Het spijtlijden

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel en het spijtlijden (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het spijtlijden) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen[1] voor het eerst op 22 september 1980 en liep tot 7 januari 1981.[2] Thema: Ziekelijke spijt

Het verhaal

Dwerg Kwetal heeft een pardoes gemaakt. Met de ene uitgang kun je doerakken wegblazen en met de andere kant, de lokpieper, spijtlijsters lokken. Deze vogels eten namelijk spijtgrein en dat interesseert Pee Pastinakel zeer, omdat hij in zijn eentje anders de spijtgreinplaag niet aankan. Hij spit het onder de grond omdat het een zwart gevoel geeft. Maar het is beter als er spijtlijsters zijn, want die eten het spijtgrein weg. Heer Bommel maakt een wandeling en komt bij de Hopheuvel.[3] Omdat hij de weerberichten om 12 uur wil horen wekt hij de belangstelling van Kwetal die de nieuw gevoegde pardoes wil ruilen voor de draagbare radio. Heer Ollie weigert in eerste instantie, totdat hij zich samen met Pee Pastinakel moet verstoppen voor twee doerakken. Pee geeft uitleg over het spijtgrein dat de doerakken wel moeten eten. Maar nu is er zelfs een spijtgreinplaag omdat er te weinig spijtlijsters zijn. Omdat de kasteelheer per ongeluk zijn radio aanzet, komen de doerakken op hen af. Pee verstopt zich maar heer Bommel rent voor zijn leven. Kwetal redt hem met de pardoes. Maar nu komt de ruil wel tot stand.

Bij het kasteel Bommelstein zijn Tom Poes en bediende Joost buiten met elkaar in gesprek. Heer Bommel komt intussen opgetogen aanlopen met zijn nieuwe pardoes. Tijdens de uitleg wil ambtenaar eerste klasse Dorknoper zich ongezien in het gesprek mengen. Hoewel hij beleefd de hoed licht en een mondelinge aanmaning doet om de belastingaangifte te verzorgen, wordt hij door heer Bommel per ongeluk met de pardoes weggeblazen. Heer Bommel maakt vervolgens netjes excuses en laat de overspannen ambtenaar zien, dat ook het lokken van een spijtlijster met het apparaat goed lukt. De vogel landt op de hoed van de gekwelde overheidsdienaar. Laatstgenoemde vertrekt onder de uitroep dat hij spijt zal leren middels een ambtshalve aanslag. Ook Tom Poes denkt dat het wegblazen van ambtenaren niets helpt, want die komen altijd terug. Bediende Joost heeft noch radio noch weerbericht nodig. Zijn eksterogen melden dat er regen aankomt. Tijdens het declameren van Joost komt een paraplu met daaronder de Zwarte Zwadderneel aangewandeld.[4] Die roemt het spijtgrein als heilbrengend zaad dat inkeer geeft. Heer Bommel wil maar wat graag de wereld verbeteren en belooft de man met paraplu naar de spijtplanten te brengen. De pardoes echter moet hij bij Tom Poes achterlaten, want die deugt niet volgens de zwarte man. Tom Poes waarschuwt zijn vriend dat hij op stap zal gaan met de Zwarte Zwadderneel. En die deugt zelf niet! Om de wereld te verbeteren moet men immers bij zichzelf beginnen en dat is dus niet gemakkelijk.

Kwetal is intussen naar de radio aan het luisteren en hij vindt die andere wereld wel ‘noppig’. Pee is ontstemd dat de pardoes met lokpieper is ingeruild. Er is maar één lijster en dat betekent veel te veel spitwerk voor Pee Pastinakel. Heer Bommel komt met zijn zwarte gezel aanwandelen en Kwetal stelt onmiddellijk de omgekeerde ruil voor. De radio, die tot een echte wereldontvanger is omgebouwd, tegen de pardoes-lokpieper. Heer Bommel laat zich niet overtuigen omdat het spijtgrein erg nuttig is. Het is zo nuttig dat zijn metgezel de eenzame lijster handenklappend wegjaagt. Heer Bommel wordt vervolgens ook heengezonden, zodat hij moeite heeft zijn gedachten te ordenen.

