Het vergeetboekje

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het vergeetboekje (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het vergeetboekje) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 8 maart 1976 en liep tot 25 juni van dat jaar.[1] Thema: De magie van het vergeten.[2]

Het verhaal

Ver in het noorden liggen de Walmzander Stuifduinen.[3] Deze zandvlakte wordt aan drie kanten omsloten door de steile rotsen van de Zwarte Bergen en aan de andere kant door de zee. Het mulle en losse zand is zo schraal dat er niets wil groeien. De wind, die van de bergen komt, doet het zand opdwarrelen in wolken, die vreemde gedaanten kunnen aannemen. Tegelijkertijd brengt het knisperen van de zandkorreltjes een klagelijk geluid voort. In een grot leven de dwergen Tors, die uit protest tegen het doodse landschap niet meer wil kijken, en Ogel, die vanwege zijn afschuw voor de stuifduinen nooit heeft willen leren lopen. Onder het geven van onderlinge aanwijzingen houden ze zich in leven met het plukken van paddenstoelen en het nuttigen van lekkend grotwater. Hun neerslachtige stemming wordt precies onder woorden gebracht door Tors: "Moet dat nou zo? Is dat nou leven?"

Tovenaar Hocus Pas hoopt met het zand van de Walmzander Stuifduinen wat meer gezelschap te krijgen. Hij zoekt aanspraak. De magister in de zwarte kunsten biedt het koppel Ogel en Tors samenwerking aan. Hij heeft in de zandvlakte een vergeetboekje kunnen samenstellen. Hij stelt het reeds ingewerkte koppel samenwerking voor, omdat ze mooi in zijn plan passen.

Heer Bommel heeft onlangs een zeereis gemaakt voor zijn rust[4] en wordt in de haven van Rommeldam in de Oude Schicht opgehaald door Tom Poes. Dat is gezellig omdat hij onderweg naar huis over zijn avonturen kan vertellen. "Het leven onder water is erg mooi en men kan er ook schepen vinden, die schatten aan boord hebben." Desgevraagd door Tom Poes hoort bediende Joost bij de terugkomst van zijn werkgever dat heer Bommel de gevonden schatten heeft gebruikt voor een goede daad. Dit schiet de bediende enigszins in het verkeerde keelgat en hij vraagt zijn werkgever dringend dan ook te doen wat hij reeds beloofd heeft. Heer Bommel is zijn belofte even vergeten, waarop Joost hem wijst op zijn salarisverhoging volgens de index. Joost voegt er nog aan toe: "Maar ach, ik kom er niet zo op aan." De bediende stelt bovendien dat hij het prettig zou vinden niet vergeten te worden. Om zich een houding te geven gaat de kasteelheer zijn verzamelde post nakijken, waarbij zijn oog valt op een reclamefolder. " Wilt u vergeten? Zoekt u vergetelheid? Wendt u vol vertrouwen tot mgr. H. Pocus, den bekenden kernmedicus." Heer Bommel keert zich nu glimlachend tot zijn bediende. De folder is toevallig, maar hij begrijpt niet hoe hij de salarisverhoging heeft kunnen vergeten. Hij zal zijn ijzeren geheugen helpen met een knoop in zijn zakdoek.

De volgende morgen bij het binnenbrengen van de ochtendpap, is de kasteelheer echter de betekenis van de knoop in zijn zakdoek alweer vergeten. Joost is nu zeer ontstemd na dertig jaren trouwe dienst. Ook heer Bommel heeft het er moeilijk mee, zou hij oud worden? De reclamefolder van H.Pocus is onzin, maar een echte zielkundige zou hem kunnen helpen. Na het salaris van Joost geregeld te hebben, wordt hij dezelfde ochtend nog ontvangen bij de bekende doctorandus Zielknijper. Terwijl heer Bommel klaagt over zijn vergeetachtigheid, wil de bekende zielkundige de verdrongen onrust loswoelen. De kasteelheer vindt het fijn zijn jeugdherinneringen te kunnen terughalen. Vooral de grapjes van zijn goede vader brengen hem weer in een opperbeste stemming. De niet betalende reiziger met de naam 'Tjeuktme' en de hem nalopende herbergier. Als de sessie is afgelopen wil de zielkundige het gesprek snel vergeten. Heer Bommel begrijpt dat de dokter hem niet kon volgen.

