Het monster Trotteldrom

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het monster Trotteldrom (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het monster Trotteldrom) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 4 augustus 1964 en liep tot 16 oktober van dat jaar. Thema: Massapsychose

Blijkens zijn autobiografie had Marten Toonder een afkeer van massa's en groepen en het daarin opduikende groepsdenken. Het thema komt in meerdere verhalen voor.

Het verhaal

Op een mooie zomerochtend zit heer Bommel voor het open venster de krant te lezen. Hij begrijpt niet waarom iedereen op vakantie gaat.[1] Want men kan zich nergens zo goed ontspannen als thuis. Zijn bediende Joost is het daarmee oneens. Hij ontspant het best in onbekende landstreken. Zijn werkgever leest uit de krant voor over het onbekende eiland Trottel. Op dat moment komt Tom Poes door het openstaande raam vragen of zijn vriend niet eens zin heeft om weer een zeereisje te gaan maken. Heer Bommel vindt echter kapitein Wal Rus te druk voor een rustige vakantie. Juist op dat moment ziet Tom Poes de gezagvoerder uit een taxi stappen bij het slot Bommelstein. Hij komt Travelijn Trot afleveren, afkomstig van het eiland Trottel. Deze eilandbewoner zoekt hulp voor zijn bedreigde notenhandel. Tom Poes treft het dat hij met de kapitein mee mag op zeereis naar dit eiland Trottel. Maar heer Bommel weigert mee op reis te gaan. Onderweg vertelt de kapitein aan Tom Poes over het monster, een soort zeeslang, een reuzenworm, die slecht is voor de trottelnotenhandel.

De kapitein heeft belang in de verscheping van trottelnoten vanaf het eiland. Bij aankomst legt hij Tom Poes uit dat de woondozen van de Trottels niet mooi zijn. Maar makkelijk te herbouwen na verwoesting door het monster. En de helft van de eilandbewoners is bouwvakker. De bewoners van Trottel hebben een hoge mate van democratie en zijn volgens eigen zeggen 'voorgeraakt'. Ze zijn zo ver voorgeraakt dat ze geen boeken hebben en daarom gaat heer Bommel met Travelijn Trot spitten in de bibliotheek op het kasteel. Want het enige dat ze niet aankunnen is een monster dat op gezette tijden een spoor van verwoesting achterlaat op het eiland. Zo gaat hun handel eraan. Travelijn Trot legt uit dat er nooit ruzie is en dat er nooit meningsverschillen zijn op zijn eiland, want de meerderheid heeft immers altijd gelijk.

Heer Bommel is dus gebleven om Travelijn Trot te helpen een oplossing tegen het monster te vinden, maar hij laat de eigenwijze Trot al gauw aan professor Prlwytzkofsky over, die toevallig langs kwam wandelen. Die merkt op dat Travelijn personen moeilijk uit elkaar kan houden en noteert een ‘verkreupeld persoonlijkheidservaren’.[2] Travelijn merkt op dat de meerderheid altijd gelijk heeft en de professor noteert ‘afgenomen ik-vertrouwen’. Op het kasteel krijgt Travelijn een voorgevoel dat het monster gaat woeden. Er is geen vluchtgat en Travelijn krijgt de zenuwen. De professor neemt hierop de Trot mee voor verder onderzoek naar de gemeente-universiteit. Heer Bommel is nu overtuigd van de ernst van de situatie en besluit op eigen gelegenheid per vliegtuig achter Tom Poes aan te reizen om het monster onschadelijk te maken.

Tom Poes gaat het eiland verkennen met lichtmatroos Kornelis Waaikant, die in het bezit is van een banjo. Ze zien dat de Trotten collectief vluchten in holen, onder de uitroep dat het monster komt. Het monster komt inderdaad en verwoest het vliegtuig van heer Bommel, dat juist was geland. Ter plekke meldt zich veldwachter Laris Trot[3] die een onderzoek instelt. Hij houdt heer Bommel voor een journalist. En dat is iemand die in eigen land lelijke stukjes gaat schrijven over het eiland Trottel. Hij roept om hulp en een menigte Trotten schiet hem inderdaad te hulp maar kapitein Walrus slaat de eilandbewoners eenvoudig uit elkaar. Hierop verklaart de eenzame veldwachter angstig dat de vreemdelingen onschuldig zijn. Maar hij heeft een voorgevoel…..

Het geweldige monster Trotteldrom komt een tweede keer en verwoest het verlaten stadje en de trottelnoten die klaar lagen voor verscheping. Hierop vertrekt de Albatros met Heer Bommel aan boord die echter snel weer terug zwemt. Tom Poes raakt in gesprek met Smoris Trot, die als enige Trot nooit het voorgevoel heeft dat het monster eraan komt. Hij is een buitenstaander en zijn mening telt nooit mee. Tom Poes gaat op onderzoek uit en ziet dat de grot waarin het monster steeds uitkomt in verbinding staat met de vluchtgaten waar de Trotten bij hun voorgevoel in kruipen. Smoris laat de twee vrienden onderduiken in zijn afgelegen huisje omdat Tom Poes gezocht wordt voor verboden grotonderzoek en heer Bommel wegens onttrekking aan een medische behandeling.