Achter het kasteel Bommelstein heeft bediende Joost een keukentafeltje buiten gezet. De bezorgend kruidenier Grootgrut geniet samen met de bediende van een kopje betere zwartmerk-koffie. Heer Bommel krijgt zelf altijd Hupsakee-koffie geserveerd. Ook krijgt hij Algorijnse foezel in fraaie Bordeaux-flessen uitgeschonken. De koffievisite wordt verstoord door een zwarte man met paraplu. Die veroordeelt de afgeluisterde euveldaden. Hij roept de heren op omhoog te kijken, wat hem de gelegenheid geeft enige korrels in de koffie te deponeren. Hij vertrekt weer met de woorden dat spijt hun deel zal zijn. Bediende Joost denkt De Zwarte Zwadderneel aanschouwd te hebben, die door de kruidenier wordt beschouwd als een nieuwerwetse zendeling. De politie zou tegen hem moeten optreden in het belang van de jeugd. Na het nuttigen van de koffie oordeelt de bediende dat zijn levensmiddelenfraude de schuld is van de middenstand. Kruidenier Grootgrut geeft echter de sigarenrokende[5] bediende, die de wijn verwisselt, alle schuld. Als heer Bommel aan komt lopen is het tafeltje omgevallen en ligt het servies op de grond tussen de ruziemakende heren. Kruidenier Grootgrut klaagt over de belastingen, de regering en praatjes van een laarzenknecht. Joost geeft zijn werkgever de schuld van zijn fraude, omdat hij geen verstand van goede koffie en wijn heeft. Bovendien is de kasteelheer altijd bezig zijn tijd te verluieren. Heer Bommel stelt dat dit te ver gaat en ontslaat zijn bediende op staande voet. Laatstgenoemde heeft er nu opeens spijt van dat hij na 38 jaar trouwe dienst zonder getuigschrift op straat blijkt te staan.

De langs wandelende Tom Poes krijgt uit de eerste hand het ontslag van bediende Joost te horen. Zwarte Zwadderneel heeft op zijn beurt heer Bommel niet langer nodig. Tom Poes zoekt verbanden tussen spijt en de spijtplanten. Heer Bommel wordt uitgenodigd voor een schilderijententoonstelling in het stadsmuseum. Burgemeester Dickerdack zal de expositie van het werk van Terpen Tijn openen, de grootste kunstenaar van deze tijd. Maar tijdens de redevoering van de burgervader knoeit een man in het zwart met de drankjes van buffethouder Sijpel. Spijt wordt eenieders deel. En de meesterschilder haalt eigenhandig zijn kunstwerken van de muur en slaat ze tot barrels. Hij heeft spijt van zijn geklieder. Journalist Argus van de Rommeldamse Courant komt binnenhollen, omdat hij vernomen heeft dat de schilder zijn eigen werk oplichterij heeft genoemd. Maar ook de medewerker van de krant wordt door spijt overmand, omdat hij gisteren Terpen Tijn nog een baanbreker had genoemd. Heer Bommel besluit hoofdschuddend op de Kleine Club een kopje koffie te gaan drinken om aan de ruzie te ontkomen. Maar ook daar wordt met de drank geknoeid door een binnensluipend heer in het zwart. Journalist Argus komt als niet-clublid hoogstpersoonlijk zijn hoofdredacteur O. Fanth Mzn de mantel uitvegen. Markies de Canteclaer legt commissaris Bulle Bas uit dat heer Bommel geld bezit in tegenstelling tot de voornamere kringen. De kasteelheer had nooit lid van deze sociëteit mogen worden. Maar de commissaris trekt woedend één lijn met ambtenaren zoals Dorknoper, die stipt hun moeilijke plicht doen. Bij het verlaten van de Club komt heer Bommel wederom Tom Poes tegen. Samen besluiten ze dat er iets vreemds is met de spijt, waar iedereen last van krijgt. Tom Poes denkt dat Zwadderneel er achter zit, maar zijn vriend stelt dat die slechts de wereld wil verbeteren. Bij het kasteel wordt een huilende bediende Joost weer in dienst genomen. Zijn werkgever zegt nu tegen Tom Poes dat het om inkeer gaat. Zijn goede vader zei dan ook dat berouw kwam na de zonde, zodat berouw mooi moet zijn. De Zwarte Zwadderneel heeft de inkeer van Joost aangehoord en moet nu wel concluderen dat het spijtgrein te snel is uitgewerkt. Hij verzamelt een nieuwe zak maar wordt ter plekke neergeknuppeld door een doerak. Als hij de volgende dag bijkomt vermoedt hij spijtgrein binnen te hebben gekregen. De spijt van zijn overmoed knaagt en hij besluit toch hulp te gaan zoeken.