Op het kasteel Bommelstein kan bediende Joost het vergeten van zijn werkgever maar niet uit zijn hoofd zetten. Bij het afstoffen komt de folder van de vergeetdokter hem onder ogen. Hij wil hulp zoeken als vergeten bediende omdat hij anders uiteindelijk zijn ontslag zou moeten gaan aanbieden. Heer Bommel treft een schoenveter aan in zijn ragout als middaglunch. De kasteelheer vindt dat weerzinwekkend, maar Joost kan niet anders omdat de aardigheid in zijn werk eraf is. Hij vraagt een vrije middag en gaat de kernmedicus raadplegen. Leunend over een tuinmuur brengt heer Bommel Tom Poes van de ontwikkelingen op de hoogte. Zelf raadpleegt hij een dokter wegens vergeetachtigheid en Joost gaat naar een dokter om te vergeten. Tom Poes treft Joost inderdaad in de stad Rommeldam bij de Kramersgracht. Joost is zo suffig en slap dat Tom Poes hem helemaal terug naar het kasteel moet begeleiden. Bovendien is de bediende vergeten wat hij bij de dokter deed. Heer Bommel vertelt tegelijkertijd opnieuw vanuit zijn ijzeren geheugen de grap van 'Tjeuktme'. Zielkundige Zielknijper besluit nu zelf de kwakzalver alias kernmedicus Hocus te gaan raadplegen.[5] De volgende morgen ziet Tom Poes hem op zijn fiets door de oude buurt van de stad zwalken. Hij is net als Joost slap en duizelig, maar geeft toe de kwakzalver Hocus te hebben bezocht om hem aan de kaak te stellen. Tom Poes begint zich nu ongerust te maken over Joost. Heer Bommel vindt echter dat het al beter met de bediende gaat. Na zijn doktersbezoek zeurt hij niet meer. Maar nu kan heer Bommel zelf het niet meer vergeten. En dat is ook vervelend.

Tom Poes wil meer weten over de kwakzalver en kernmedicus van het drukwerk: H. Pocus. Heer Bommel is echter sinds zijn vorige reis wat vergeetachtig. Hij vertelt dat hij in behandeling is bij dokter Zielknijper. Als heer heeft hij veel aan het hoofd en kleinigheden raken zo wel eens in het vergeetboekje. En dat blijkt als ze ambtenaar eerste klasse Dorknoper tegenkomen. Beleefd de hoed lichtend wijst hij op de niet ingediende belastingaangifte, ondanks herhaalde aanmaningen. Heer Bommel legt een knoop in zijn zakdoek. Heer Dorknoper legt Tom Poes uit dat vergeten een lelijke eigenschap is. Zeker als het de overheid betreft. Hij wordt nu zelf aangesproken door de grote gestalte van landbouwer Var, die nog steeds geen reactie binnen heeft op zijn klachten inzake zijn mesthoop. Dorknoper verwijst hem door naar de burgemeester. Omdat Var niet weet hoe daar te geraken, biedt Tom Poes aan hem te begeleiden. Burgemeester Dickerdack legt de landbouwer de werking van het overheidsapparaat uit. Zijn geval is in studie bij een commissie en de burgemeester heeft meer aan zijn hoofd maar zal het laten uitzoeken. Tom Poes ziet ook in de burgemeesterskamer het drukwerk van H. Pocus. De burgemeester is ontstemd over het laatste gesprek van zijn spreekuur: "Vuilnis, mest en afwatering. Op deze plaats moet men kunnen vergeten." Tom Poes wijst op de folder van de kernmedicus, waarop de burgervader in woede ontsteekt. "Blijf van mijn geheime stukken af, lummel!"

