Het losgetrilde inzicht

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en het losgetrilde inzicht (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het losgetrilde inzicht) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 25 november 1972 en liep tot 13 februari 1973.[1] Thema: De verwoestende werking van voorkennis.

Het verhaal

Schilder Terpen Tijn heeft zich teruggetrokken in een vervallen hut in een verlaten dal gelegen tussen de Gloombergen.[2] Boven een knappend vuur vervaardigt hij in een novemberstorm een nieuwe kleurstof op basis van de rowanbes met heulsap,[3] die hij de maatgesneden naam terpioen geeft. Het is beter dan kraplak[4] en het heeft een intens roodgehalte. Bovendien kan het sterke trillingen verdragen. Juist als hij de laatste flessen gekurkt heeft, vliegt het dak in de storm van de hut af. De schilder heeft slechts een stuiver op zak want hij doet niet aan de Contraprestatie. Op zijn weg naar de bewoonde wereld en op zoek naar eten komt hij aan bij slot Bommelstein.

Onder het genot van een glaasje port bij de open haard van slot Bommelstein overlegt kasteelheer Bommel daar juist met zijn bediende Joost over een blijvend bewijs van zijn inzichten. Memoires, een televisieprogramma of een portret van zichzelf door een groot kunstenaar vervaardigd om aan de gemeente te schenken voor de raadszaal? Terpen Tijn valt met de deur in huis, pakt een stoel en steekt van wal. Hij wil dat portret wel schilderen. Heer Bommel wil graag een schilderij met daarop de inzichten van een heer. Terpen Tijn vindt dat niet kunnen. De opdrachtgever wil iets hebben dat er niet is. Dat betekent omkoping! De schilder blijkt toch te koop voor 1000 gouden dukaten[5] plus kost en inwoning tot het meesterwerk klaar is. Heer Bommel wordt door zijn bediende overgehaald en gaat akkoord. De handen van schilder en opdrachtgever gaan op elkaar. "Tenslotte speelt geld geen rol wanneer men een goede daad verricht en daardoor voor het nageslacht bewaard blijft." De meesterschilder vraagt om een goede werkplaats zonder frutsels en tierelantijnen. Een lege kamer want hij moet een inzicht op het doek gonzen dat er niet is.

Terpen Tijn krijgt een lege friss ruimte in de noordoostelijke toren. Het schildersmodel Bommel is ontevreden over een kapot raam, maar de schilder vindt het in orde. Terpen Tijn besluit eerst het inzicht vast te leggen in terpioen, zodat het kleumende en klagende model na enige tijd verlof krijgt te vertrekken. Hij loopt woedend naar buiten en kan zijn ontstemming kwijt aan zijn jonge vriend,Tom Poes. Die waarschuwt hem echter met een "Hm, De meesterwerken van Terpen Tijn hebben soms rare kanten." Enige dagen later komt Tom Poes weer eens langs om te informeren. Zijn vriend klaagt dat hij te weinig bij zijn portret wordt betrokken. Op dat moment roept de meesterschilder vanuit de torenkamer dat het inzicht klaar is, met verleden, heden en toekomst. Als zijn model even langskomt, zal hij het vlees eronder borstelen.

In een kwartiertje maakt de meesterschilder zijn opdracht af. Het portret is een schilderij met onderaan een kleine kop van de kasteelheer met erboven een abstract gevulde cirkel, als een wolk boven het hoofd. Heer Bommel vindt het een rare wolk maar Terpen Tijn benoemt het als het inzicht dat met duur geld gekocht is. De wolk is zijn meesterwerk, de bolle kop eronder de duizend gouden dukaten. De ruzie wordt beslecht door de woede van de opdrachtgever. De rode smeerboel moet eraf, de kop kan blijven. Hierop besluit de schilder de inzichten er af te halen en los te laten. Maar de gevolgen zijn voor de opdrachtgever. Heer Bommel halveert daarop de aanneemsom tot 500 dukaten. De meesterschilder maakt vervolgens de door hem geschilderde inzichten[6] weer los van het linnen. Maar een vibratie in terpioen kan niet ongedaan worden gemaakt. Die zullen hem boven het hoofd blijven hangen.

