horen ze een klagend geroep en ze weten de vastgebonden heer Bommel veilig los te maken. Terwijl de kasteelheer zijn gekleurd verhaal vertelt, loopt het drietal verder over de vlakte. Aan het eind zien ze tot hun stomme verbazing een soort stad van enorme slakkenhuizen. En dan krijgen ze desgevraagd op de Teemstraat nummer 1 van een reuzenslak te horen dat lijmteem het slijm is dat door de reuzenslakken met reuzenhuis op het eiland geproduceerd wordt als ze voorwaarts gaan. Een slak legt uit dat ze pas voorwaarts gaan als het dal kaal is, maar dat is nog niet zover. Voor huisvesting worden de Rommeldammers doorverwezen naar de verlaten huizen van eerder overleden slakken.

Super en Hieper willen dus hier een handeltje mee opzetten, omdat je er spullen mooi glimmend mee kunt maken. Daartoe ontvoeren ze ieder twee kleuter-slakken om ze in Rommeldam hun werk te laten doen. De hele slakkenstad zet de achtervolging in. Tom Poes weet maar net de gevangengenomen heer Bommel uit de macht van de boze slakken te bevrijden. Heer Bommel vertelt dat hij zelf gevangen werd genomen door een reuzenslak, terwijl hij op Bommelstein zelf slakken vangt. Daarna springt hij vanuit een boom in het slakkenspoor, hetgeen hem een glans van een parel verschaft. Tot hun schrik zien de twee vrienden op het strand de Albatros wegvaren. Ze staan met lege handen en zonder lijmteem, maar gelukkig is matroos Mosselmakers er nog met een jol met proviand. Dit alles in opdracht van de kapitein. Op hun reis blijkt dat een overslaande golf de parelglans van heer Bommel afhaalt. Ook kapitein Wal Rus, die de twee zakenlui met hun verzameling reuzenslakken mee naar Rommeldam neemt, krijgt te horen dat met een beetje zeewater zijn schip snel weer schoon zal worden. Tien kilometer ten noorden van Rommeldam in de Krabbenbaai gaat de Albatros voor anker en kan de lading reuzenslakken worden ontscheept. De kapitein heeft onderweg een mooi contract gekregen van Bul Super, die hem als afscheid beloofd dat het lijmteem superzaken zal gaan worden. Maar de kapitein is vooral blij dat zijn schip niet langer een varende schelpendoos is en hij hoopt ook snel van die glibberboel af te zijn.

Matroos Mosselmakers brengt Heer Ollie en Tom Poes in de open zeilsloep eveneens veilig terug in de haven van Rommeldam. Heer Bommel is boos dat alles is misgelopen. Zijn gehuurde schip is weg, zijn geld is weg, maar het ergste is dat hij geen lijmteem heeft gevonden, wat dat ook mag zijn. Maar voor de matroos is er toch nog een flink geldbedrag uit de portefeuille van de kasteelheer over. Terwijl heer Bommel heel stilletjes de haven wil uitsluipen wordt hij opgewacht door journalist Argus. Die wijst op de grote uitvinding van stadgenoot Super. Lijmteem! Het zit ook boven op de glanzende alpinopet van de journalist. Heer Bommel zegt te weten waar het lijmteem wordt gemaakt. En hij is zelf van top tot teen geteemd geweest. Argus blijft beduusd achter.

Heer Bommel en Tom Poes merken vervolgens dat de hele stad in de ban is van het lijmteem. Bij het Tentoonstellingsgebouw vertelt commissaris Bulle Bas hun dat de tentoonstelling over een week de zee over gaat naar Nieuw Frisco. De glimmende spullen zijn goed voor de Rommeldamse export. Bul Super gilt op het balkon van het stadhuis: "Onthoudt goed, dat het niet belangrijk is of het goed is wat je maakt, maar dat het erop aankomt hoe iets eruitziet. Gebruik daarom Supers lijmteem! Parelachtig glanzend! Export! Zaken zijn Zaken.” Super en Hieper worden door de stedelingen op de schouders genomen, maar de boeren hebben alleen maar last van de slakken. Maar Bul Super stelt simpel dat export beter is dan voedsel.