Tom Poes volgt de burgemeester en ziet zoals verwacht de ambtsdrager bij H. Pocus naar binnen te gaan. Hij beseft dat hij hulp nodig heeft om de kwakzalver te ontmaskeren. Hij overweegt om of zijn vriend, heer Ollie, of de politie of de pers om hulp te vragen. Niet lang daarna is hij dan ook op de redactie van de Rommeldamse Courant in gesprek met journalist Argus. Die is op de hoogte van het reclamedrukwerk dat reeds als advertentie in de krant is verschenen. Tom Poes zegt een paar lieden te kennen, die er suf vandaan kwamen. Argus ziet wel kans voor een cursiefje. Tot zijn verbazing ziet hij samen met Tom Poes de burgemeester uit het pand van de kwakzalver vandaan komen. Hij beseft dat dit soort vergeten meer lezers zal interesseren. Tom Poes en de journalist betreden samen het vervallen pand. Een oude grijsaard verklaart zijn werkwijze. "Heb geen angst. Ik ken de wereld. Iedereen heeft last van drukkende herinneringen. Die maken het leven tot een plaag en daarom moet men er vanaf. Hij kan daarvoor zorgen. Dus wat willen de heren vergeten?" Argus wil niks vergeten en trekt daarom zijn blocnote. Hij wil een aardig stukje schrijven over deze praktijk in de Rommeldamse Courant. "Hoe gaat dat vergeten in zijn werk, dokter? Dat zullen de lezers interessant vinden." Hierop jaagt de magister zijn bezoekers uit zijn pand. Hij haat nieuwsgierigheid en vindt dit een zaak voor Ogeltors. Argus loopt tevreden op straat na te praten. Er zit een goed stukje in, maar het neerpennen is wel lastig. Tom Poes vraagt wie er achter zit? Die dokter leek op iemand van vroeger en is gevaarlijk. Tijdens dit gesprek wordt de verslaggever gemolesteerd door een lange slungel, die, na een boze vraag van Tom Poes, zich onwennig lachend uitgeeft voor Ogeltors. De woedende verslaggever vliegt zijn belager aan en met een harde slag op de borst valt de slungel op de straatstenen. Het hoofd scheidt zich hierbij van de romp, onder de uitroep "moordenaar". Tom Poes stelt voor een dokter te halen maar de journalist rent weg van de plaats delict. In zijn wanhoop als nieuwbakken moordenaar wendt hij zich tot de kernmedicus. Die geeft de verslaggever een koekje van eigen deeg, want hij laat hem de dingen opschrijven, die hij wil vergeten in een vergeetboekje.[6] Na het geval van Ogeltors, moedigt de magister hem aan schoon schip te maken door alles op te schrijven wat hij liever wil vergeten. Aan het eind strooit de kernmedicus een fijn soort zand over de geschreven tekst. Het zand absorbeert de geschreven tekst en volgens de magister is het nu weg. "Nu kan je weer rustig slapen."