De kasteelheer kan zijn ontstemming buiten het kasteel kwijt aan Tom Poes. Die stelt de juiste vragen. De inzichten van heer Bommel zijn verdwenen van het schilderij en de prijs van het schilderij en het schilderij zelf zijn gehalveerd. Tom Poes zegt: "Hm. Men kan de prijs van een meesterwerk niet op die manier afdingen, vooral niet wanneer Terpen Tijn het geschilderd heeft." Tom Poes krijgt door het passeren van het schilderij, gedragen door de schilder, een inzicht in het schilderij. Bovenaan een leeg vlak en onderaan een portret. Het afrekenen met de opdrachtgever geeft problemen. De meesterschilder houdt vast aan 1000 gouden dukaten, de kasteelheer wil betalen in florijnen en even omrekenen. Ze komen er samen niet uit. Terpen Tijn neemt genoegen met 100 florijnen arbeidsloon voor het verwijderen van de inzichten. Het goud blijft de opdrachtgever hem schuldig. De ingeschakelde lijstenmaker weet er toch wel een mooi portret van te maken, met omvouwen van het grote linnen doek. Tom Poes vindt het een echte ‘Tijn’. Heer Bommel vindt het een koopje voor 100 florijnen, hoewel geld geen rol speelt. Tom Poes zegt: "Hm". "U had beter kunnen betalen."

De kasteelheer gaat uitgeblust in een fauteuil onder zijn portret zitten. Hij merkt een lege ballon op boven zijn hoofd.[7] Het eerste beeld dat zich opdringt ontstaat als heer Bommel zich afvraagt wat Joost eigenlijk doet. Die zit in het nieuwe verworven inzicht port te drinken en een sigaar te roken. Het volgende beeld is een naar binnen struikelende Joost. Beide beelden blijken correct en geven te denken. Heer Bommel ziet grote kansen voor zijn nieuwe inzicht. Het is een waardevolle gave. Hij kan zichzelf nu een vraag stellen en vervolgens het antwoord zien in zijn geestesoog.

Tom Poes krijgt de voorspelling van een vallende tak. Burgemeester Dickerdack van raak geworpen sneeuwballen. De burgemeester komt bij het Achterpad zijn politiecommissaris Bulle Bas tegen en maakt hem deelgenoot van de voorspelling. Laatstgenoemde vertelt dat dokter Zielknijper de kasteelheer zwakbegaafd noemt. De burgemeester kan geen enkele begaafdheid ontdekken en noemt heer Bommel een lastpost vol ongein. Hoewel het opeens gaat sneeuwen verwacht de burgervader geen geworpen sneeuwballen. Als de sneeuwballen de burgemeester daadwerkelijk treffen is Bulle Bas er snel bij en noemt het een kwajongensstreek. Maar het incident geeft de burgemeester en de politiechef veel te denken.

De politiechef gaat verhaal halen bij heer Bommel en krijgt een waarschuwing voor een valpartij. Bediende Joost heeft bij het kasteel een prachtig sullebaantje gemaakt, dat hem aan zijn jeugd doet denken. De politiechef gaat daar ter plekke volledig onderuit en belandt onderaan de heuvel tegen een boom. Bediende Joost komt hem met een aspirientje en een glaasje water tegemoet. Zelfs een voorspelde loterijprijs van 5000 florijnendoor heer Bommel kan de commissaris niet milder stemmen. Het riekt naar omkoping. Bij terugkomst op het bureau meldt brigadier Snuf, dat een zekere Dubbelkant op hem wacht. Laatstgenoemde keert namens de Rommeldamse gemeenteloterij 5000 florijnen uit op het getoonde lot P8406. Na lang nadenken bestempelt Bulle Bas het geld als zwijggeld. Hij besluit het hogerop te zoeken.

De commissaris brengt burgemeester Dickerdack in de Kleine Club van alle voorvallen op de hoogte. "Het is Bommel!". De burgemeester bestempelt het relaas van Bas als vooroordelen. Maar de politiechef weet dat het bij hem nu juist na-oordelen zijn. De Markies de Canteclaer beschuldigt zijn buurman van rode sympathieën. De voorspellingen bereiken hun hoogtepunt wanneer de markies persoonlijk meer wil weten van de paranormale begaafdheid van zijn gestoorde buurman. Heer Bommel waarschuwt hem voorzichtig voor een instortende toren. De markies geeft zijn huisaannemer Gruisbelt telefonisch opdracht de fundamenten te onderzoeken. Laatstgenoemde neemt de loslopende Wammes Waggel als bouwvakker in dienst. Voor 10 florijnen moet hij de fundamenten van de markies maar eens onderzoeken. Wammes stapt er met een schop op af, maar schakelt na een gesprek met heer Bommel over op een oude graafmachine. Na dit ruw uitgevoerde onderzoek door Wammes Waggel ziet de markies een toren van zijn buiten daadwerkelijk instorten.[8]