Professor Prlwytzkofsky stelt een psychologisch onderzoek in op het eiland. “Goed is wat de meerderheid denkt, slecht is wat de minderheid denkt”, is het antwoord op zijn vraag “Wat is goed en wat is slecht?”. Hij wordt vervolgens zelf als ‘slecht’ de stad uitgejaagd en belandt bij zijn twee stadgenoten. De professor legt Smoris uit dat een persoon altijd meer weet dan een menigte.[4] Heer Bommel gaat terug naar de stad omdat hij te weten is gekomen waar alle Trotten het over eens zijn. Het belang van trottelnoten. Hij haalt de Trotten over het monster te gaan bevechten en niet meer te vluchten. Heer Bommel trekt op aan het hoofd van een grote groep Trotten. Tom Poes steunt heer Ollie dan ook wanneer deze de Trotten weet te bewegen de grot dicht te maken.[5] De professor keurt de gang van zaken af. “Men moet ener monster in der openheid brengen om hem ontbinden te kunnen!”

In de stad Rommeldam had Travelijn Trot eerder zo op de zenuwen van professor Prlwytzkofsky gewerkt, dat die hem naar zijn collega Sickbock had doorgestuurd om van hem af te zijn. Zelf ging hij per waterfiets naar het eiland, waar hij uiteindelijk belandt bij het huisje van Smoris Trot. Professor Sickbock ontwikkelt desgevraagd een bom, met een latentietijd van 21 seconden, om het monster onschadelijk te maken. Want het monster zal na ontploffing tot in zijn kleinste deeltjes worden ontbonden. Tevreden gaat ook Travelijn[6] terug naar Trottel, na kapitein Wal Rus te hebben omgepraat nogmaals af te varen. Travelijn Trot betreedt het eiland gewapend met de bom. Hij loopt heer Bommel tegen het lijf en overhandigt hem de Sickbock-bom. Want hij krijgt een voorgevoel van het monster Trotteldrom.

De Trotten krijgen inderdaad wederom een collectief voorgevoel dat het monster komt, maar vluchten niet. Het monster blijkt Tom Poes te zijn die uit de met stenen afgesloten grot stapt. Hij kent nu ook het geheim van het monster maar komt niet aan het woord. De Trotten willen hem arresteren wegens verboden grot bezoek maar ze krijgen opnieuw een voorgevoel. De Trotten gaan nu weer de vluchtgaten in. Het monster komt al gauw uit de reeds half afgesloten grot. Heer Bommel wil zijn wapen inzetten maar Tom Poes is tegen. In een gevecht tussen de twee vrienden bemachtigt Tom Poes de bom met ingedrukte pin. Tom Poes gooit het geactiveerde projectiel in zee. Door de waterhoos die veroorzaakt wordt, wordt het monster geraakt. Het uiteenvallende monster Trotteldrom blijkt geheel uit een grote drom Trotten te bestaan.[7] Professor Prlwytzkofsky ziet het gebeuren tijdens zijn observatie aan de staart van het monster. Kapitein Wal Rus was in de mast van zijn goede schip geklommen en ziet eveneens de waterhoos uit zee het land teisteren.

Tom Poes bekijkt de ontwikkelingen boven op een rots, waar zijn vriend tegenaan leunt terwijl hij met een zakdoek zijn zweet wegwist. De verslagen Trotten zitten met de vraag: “De meerderheid heeft ontdekt dat wijzelf het monster zijn. Wij zijn een voorgeraakt volk, eendrachtig en eensgezind. Hoe komen we zo gek?” Tom Poes antwoordt de Trotten dat zoiets komt door de eendracht. “Een menigte wordt altijd een monster dat ervan houdt dingen kapot te maken en zo.”

De Trotten gaan vervolgens snel aan het werk. De Trottelnoten worden verzameld en het schip beladen. Smoris Trot krijgt voortaan de beschikking over een brandspuit als Trotteldrom-bestrijder. Hij moet ingrijpen bij het geringste voorgevoel. De kapitein serveert de afsluitende maaltijd op het schip. Snert met spek en roggebrood. Travelijn Trot vertelt dat hij de bom had overgedragen aan Bommel. Zijn jonge vriend belette hem de bom op het monster te werpen, waarmee de gehele bevolking zou zijn uitgeroeid. Als dank zegt heer Bommel: “Proost Tom Poes, op je gezondheid!” Bij het geklink van de glazen komt de professor niet meer aan het woord.

Voetnoot

  1. Een duidelijke verwijt aan zijn biograaf. Marten Toonder onderbrak de biografie van de kasteelheer van 13 juli tot 4 augustus, om zelf op vakantie te gaan. Op 14 juli plaatste het NRC een vakantieaankondiging.
  2. Joost en de kapitein zijn allebei in uniform dus gelijk.
  3. Te herkennen aan zijn sheriff-ster.
  4. "Zou het? Ik heb dat ook weleens gedacht, maar de meerderheid was altijd tegen," aldus Smoris Trot.
  5. "Eendracht maakt macht. Weg met het monster!" De Trotten juichen collectief en Smoris in zijn eentje.
  6. In de Volledige Werken heeft Marten Toonder aflevering 5282 verworpen. Hierin legt professor Sickbock Travelijn uit hoe de bom werkt. De bom is opgebouwd uit samengebonden deeltjes tot één geheel. En omdat één het kleinst mogelijke verschil met niets is, zal de bom bij activering na 21 seconden ontbinden.
  7. De naam onthult het bestaan. Nomen est omen

Hoorspel

Voorganger:
De liefdadiger
Bommelsaga
4 augustus 1964 - 16 oktober 1964
Opvolger:
De killers