Bij kasteel Bommelstein praten Tom Poes en heer Bommel elkaar bij. Heer Bommel heeft last van een knoop in zijn zakdoek en vergeetachtigheid. Hij gaat niet naar H. Pocus, maar naar dokter Zielknijper. Maar hij heeft daar geen baat bij omdat hij niet kan onthouden wat hij de dokter de vorige keer al heeft verteld. Tom Poes vertelt hem dat de knoop hem moet herinneren aan de belastingaangifte van ambtenaar Dorknoper. Hij vertelt over het straatincident, waarbij journalist Argus een harde tik heeft uitgedeeld, waardoor het hoofd van de romp viel. Heer Bommel neemt zijn jonge vriend mee naar zijn studeervertrek, om de belastingpapieren in orde te maken. Uit de grote stapel ongeordende stukken, heeft een opgetogen Tom Poes al snel de belastingaangifte in zijn handen. Zijn vriend zit dan al uitgeput in zijn leunstoel. Hij heeft een klein papiertje met rode inkt in zijn handen waarop staat: "Verjaardag van Doddeltje niet vergeten. Uitnodiging om donderdag te komen eten." Omdat het vandaag al vrijdag is, is hij kapot. Als Tom Poes bij het huisje van Anne Marie Doddel komt, is het al te laat. Het vrouwtje vertelt zelf al dat de kasteelheer haar heeft vergeten. Met het drukwerk van de kernmedicus in haar hand loopt ze naar de stad met de woorden: "Ik wil hem vergeten. Helemaal vergeten."

Tom Poes rent daarop terug naar zijn vriend, die al in de Oude Schicht zit om een geschenk te kopen voor zijn vergeten buurvrouw. Hij legt hem uit dat ze bij de bushalte staat voor de bus van half 5, die haar bij de vergeetdokter zal brengen. Tom Poes besluit de politie in te schakelen, omdat kwakzalverij nog altijd verboden is. Nadat hij zijn verhaal had verteld aan commissaris Bulle Bas, ondervraagt deze brigadier Snuf over de kwakzalver in de Haaksteeg. Laatstgenoemde houdt de man al een poosje in de gaten. Hij heeft agent Kloppers op hem afgestuurd, maar die doet sindsdien vreemd. Commissaris Bulle Bas besluit nu persoonlijk naar de Haaksteeg te gaan voor onderzoek. De kernmedicus beschikt echter over een glazen bol. Hij ziet de commissaris in zijn politiejeep op hem af komen en stuurt als voorzorg het duo Ogeltors op zijn pad. Hoewel de commissaris krachtig remt, valt het duo toch in twee helften uit elkaar. Hij verlaat de plaats delict door met hoge snelheid via een terrasachtige steeg naar beneden te rijden, die eindigt bij de deur van de kernmedicus H. Pocus. Hij weet dan al dat hij zichzelf moet opschrijven wegens wegrijden na een verkeersongeval.

Heer Bommel is net te laat om zijn buurvrouw aan te spreken, die de bus naar de stad van half 5 heeft genomen. Bij een noodbrug over de rivier de Rommel, wordt zijn achtervolging van de bus gestopt door agent Raas. Die verlangt een alcoholblaastest. Juffrouw Doddel staat inmiddels al aarzelend voor het pand aan de Haaksteeg. Omdat ze de commissaris naar buiten ziet komen, besluit ze dat ze het pand wel met vertrouwen kan binnen gaan.[7] De aanstormende heer Bommel raakt in gesprek met de commissaris. Die vraagt zijn mede lid van de Kleine Club te vergeten dat hij hem hier in de Haaksteeg heeft gezien. Laten ze elkaar vergeten. Heer Bommel wil juist niet vergeten. Bulle Bas vindt dat niet mooi en verlaat de plaats met de mededeling dat hij er was voor een onderzoek. Heer Bommel spreekt vervolgens zijn buurvrouw aan. Maar zelfs het aanbod van een gezellig etentje in De Gebraden Haan treft geen doel. De behandeling heeft gewerkt want haar tekst is: "Ik ken u niet meneer! En als u me nog langer lastig valt, roep ik de politie." Terwijl de kasteelheer beseft dat zijn buurvrouw hem echt niet meer kent door de behandeling van de kernmedicus, ziet laatstgenoemde in zijn kristallen bol heer Bommel die zich aan zijn behandeling onttrekt. Hij geeft nieuwe instructies aan het duo Ogeltors, die in een vreugdeloos vertrekje zijn opgeborgen. Hun stemming is niet veel verbeterd. In plaats van 'stoten op de kop' is het nu 'patsen op de stenen'. Hun motto blijft: "Moet dat nou zo? Is dat nou leven?"