Commissaris Bulle Bas is met de edelman ter plekke tijdens de ramp. Hij arresteert Wammes Waggel als getuige. Het gaat hem echter om de opdrachtgever en volgens Bulle Bas is dat Bommel. Advocaat Woordkramer[9] meldt zich op het kasteel. De kasteelheer had zelf al de donkere wolken gezien, waar de bekende advocaat nu ook over rept. Heer Bommel wil echter niets van een psychiater, zenuwarts weten. Hij wil zijn inzichten houden. Tom Poes komt langs en dringt er sterk op aan Terpen Tijn zijn goudstukken te betalen en hem de inzichten terug te laten zetten op het schilderij. Heer Bommel verwerpt dit advies. De kunstenaar heeft zijn gelaat immers trillend omlaag gedrukt, met daarboven een verfklodder. Hieropvolgend is zijn laatste inzicht een zwarte donderwolk die door de binnentredende bediende Joost wordt gematerialiseerd in een door een deurwaarder afgegeven oproep van de rechtbank. De kasteelheer belt hierop toch met zijn advocaat. Bediende Joost maakt zich volop zorgen over zijn goede naam.

De markies meldt zich de volgende morgen in de kliniek van doctorandus Zielknijper. Hij wil zijn buurman lange tijd opgesloten hebben in een gesloten inrichting. Hij geeft de geneesheer bij afscheid een slappe hand met de belofte van een aanzienlijke geldelijke bijdrage. De patiënt komt bovendien zelf langs volgens een afspraak, die is gemaakt door zijn advocaat meester Woordkramer. Het probleem van patiënt Bommel is dat hij zich desgevraagd vrijuit sprekend het beeld van de markies en zijn behandelaar voor de geest roept en desgevraagd onthult. Markies en behandelaar geven elkaar een hand! Dat is het beeld. Doctorandus Zielknijper doet het geschrokken af als een geval van "gedebiliseerde flapdrose".

Tom Poes heeft intussen van Joost begrepen dat advocaat Woordkramer doctorandus Zielknijper heeft ingeschakeld. Heer Bommel ziet deze zenuwarts een klap op het hoofd krijgen. Als dat vlak daarna ook echt gebeurt door patiënt Bommel, wordt deze agressieveling vakkundig platgespoten door een forsgebouwde broeder. In de kliniek krijgt Tom Poes te horen wat er gebeurd is. Advocaat Woordkramer heeft ook een sombere kijk. Dat komt door de inzichten die heer Bommel bij zich heeft. "Wie van tevoren weet wat er gebeuren gaat, krijgt de wet aan zijn jas." De eerste jaren is zijn cliënt wel veilig in de gesloten inrichting. Toevallig komt hij buiten de Ajuinsteeg Terpen Tijn tegen. Ook de meesterschilder wil niet helpen door de inzichten weer te fixeren. "Eerst mijn goudstukken." Zeg maar tegen je vriend: "Wie mijn trillende inzichten inpikt, zal er door vergaan." Tom Poes krijgt de tweede keer wel toegang tot zijn vriend in de kliniek. Hij vertelt dat Terpen Tijn vindt dat er eerst betaald moet worden. Heer Bommel heeft het inzicht al gehad dat de schilder onder een berg goud werd bedolven. Hij wil zelf weg uit de inrichting. Hij is echter onder voogdij geplaatst en kan daarom niet eens betalen. Hij zegt overspannen te raken waarop de broeder hem het zwijgen oplegt en het bezoek meedeelt dat het bezoekuur om is.

