Het stenenbeenprobleem

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het stenenbeen-probleem (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het stenenbeenprobleem, zonder streepje) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 10 augustus 1957 in de Nieuwe Rotterdamse Courant[1] en liep tot 7 oktober van dat jaar. Thema: Geestelijk conservatisme leidt tot lichamelijke verstening.

Het verhaal

Op een zekere avond maakt heer Bommel met Tom Poes een prettige wandeling door zijn tuin. Hij spreekt van de vertrouwde muren horend bij een eigen slot en een gazon. Zijn jonge vriend zegt eerst “Hm” en wijst hem vervolgens op de vervallen staat van de westelijke vleugel. Heer Bommel heeft niet zoveel met die leegstaande vleugel maar dat wordt anders als bediende Joost vanuit een venster hen toespreekt. Want er staat water in de kelder en er groeien paddenstoelen op de muren. Er is dus een ernstige lekkage in de kelder van de westelijke vleugel van kasteel Bommelstein. Heer Ollie wil echter alles bij het oude houden en niets van reparatie weten. De volgende ochtend is hij zelf getroffen door een verstening van zijn linkerbeen terwijl Joost en Tom Poes mismoedig in de kelder aan het klussen zijn.

De geraadpleegde arts constateert inderdaad verstening van de linkervoet. Het is zelfs marmer. Naast een dieet zonder kalk- of steenhoudend voedsel stuurt hij de kasteelheer voor rusten en baden 25 km naar het zuiden, naar bad Hochwitzen in de Gouden Bergen.

In het kuuroord waar hij met Tom Poes ter genezing heen afreist, gaat ook de rechtervoet verstenen. Zijn jonge vriend heeft het zwaar met het transport in een rolstoel van zijn gehandicapte vriend.[2] Tijdens de dagelijks badsessies ontmoeten ze dokter Slagslager.[3] Slagslager zegt hoogleraar aan de universiteit van het Positieve Denken te zijn.[4] Tijdens de wandeling naar de kliniek van de hoogleraar crasht de rolstoel met de kasteelheer in de gevel van het gebouw. Volgens Tom Poes komt dat door de helling, die te steil was voor de rolstoel, maar de hoogleraar vindt de negatieve kijk van Tom Poes hoofdschuldig aan het ongeluk.

Om het negatieve denken uit te schakelen komt de hoogleraar met een hulpje. Want hij wijt de verstening aan de negatieve houding van de patiënt en verkoopt hem voor 10.000 florijnen een 'looppratertje' , een wel degelijk schattig apparaatje dat voortdurend positief commentaar geeft.[5] Heer Bommel vindt het een lief ding maar Tom Poes zegt toch wederom: “Hm”. Heer Bommel veroorzaakt nu weer wandelend door zijn positieve kijk een verkeersongeluk waarvan hij de gevolgen nog net kan afkopen. ’s Nachts kan hij de slaap niet vatten en daalt af naar de balzaal. Tijdens een dans trapt hij zijn dansdame op haar tenen. Hij zakt zelf door het parket van de vloer en wordt door een potige kelner ruw buiten geworpen.

Tom Poes denkt dat dit zo niet gaat werken want die specialist is een kwakzalver. Er verandert zo niet veel. Specialist Slagslager zet de patiënt nu een roze bril op het hoofd tegen een vergoeding van 3600 florijnen.[6] Hierdoor tuimelt de gekwelde bergbeklimmende patiënt van de rotsen af in een bergmeer. Tom Poes redt zijn vriend uit het water en ze belanden met het door Tom Poes weggeschopte looppratertje bij een aldaar in een grot huizende kluizenaar.

Tom Poes en Heer Ollie maken ruzie over het looppratertje, dat de kluizenaar wel weer aan zijn verzameling[7] wil toevoegen. Zijn diagnose voor de kasteelheer is dat iedereen die alles wil laten zoals het was en die niet van veranderen houdt langzaam versteent. De kluizenaar vindt woorden oppervlakkig en ook het denken. "We moeten dieper gaan". Hij wijst de patiënt een warme bron die zou kunnen vergruizen. Maar de kasteelheer moet het zelf gaan doen, zonder hulp. Hij wil echter niet graag afstand doen van zijn “praatlopertje”. Tom Poes gaat hierop verstandig naar huis en de kluizenaar wil het looppratertje als beloning hebben mocht Heer Bommel genezen.

Slagslager, die met behulp van een zendertje de verrichtingen van het looppratertje kan beluisteren als een soort van walkietalkie en zodoende ook heer Ollie, hoort het allemaal mislopen. Maar hij kan zijn patiënt niet meer redden, want die wordt inmiddels weggespoeld door een onderaardse rivier. Slagslager werpt de kluizenaar in het water, vergetend dat het looppratertje nu als walkietalkie staat afgesteld, zodat de patiënt zijn geneesheer ook hoort zeggen: "Wat kan mij die patiënt schelen!" Hierop gooit Heer Bommel het apparaatje weg. De kluizenaar weet zichzelf zwemmend uitstekend te redden. Hij komt Slagslager weer tegen in het grottencomplex. Die is blij met het omhulsel van het looppratertje, maar de kluizenaar blijkt de inhoud te hebben gevonden.

Als Tom Poes op Bommelstein aankomt treft hij bediende Joost landerig liggend in een tuinstoel aan, in afwachting van een aannemer. Samen besluiten ze de waterproblemen in het kasteel dan maar zelf aan te gaan pakken. Het muurvlak van Joost is droog, maar Tom Poes treft achter zijn kant van de muur de onderaardse rivier. Daar ter plekke verschijnt een verbaasde kasteelheer, die pijnlijk wordt getroffen door een vallend stuk steen op zijn rechterbeen. Het been blijkt dus weer gevoel te hebben en Tom Poes staat er juichend bij te dansen. Heer Bommel stelt na enig moeilijk denkwerk tevreden vast: "Als men stenen benen heeft moet men zelf genezen maar jullie twee hebben me aardig geholpen."

Heer Bommel en Tom Poes gaan, na een slotmaaltijd met soep, weer lopend terug om de kluizenaar te bedanken. Die wijt de genezing aan het weggooien van het apparaat, waarvan hijzelf nu de onderdelen heeft voor zijn verzameling. Specialist Slagslager constateert dat de patiënt genezen is door het looppratertje. Maar een bedankbriefje kon er niet af. Ondanks de talloze dankbetuigingen in zijn bezit zou hij toch graag één echte hebben gehad.

Voetnoten

  1. Op 11 juli 1957 daarvoor was een "Open brief van Heer Bommel" gepubliceerd in de Nieuwe Rotterdamse Courant. Hierin beklaagde de kasteelheer zich over de vakantieperiode van zijn biograaf Marten Toonder. In de periode 11 juli tot 10 augustus werd het verslag van zijn wederwaardigheden namelijk opgeschort. Volgens heer Bommel zijn goede vader was vakantie een voorrecht voor heren.
  2. Zie het laatste plaatje van stripstrook 3179.
  3. Ook bekend van een later verhaal: Het slaagsysteem als Simon O. Slagslager.
  4. Tom Poes heeft nog nooit van een dergelijke universiteit gehoord.
  5. Zelfs Tom Poes is vol belangstelling voor het al pratend rondrijdend toestelletje.
  6. Het idee wordt later opgepakt door professor Sickbock in het verhaal De zonnige kijk.
  7. Hij heeft een soort schaduwverzameling van de werken van Slagslager.
Voorganger:
De Zwarte Zwadderneel
Bommelsaga
10 augustus 1957 - 7 oktober 1957
Opvolger:
De zwelbast