Op de Kleine Club zijn de burgemeester en de markies de Canteclaer verdiept in de kranten. Heer Bommel beklaagt zich bij hen over de magister, die een stuk uit een geheugen kan knippen. De twee clubleden zien dat toch echt anders. Er zijn nu eenmaal dingen die beter in een vergeetboekje kunnen belanden, anders zou men niet kunnen slapen. De markies biedt zijn buurman zelfs een uitnodiging aan voor een tuinfeestje voor notabelen. Als hij maar kan vergeten. Heer Bommel rijdt vol verwarde gedachten huiswaarts. Vergeten is nu eenmaal een misstand. Vergeetachtigheid is vreselijk. Onaandachtig sturend rijdt hij het duo Ogeltors aan, zonder hen gezien te hebben. Aan het eind van de autorit is hij het geheel met zijn waarschuwende jonge vriend eens. Pocus is een gevaar voor de samenleving, want mevrouw Doddel is hem echt vergeten!

Op zijn kasteel is bediende Joost in de torenkamer bezig met zijn gewoonte om de Ulgarijnsche Fousel van kruidenier Grootgrut over te gieten in een lege fles Chateau d'Epan. Hij heeft echter moeite gekregen met deze betreurenswaardige handeling, die hem op het geweten slaat. Die avond krijgt de kasteelheer dan ook zijn wijn geserveerd uit een fles met het echte etiket van de Ulgarijnsche Fousel. De verbolgen kasteelheer wordt getroffen door het berouw van zijn bediende en besluit er niet meer over te praten als het niet meer zal gebeuren. De andere morgen krijgt heer Bommel met regenscherm een nieuwe kans om zijn buurvrouw aan te spreken. Die is echter niet van zijn praatjes gediend en noemt hem: "meneer". Ambtenaar eerste klasse Dorknoper spreekt hem vervolgens aan op de niet ingediende belastingaangifte. Heer Bommel geeft een gewetenloze dokter de schuld, waar de overheid niets aan doet. Terwijl dokter Hocus vergenoegd zijn netjes opgeslagen verzameling zakjes vergeetzand inspecteert, krijgt hij bezoek van een hooggeplaatste klerk. Ambtenaar Dorknoper is goed in het opschrijven van overtredingen. Het pand is gekraakt, de praktijk staat niet ingeschreven, de inkomsten zijn niet opgegeven, maar de overheid vergeet niet. Als verweer geeft de kernmedicus dat hij zijn zegenrijk werk gratis verleent. Dorknoper vordert ontruiming voor de vijfde. Tot die tijd zal hij gedogen.

Intussen heeft zielkundige Zielknijper zijn rust hervonden. Hij vreest echter dat zijn praktijk nu verloopt, omdat zijn geheugen is aangetast. Hij besluit cliënt Bommel per fiets te gaan bezoeken. De kasteelheer is al wandelend zijn gedachten aan het formuleren. Zijn hart gaat uit naar een dame die hem niet meer wenst te kennen. Achter een boom loert Ogeltors, die gechanteerd worden door de kernmedicus middels het onthouden van eten. Heer Bommel wordt door hen getroffen en vindt het geen leuk spelletje van die twee. Het is raar om zo met al die lappen de weg over te hollen. Is het een spelletje? Het duo geeft desgevraagd uitleg. Ze kunnen niet lopen en niet kijken, nooit geleerd. Ze moeten in ruil voor eten mensen aan het schrikken maken. Die dat dan weer moeten vergeten! Is dat nou leven? Heer Bommel wordt aangesproken door de fietsende dokter Zielknijper. Heer Bommel heeft hem terdege verwittigd dat hij niet meer kwam. Zielknijper vergat steeds hetgeen heer Bommel had verteld. De kasteelheer draagt hem nu op het duo dat niet wil kijken en niet wil lopen te gaan behandelen. Zijn rust wordt alweer snel verstoord door Tom Poes. Die heeft gepost bij de Haaksteeg en heeft gezien dat de halve stad daar naar binnen gaat. Hij stelt voor samen op te gaan treden. Heer Bommel heeft echter besloten zijn eigen weg te gaan. De leden van de Kleine Club hebben hem onder druk gezet. En zelf is hij alleen geïnteresseerd in zijn buurvrouw, die al haar gedachten aan hem naar de Haaksteeg heeft gebracht. Maar hij heeft een list bedacht zodat zijn jonge vriend hem beter met rust kan laten. In de stad ziet doctorandus Zielknijper het wel weer zitten met Ogel en Tors, twee danig passieve cliënten.