Tom Poes zoekt Terpen Tijn op in zijn atelier in een pakhuis bij de haven van Rommeldam. Hij vertelt dat heer Bommel nu niet kan betalen omdat hij onder voogdij staat. Maar hij heeft wel een inzicht gehad waarin de schilder onder goud werd bedolven. Helemaal begraven. Hoe kan dat? Terpen Tijn verstarde op dit vooruitzicht. "Ik ben niet te koop. Kunst is niet te betalen. Wat betekent dat?" Tom Poes vindt het maar een inzicht van heer Bommel. Maar Terpen Tijn stelt dat het zijn inzichten zijn. Hij dreigt onder het goud te worden bedolven. Tom Poes dacht dat al. Maar omdat Bommel in het Zielknijpershuisje zit kan hij de 1000 goudstukken niet betalen. "Zaken zijn zaken". Maar Terpen Tijn wil er niets van weten. "Geen zaken!. Kunst is geen zaak. Haal dat portret. Ik ga de inzichten erop verdoeken . Schiet op!"

Op Bommelstein laat bediende Joost desgevraagd de markies het portret van zijn werkgever zien. De markies constateert dat het portret ‘totaal niets uitdrukt’. Het is raak geschilderd. Joost geeft de naam van de schilder: Terpen Tijn. Tom Poes komt binnen, groet beleefd en neemt het schilderij mee. Hij zegt dat Terpen Tijn het nodig heeft. Hij holt weg, gevolgd door de markies in zijn draagkoets, die zo het adres van Terpen Tijn achterhalen wil. Tom Poes levert het schilderij af en de schilder is zelfs een beetje tevreden. Het originele linnen zit er nog opgevouwen in. Terpen Tijn heeft het nu lastig. Er komt een moment dat het losgetrilde inzicht even in de ruimte vibreert en nog niet op het doek gefixeerd zit. De parmantig binnenkomende markies pikt het losgetrilde inzicht ongewild op. Hij heeft nu dezelfde kwaal als waar Bommel aan leed en zijn opsluiting aan te danken heeft. De markies ziet verblekend in zijn eerste witte wolk zijn geschonden blazoen opdoemen. Terpen Tijn maakte zijn fixeerwerk snel af.

De markies weet inmiddels genoeg. Hij rept zich naar de kliniek van doctorandus Zielknijper en beveelt de behandeling van zijn buurman te staken. Het is een vlek op zijn blazoen. De toegezegde gift blijft. De markies wil bovendien zelf in behandeling worden genomen. Hij heeft last van witte vlekken boven zijn hoofd. Heer Bommel ziet zichzelf in zijn eigen wolkje blij het glas heffen. Terwijl hij aan zijn inzicht twijfelt, komt de dienstdoende broeder hem vertellen dat hij kan gaan. Naar huis lopend bedenkt dat hij de gevangenis die hem nu wacht, verkiest boven de kliniek van Zielknijper. Bij de oostertoren van het kasteel wacht zijn advocaat Woordkramer hem op met zijn declaratie. "De zaak is gesloten. Het recht heeft zijn loop gehad. Wammes Waggel is vrijgelaten. Hij handelde in opdracht van aannemer Gruisbelt. Daarmee is er geen zaak tegen heer Bommel. Alleen maar vermoedens." De raadsman vertrekt tevreden, nadat de declaratie is voldaan. "Tot de volgende keer dan maar weer."

Tom Poes komt vervolgens aan met Terpen Tijn. Tom Poes deelt mee dat zijn vriend geen last meer zal hebben van zijn inzichten. Terpen Tijn heeft ze weer boven het portret gezet. De schilder wil niets meer over dukaten weten. Ook niet morgen via de bank. Bediende Joost kondigt hierop een diner aan, nu zijn werkgever van zijn zenuwinzinking is genezen. Gebonden kippensoep met tournedos. Met twee potjes augurken. Terpen Tijn wil nu toch wel de dukaten hebben. In een ouwe sok. Zo kan hij niet bedolven raken.

Terpen Tijn en Tom Poes zitten al aan tafel als heer Bommel Wammes Waggel binnenvoert. De kasteelheer voelt zich wat schuldig. Hij had Wammes beter moeten waarschuwen voor zijn inzichten. Maar de schade bij de markies zal worden vergoed! Joost is blij dat de gevaarlijke inzichten zijn verdwenen. Terpen Tijn vat samen: "We zitten hier niet om over Bommels inzichten te praten. Die zijn er niet; het waren de mijne." Heer Bommel kan zich daarin vinden.

Het schilderij kwam in het stadsmuseum te hangen. En als het niet gestolen is, hangt het daar nog.

Hoorspel

Voorganger:
Het verdwijnpunt
Bommelsaga
25 november 1972 - 13 februari 1973
Opvolger:
De Krookfilm