Ondernemer Wammes Waggel verkoopt in de buurt vanuit een houten keet badpakken in alle maten. Maar omdat de handel gebrekkig loopt wordt deze uitdragerij binnenkort toch al opgeheven. De langskomende Zwarte Zwadderneel geeft Wammes spijtkruid te eten, dat elke uitwerking op de gans mist. Maar hij vindt het best lekker en gaat met zijn kar desgevraagd aan de slag. Een losgelaten zijplank wordt door een stevige klap met een knuppel weer vastgezet. De slaande doerak had gemikt op het hoofd van Wammes, maar die werd gestoord door een wegvliegende lijster. Voor het eerst van zijn leven wordt de doerak bedankt, waarop hij schreiend weggaat. Wammes Waggel meldt zich met een volle kruiwagen bij zijn opdrachtgever, die hem vervolgens de inhoud vanaf een brug in de rivier de Rommel laat storten. Vervolgens is Wammes ontevreden over zijn beloning.

Heer Bommel is intussen ernstig ontriefd door de zwartmerk koffie van Joost en een ambtshalve aanslag van Dorknoper. Joost merkt op dat zijn werkgever nu de koffie van Joost krijgt en Dorknoper deelt mee binnen 14 dagen betaald te willen worden. De hooggeplaatste ambtenaar wordt echter niet gedekt door de burgemeester. Die heeft al lang spijt van zijn onbegrijpelijke toespraken die via Dorknoper en zijn stadscomputer tot hem komen. Ambtenaar Dorknoper wendt zich nu rechtstreeks tot commissaris Bulle Bas, maar die zit diep in de put. Hij heeft bewust de wedstrijd R.F.C.[6] tegen Stuipendrecht zonder politietoezicht laten plaatsvinden. En nu de gevolgen bekend zijn vreet dat aan hem. Heer Bommel spreekt vervolgens persoonlijk ambtenaar Dorknoper aan inzake zijn aanslag. Die heeft echter slechts spijt dat hij te laat heeft ingegrepen. Commissaris Bulle Bas hoort de ruzie aan en trekt zijn conclusies. Er wordt met dranken geknoeid, beginnend op de Kleine Club. En nu dus met alle dranken. Bulle Bas voelt er veel voor om met vervroegd pensioen te gaan, maar hij wil eerst het water laten onderzoeken.