Commissaris Bulle Bas heeft zijn dagelijkse rapport aan de burgemeester uitgebracht. Die wijst hem maar weer eens op Bommel, die niet kan vergeten. Hij heeft Dorknoper opdracht gegeven zijn nummer in de stadscomputer eens goed na te vlooien. Hij wordt op zijn wenken bediend door de binnentredende ambtenaar eerste klasse. Die wil de kasteelheer streng aanpakken wegens het vergeten van een belastingaangifte. De burgemeester fleurt hier echter weer van op. Als ook Bommel kan vergeten, gaat het de goede kant op, Dorknoper! Hij zal hem persoonlijk wel even aanspreken. Bulle Bas bevalt het geritsel van de burgemeester opeens niet. Hij gaat Pocus H. opschrijven omdat hij in overtreding is. Anders kan hij beter met pensioen gaan.

Heer Bommel is niet bij de pakken gaan neerzitten. Als de buurvrouw hem echt vergeten is dan kan hij opnieuw beginnen. Met een bos bloemen in de hand gaat hij kennismaken. De buurvrouw herinnert hem zich echter nog steeds als de engerd, die haar al twee keer eerder heeft lastiggevallen. Tom Poes komt zijn vriend tegen in een vervallen houding en stelt voor om alsnog samen de kernmedicus aan te pakken. Doddeltje ziet de twee vrienden samen weglopen en vindt het jammer dat die mooie beer geen heer is.

Op de Rommeldamse Courant wordt journalist Argus door de hoofdredacteur verteld wat te schrijven. Die zogenaamde dokter is een buitenlandse agent, die de burgemeester wil wippen. Argus laat doorschemeren dat hij zelf ook besmet is, maar hoofdredacteur Fanth wuift dat weg. "Hij moet zichzelf vergeten en het algemeen belang dienen. De pers brengt misstanden aan het daglicht, ook ten koste van zichzelf. Aan het werk!"

In de Haaksteeg verdelen te twee vrienden de taken. Tom Poes gaat rondsnuffelen en heer Bommel houdt de kernmedicus aan de praat. De geneesheer geeft hem opdracht in het vergeetboekje op te schrijven hetgeen hij wil vergeten. Heer Bommel is echter vergeetachtig en wil slechts het vergeten zelf vergeten. Volgens de magister is dat kortsluiting gevende onzin. Om aan zijn belofte aan Tom Poes te voldoen, gaat de kasteelheer schrijven. Tom Poes heeft intussen zandzakjes ontdekt, gevuld met herinneringen uit de vergeetboekjes. Heer Bommel heeft in het boekje opgeschreven dat hij een vergeten ongeluk moet vergeten. Bij de magister slaat nu de kortsluiting toe. Hij ontwaart Tom Poes in zijn kristallen bol en besluit met een simpele spreuk heer Bommel te verstijven.