Bij het ophalen van de Oude Schicht klagen de twee vrienden verder tegen elkaar over het lijmteem. Tom Poes wil het lijmteem actief gaan bestrijden. Maar heer Bommel wil er liever niets meer mee te maken hebben. Maar dat lukt niet wat de slakken rukken op richting het kasteel Bommelstein. De twee vrienden zien onderweg de reuzenslakken de landerijen kaal vreten. De boze pachters eisen maatregelen van hun landheer. Op het kasteel vertelt bediende Joost over de invasie van grappige reuzenslakken. Ze hebben namen zoals Lijmstraat 3 en Teemplein 5. Maar hij moet toegeven dat ze hun omgeving kaalvreten. Intussen nadert over de Distellaan een heuse demonstratie van boze pachters. Ze willen hun land terug en geen slakken op hun akkers. Heer Bommel trekt zich met Tom Poes en Joost terug in het kasteel, dat de bediende vervolgens vergrendelt. Heer Bommel smeekt om een list en Tom Poes wil een middeltje. Joost wijst vervolgens op het Kwakkelbeenpoeder. De landslak wordt waterslak. Heer Bommel herinnert zich nu dat hij al die tijd nog twee zakjes in zijn ruitjesjas heeft meegedragen. Tom Poes strooit het nu uit vanaf een toren van kasteel Bommelstein en de landslakken worden inderdaad waterslakken en trekken terug naar zee. Joost stelt voor ze met de Oude Schicht achterna te gaan rijden en ze zien zo de slakkenkolonie inderdaad in zee verdwijnen, achtervolgd door Super en Hieper. Volgens Hieper zit al hun geld in de tentoonstelling en zal de kapitein mosterd van hen maken als hij geen geld krijgt. Heer Bommel en Tom Poes worden op de schouders van blije boeren naar Bommelstein teruggebracht. “Leve heer Bommel. Leve de slakkenverdijver.”

Burgemeester Dickerdack en commissaris Bulle Bas komen boos op het kasteel verhaal halen, dreigend met een schadevergoeding wegens misgelopen export en een verbaal wegens ontbreken van een verdelgingsvergunning voor de lijmteemslakken. Heer Bommel geeft nu in het nauw gebracht terecht Tom Poes de eer van de verdrijving. Bulle Bas vindt het laf om de schuld aan een medeplichtige te geven. De burgemeester praat over een ramp voor de handel. Bulle Bas stelt dat heer Bommel er meer van zal horen! Ze vertrekken en laten de omstanders beteuterd achter.

Maar heer Bommel laat het verhaal afsluiten met een etentje voor 25 pachters en de twee vrienden. Heer Bommel stelt dat voor allen het lijmteem een bittere noot was om te kraken. Maar door zijn slakkenpoeder kon Tom Poes er een eind aan maken! Gezondheid jonge vriend! [6]

Voetnoot

  1. De Volledige werken drukken af: Tom Poes en het lijmteem.
  2. De auteur verklaart op 9 januari 1997 in het voorwoord van Band 8 van De Volledige Werken dat het verhaal sterk werd beïnvloed door het thema uit The Third Man, met als hoofdpersoon Harry Lime. Lime-teem is zo ontsproten aan deze constante radiodeun van destijds . Het nummer van Anton Karas stond van 29 april 1950 tot 15 juli 1950 bovenaan de hitlijst van Billboard Magazine
  3. De zakenlui worden door de gezagvoerder Gluper en Pieper genoemd
  4. De bagage is keurig op de kade gebracht door Joost ten behoeve van heer Olivier.
  5. De kapitein had slechts toegezegd de landrotten met onderscheiding te zullen behandelen.
  6. In De Volledige Werken brengt Marten Toonder kleine veranderingen aan in de stroken 951 en 984. Het verhaal sluit af met stripstrook 999. Op 12 juli 1950 publiceert het NRC stripstrook 1000. (de naoorlogse telling) Het is een verhaal over de duizendste aflevering zelf: "De taart met duizend kaarsjes." Hierin komt heer Bommel Tom Poes ophalen en rijdt hem naar slot Bommelstein. Ze hebben samen een klein feestje met een taart met 1000 kaarsjes.
Voorganger:
Kwetal, de breinbaas
Bommelsaga
23 maart 1950 - 10 juni 1950
Opvolger:
De volvetters