In de burgemeesterskamer zitten heer Bommel en de burgemeester uitgeblust tegenover elkaar. De vrouw van kruidenier Grootgrut leest haar man de les over zijn achterlijke zakentechnieken. Ze wil geen duf winkeltje maar een frisse supermarkt. Intussen rijdt de commissaris met een glas water in een open politiejeep naar het stadslaboratorium. Professor Prlwytzkofsky vermoedt eerst slechts gechloreerd rivierwater, maar leeft op als Bulle Bas het woord drugs noemt. Zijn assistent Alexander Pieps wordt als proefpersoon aangewezen en krijgt met dichtgeknepen neus een slok toegediend. De reactie van Alexander naar zijn baas toe is zo agressief, dat de professor besluit doctorandus Zielknijper te raadplegen. De laatstgenoemde ziet bij de assistent schuldgevoelens, die hij op anderen probeert af te wentelen. Hij ziet dat vaak in zijn praktijk. Maar in een later stadium valt de schuld op de persoon zelf terug, zodat zelfvernietiging dreigt. Hij raadt aan geen water te drinken en hij hoopt dat de professor een tegenstof kan vinden, want er dreigt een epidemie. Na het drinken van koffie krijgt de burgemeester spijt. Er zijn grote huizen in de stad, die door slechts één persoon worden bewoond. De magistraat denkt na over een ruimteverordening en heer Bommel loopt boos uit het gesprek weg.

Terug op het kasteel besluit heer Bommel Tom Poes te gaan helpen, want die wil al de spijtplanten uitroeien. De kasteelheer wil een plattegrond tekenen, maar wordt daarbij ernstig gehinderd door de wederom door spijt overmande Joost. Hij besluit daarop met Tom Poes dan maar naar de spijtplanten te rijden.[7] De Oude Schicht komt onderweg in botsing met het van links komende rijwiel van doctorandus Zielknijper. Bijrijder Tom Poes vult een waterfles in de rivier, onder afkeurende opmerkingen van professor Prlwytzkofsky, die het drinken van water ontraadt. Zowel heer Bommel als de gevelde doctorandus[8] worden door het drinken van water door spijt overmand. Tom Poes vraagt zich nu af hoe het water door de Zwarte Zwadderneel met spijtgrein kan zijn vergiftigd. Hij krijgt het antwoord geleverd door Wammes Waggel, die boos is op een meneer in een zwart pak, gekleed als een bidder. Hij heeft de erwtjes in de rivier gegooid, maar hij wil wel met Tom Poes mee, om lol te beleven. Op de plaats waar het spijtgrein groeit is de zwarte man nog zuchtend bezig met zijn verzamelend werk. Een troep doerakken wordt door Tom Poes weggeblazen met de pardoes, die hij thuis heeft opgehaald. Wammes Waggel mag de lokpieper proberen. De zwerm lijsters die daarop af komt, vindt hij dan ook enigjes. De Zwarte Zwadderneel wil de vogels wegjagen, maar het zijn er te veel. Hij beseft dat hij opnieuw gefaald heeft. Hij zal nooit iets goeds in zichzelf vinden, als altijd alles misloopt. Hij verlaat hier het verhaal, een spoor van spijtleed achterlatend.[9]

Heer Bommel en doctorandus Zielknijper zijn beiden opgenomen in de eigen kliniek van laatstgenoemde. Professor Prlwytzkofsky staat er bezorgd bij. De psyche bestaat immers wetenschappelijk niet, stelt hij. Maar dat maakt Zielknijper nog depressiever, want al zijn gedokter berust dus op hoogmoed. De professor meldt zich op het politiebureau. Aldaar vertelt brigadier Snuf dat de verdachten, Super en Hieper er een puinhoop van hebben gemaakt. Beiden staan inmiddels door berouw overmand spijt te betuigen bij de commissaris. De uit het veld geslagen journalist Argus tekent uit de mond van de professor op dat de eerste fase van het spijtlijden aanvallerig is, de tweede droefmoedig. “Vooral geen water drinken”.