Buiten de praktijk komen Bulle Bas en Argus elkaar tegen. Argus beschuldigt de politiechef van de doofpotmethode maar de twee blijken toch zielsverwanten. Ze gaan door met hun strijd ook al kost dat wellicht hun baan. Tom Poes komt naar buiten en roept op tot een politie-inval. Binnen zijn zakjes vol verborgen zaken, interessant voor politie en pers. De kernmedicus heeft de toegang echter stevig verzegeld. Binnen verzamelt hij met toverspreuken de zakjes richting de achteruitgang. Als dat klaar is probeert hij het pand te laten instorten. Een neerstortende balk brengt de kasteelheer weer bij bewustzijn en hard hollend weet hij achter in de huifkar van de vertrekkende medicus te springen. Op dat moment doet Bulle Bas eindelijk aan de voorkant een geslaagde inval onder het oog van de schrijvende pers. Het pand is helaas volkomen leeg achtergelaten. Terwijl commissaris en journalist hun gedachten ordenen, zet Tom Poes de achtervolging in van de huifkarsporen met de Oude Schicht, die hij met de handslinger moet opstarten. Hij beseft inmiddels dat H. Pocus de bekende tovenaar Hocus Pas is en zet de achtervolging in.

Journalist Argus schrijft aan de hand van het gebeuren een sensatieartikel in het avondblad. De burgemeester vindt het een schandaalartikel, bediende Joost put er troost uit en buurvrouw Anne Marie Doddel leest weer iets anders. De buurvrouw zegt: "Hm. De buurman die me steeds lastig viel is ontvoerd door een buitenlandse agent. Het is toch wel een knappe verschijning."

Tom Poes is intussen bij de bergen gekomen, die de Waaizanden afsluiten. Hij krijgt een routebeschrijving van een mosplukker. Om de bergen heenrijden en de rivier oversteken. Heer Bommel is intussen opgemerkt door Hocus Pas. Hij lag achter in de huifkar tussen de zandzakjes. De magister laat hem ontsnappen omdat hij toch geen kant op kan. Hocus Pas strooit boven de Waaizanden de zandzakjes leeg. Hij gaat geheel op in zijn werk. Na een tijd hoort heer Bommel dan ook het geluid van "Heroliviersvergeten" en ziet een zandwolkje boven zijn hoofd wegzweven. Hij vlucht een grot in plukt een paddenstoel en denkt na. De gehoorde gedachte kwam van Joost. Hij besluit de gedachten van Doddeltje achterna te gaan zitten, al zou het zijn laatste daad zijn. Tegen de avond zijn de zandzakken leeggeschud en is de magister tevreden. Hij heeft eindelijk zijn aanspraak, de vergeten gedachten. Heer Bommel zet intussen de achtervolging in van het zandwolkje: "Kwillollienooitmeerzien". Hij weet na een moeilijke achtervolging de gedachten van zijn buurvrouw weer te vangen in een afgescheurde reep van zijn ruitjesjas.

Tom Poes staat bij de rivier der vergetelheid. De veerman wil hem niet in zijn eentje overzetten in zijn roeiboot. Hij wacht standaard totdat er drie passagiers zijn. Gelukkig komen de twistende Ogel en Tors aan. Ze zijn ontsnapt aan dokter Pocus en dokter Zielknijp. Ze willen terug naar hun grot en de veerman moet nu wel gaan varen. Maar midden in de rivier wil de veerman geld zien. Hij springt vervolgens over boord als zijn passagiers niet kunnen betalen. Heer Bommel wordt intussen achterna gezeten door Hocus Pas. Die wil ook het laatste zandbuideltje terug hebben, dat hem is ontstolen. Heer Bommel klimt boven op een dijk en wacht af. De magister probeert hem te pakken te krijgen met toverspreuken, maar heeft de pech dat zijn toverstaf sneuvelt onder een vallend rotsblok. In de roeiboot op de rivier staat Tom Poes er alleen voor. Ogel en Tors maken slechts ruzie. In een bocht van de rivier torpedeert het bootje een afsluitende dijk. De rotsen raken los, heer Bommel verliest daarbij zijn evenwicht en de dijk breekt door. Hocus Pas ziet op een bergtop, waar hij naartoe is gevlucht, dat een watermassa bezit neemt van de Waaizander Stuifduinen. Hij moet als een kraai wegvluchten. Vervolgens nemen Ogel en Tors bezit van de rotspunt. Tors ziet voor het eerst dat de wereld onder hem mooi is. Ook Ogel kan nu na de onderdompeling in de Stroom der Vergetelheid lopen. Samen lopen ze door hun grot naar de andere kant van de bergen. In de roeiboot wrikt heer Bommel vol energie zichzelf en zijn vriend huiswaarts. Tom Poes vindt het jammer dat alle herinneringen nu zijn weggespoeld. Maar heer Bommel heeft de herinneringen van een dame aan een heer gered.