Tom Poes ziet tot zijn genoegen dat de gelokte spijtlijsters het spijtgrein wegpikken. Wammes Waggel feest met ze mee, want hij heeft geen enkele last van de zaden. Tom Poes besluit heer Bommel te gaan zoeken.[10] In de kliniek van doctorandus Zielknijper vraagt de naamgever zichzelf af of hij de antipsychiatrie moet ingaan of zijn heil moet zoeken bij een goeroe? Heer Bommel wil in een piepklein huisje gaan wonen om zijn winderigheid kwijt te raken. Tom Poes slaagt erin hem in de Oude Schicht mee naar slot Bommelstein te nemen. Burgemeester Dickerdack vindt intussen ambtenaar eerste klasse Dorknoper, die bezig is met het beantwoorden van achterstallige post en het verscheuren van ambtshalve opgelegde aanslagen. De burgemeester maakt tegen dat laatste bezwaar, maar de ambtenaar riposteert dat de bevolking tegenwoordig uit spijt de belastingen spontaan betaalt. Ook de burgemeester wordt in persoon door deze opmerkingen geraakt en besluit zijn persoonlijke aangifte schielijk bij te stellen.

De andere ochtend wordt heer Bommel verkwikt wakker onder het genot van een ouderwets kopje koffie.[11] De kasteelheer wil weer graag een feestmaal geven. Professor Prlwytzkofsky meldt zich die avond op het feestmaal tijdens het opdienen van de soep met de door hem gevonden antistof. Heer Bommel meldt echter dat na een nachtje slapen de spijt al flink is afgenomen, maar de geur van uiensoep doet de hoogleraar goed. En omdat Joost ook op de rest van de maaltijd erg zijn best had gedaan, werd er in de stad nog lang over nagepraat.[12]

Voetnoot

  1. Professor Prlwytzkofsky verzorgt op 16 augustus een ongenummerde vakantieaankondiging in het NRC.
  2. Op de website http://kranten.kb.nl zijn 87 afleveringen terug te vinden. Zoek onder historische kranten naar: 'Het spijtlijden' pdf-formaat geeft het beste resultaat
  3. Circa 2km ten noorden van kasteel Bommelstein.
  4. De wind is in de bomen De regen op 't struweel. Nu zal hij weldra komen:De Zwarte Zwadderneel!
  5. Let wel, de sigaren zijn van heer Bommel.
  6. Rommeldamse Football Club.
  7. Heer Bommel stelt dat Joost niets meer kan, omdat hij weet dat hij niets kan.
  8. Hij ziet zijn eigen toestand als een virulente introvertie.
  9. In de Volledige Werken verdwijnt de zendeling al met dit plaatje 0830 uit het verhaal. Marten Toonder verwerpt de tekeningen 0837 en 0838 uit de krantenstrips.
  10. Verworpen afleveringen 0837 en 0838. Tom Poes treft ’s avonds de Zwarte Zwadderneel aan in het kasteel Bommelstein. Die is door de spijtopwekkende koffie van Joost overmand door verdriet. De gelokte spijtlijsters door Tom Poes hebben bovendien hem het verder werken onmogelijk gemaakt. Tom Poes beveelt hem dringend aan het kasteel te verlaten en zo geschiedde.
  11. In de Volledige Werken worden de strips 0840,0842,0843 en 0844 verworpen en vervangen door 0840a, waarin Tom Poes heer Bommel tactvol naar huis brengt. In de verworpen afleveringen is er een grootschalige politiedemonstratie tegen het politiegeweld. Een betoging van brekers en knakkers vol berouw stuit op deze politiedemonstratie, waarbij de burgemeester zich heeft aangesloten. Tom Poes weet heer Bommel met zachte hand naar huis te geleiden.
  12. De publicatie op 6 januari 1981 in het NRC 0847, toont het gevolg van het feestmaal. Joost aan de handmatige afwas omdat de afwasmachine overwerkt is geraakt. De aflevering 0848, NRC 07-01-1981, toont ook Tom Poes die de afwas komt bekijken. De breuk van voorvaderlijk servies kondigt een heruitgave aan van De grootdoener, omdat Joost ontslag dreigt te nemen en heer Ollie een robotoverweegt.

Hoorspel

Voorganger:
De minionen
Bommelsaga
22 september 1980 - 7 januari 1981
Opvolger:
Het volledig maken