Op het politiebureau maakt Argus het een uitgebluste commissaris nog steeds lastig. Een mededeling van brigadier Snuf dat heer Bommel weer gesignaleerd is, doet hen beiden in hun bedrijfswagens naar het kasteel rijden. Burgemeester Dickerdack volgt als laatste in zijn dienstauto. Onderaan het bordes nodigt de kasteelheer de burgemeester, de commissaris en de journalist uit voor een slotmaaltijd om alles uit de doeken te doen. Zelf gaat hij eerst met zandzakje hollend naar zijn buurvrouw. Hij biedt zijn buurvrouw het zand aan, opdat hun herinneringen weer tot leven komen. Maar de magie van het zand werkt niet meer in het bos bij kasteel Bommelstein. Toch is niet alles verloren. De buurvrouw weet dat ze ergens een leeg plekje in haar geheugen heeft. Ze heeft zoiets in de krant gelezen en ook dat haar buurman een bijzonder iemand is. Ze heeft wel eens onaardig gedaan en daar heeft ze spijt van. Ze heet eigenlijk Anne Marie, maar haar vrienden noemen haar altijd Doddeltje. Hierop zegt de kasteelheer dat zijn naam Ollie is en hij nodigt haar uit voor de maaltijd die avond.

Er is dus een feestmaal op slot Bommelstein. De stemming begint gedrukt maar Joost brengt de schalen binnen en de kasteelheer voert het woord. Door de afgebroken dijk is de Stroom der Vergetelheid over het zand gelopen. Alles is nu weg. "Men moet niet bij ouwe koeien neerzitten", volgens zijn goede vader. De commissaris wil weten waar de schurk is, maar die vogel is gevlogen. Zelf is hij gered door Tom Poes. Zijn buurvrouw vindt Ollie toch maar knap. Journalist Argus spreekt gekwetst van een doofpot. De burgemeester weet dat met de leeftijd er lege plekken in het geheugen komen. Joost bekijkt glimlachend zijn maaltijd, bevangen door een gedachte, die voortkomt uit het thema van dit verhaal.

"Vergeten kan iedereen overkomen. Waar gewerkt wordt, vallen spaanders. Ik hoop, dat men niet proeft, dat ik de Ulgarijnsche Fousel in de bourgogneflessen heb geschonken. Maar zo'n bifteck au poivre doet meestal wonderen."

Noten

  1. 5 krantenstrips in de Amigoe di Curacao Tom Poes en het Vergeetbokje
  2. Zie voor een film over dit thema: Eternal Sunshine of the Spotless Mind uit 2004.
  3. Ook wel Waaizander Stuifduinen genoemd, gelegen circa 35 km ten oosten van het havenstadje Kaap Hozebek.
  4. Zie het vorige verhaal: Het griffoen-ei.
  5. Dokter Zielknijper wil tot elke prijs 'Tjeuktme' vergeten.
  6. Het vergeetboekje wordt zo het spiegelbeeld van de bloknoot van de verslaggever.
  7. Bovendien zegt Bulle Bas: "Gaat u maar naar binnen. Ik ben klaar."
Voorganger:
Het griffoen-ei
Bommelsaga
8 maart 1976 - 25 juni 1976
Opvolger:
De zonnige kijk