Het vibreerputje

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het vibreer-putje (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het vibreerputje (zonder streepje))[1] is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 6 januari 1949 en liep tot 8 maart van dat jaar. Thema: Commerciële exploitatie van artistieke Waarden.[2]

Het verhaal

Heer Ollie krijgt al luierend in zijn eigen tuinstoel ongewenst bezoek van Terpen Tijn en de dichtende broers Antonius&Gerardus Flambard. De schilder zoekt en vindt met een wichelroede een ondergrondse bron, waarvan het water vibrerende kracht heeft. De langs het kasteel wandelende Tom Poes ziet tot zijn verbazing heer Bommel door de lucht vliegen. Die legt in het kort de graafpartij in zijn gazon door de handtastelijke schilder en zijn twee dichtende vrienden uit. Heer Bommel en Tom Poes gaan samen naar het gegraven gat kijken, maar worden ruw weggejaagd door de verbale overmacht van de kunstenaars.

De kasteelheer ontbiedt telefonisch commissaris Bulle Bas wegens terreinvredebreuk. Die laat brigadier Snuf voorrijden en legt tijdens de rit naar het kasteel uit dat indringers een vibreerputje zouden hebben gegraven.[3] Heer Bommel stelt de op het kasteelterrein gravende kunstenaars voor aan de commissaris. Maar omdat schilder Terpen Tijn toch al bronwater aan het ronddelen is, neemt commissaris Bulle Bas ondanks waarschuwingen van zijn brigadier een slok. Hierna voelt de commissaris behoefte om te gaan dansen. Heer Bommel zegt tegen Tom Poes dat de politie hen in de steek laat. Tom Poes zegt:”Hm, het schijnt dat dit een bijzonder putje is.”

Heer Bommel is zwaar teleurgesteld over de in zijn bloemenperk ronddansende politiecommissaris en hangt in zijn kasteel onderuitgezakt in een fauteuil. Hij vraagt Tom Poes om aspirine en op dat moment komt journalist Argus van de Rommelbode de kamer binnen. Heer Bommel veert op en legt zijn problemen met de artistieke indringers uit. Op het bericht van een dansende commissaris snelt de journalist naar buiten, waar Terpen Tijn een groeiende groep bezoekers water uitdeelt. Hij legt uit dat de trillingen van het bronwater de geest verheffen boven…eh dinges! Journalist Argus noteert, al nippende aan zijn bronwater, als voorpaginakop “Van Hieruit Begint Een Betere Wereld”! Tom Poes probeert Argus op andere gedachten te brengen, maar hij is besmet door het bronwater. De journalist voelt zich nu een echte kunstenaar.

Tom Poes loopt vervolgens maar het kasteel Bommelstein binnen om zijn vriend op te zoeken. Die ligt volkomen uitgeblust in een stoel. Bovendien staat bediende Joost een door water geïnspireerd gedicht te declameren.[4] Hij weigert de deurbel aandacht te geven, zodat Tom Poes de bezoeker binnen moet laten. Het is burgemeester Dickerdack, die komt voor het putje op het grasveld. De gemeente wil daar een mooi gebouwtje bij bouwen om toeristen te lokken. Vervolgens maken Joost en de burgemeester in gezamenlijke arbeid een eind aan het vers van Joost.[5] Tom Poes meldt nu dat de burgemeester ook van het water heeft gedronken.

Heer Bommel springt nu in zijn Oude Schicht en rijdt met Tom Poes naast hem naar de beste advocaat van Rommeldam. Het betrof destijds mr. H.J. van der Bajes.[6] Maar omdat deze een fijne trilling van een bron op zich laat inwerken, weet heer Bommel hoe laat het is. Tot het uiterste getergd slaat hij het bureau van de rechtsgeleerde in tweeën. Maar na een glaasje bronwater gaan advocaat en klant als vrienden uit elkaar, waarbij ze Tom Poes als minderjarige streng toespreken. Buiten het kantoor probeert heer Bommel voorbijgangers van de nieuwe vibraties te overtuigen. Tom Poes wacht dat niet af en rijdt terug in de Oude Schicht naar slot Bommelstein. Zijn gesprek met de drie vibrerende artiesten levert hem weinig nieuws op. Deze drie willen geen geld, want dat is het slijk der aarde. Ze willen slechts de muze prijzen en Tom Poes keert radeloos naar zijn eigen huisje terug. Hij kan de gebeurtenissen niet goed plaatsen. De andere ochtend heeft hij net besloten om iedereen maar zijn gang te laten gaan, als hij een stoet vrachtwagens met bouwmaterialen op weg naar kasteel Bommelstein ziet gaan. Tot zijn verbazing ziet hij de burgemeester over de weg lopen, geflankeerd door de twee duistere zakenlieden Super en Hieper.[7] Tom Poes loopt achter het trio aan en hoort zo van hun plannen. Een Griekse badinrichting bij de bron en Bommelstein als hotel. De bouwkosten zijn voor Bul Super in ruil voor het alleenrecht op het water. Tom Poes wordt vervolgens zelf door een ander trio, dat van de kunstenaars, onder leiding van Terpen Tijn in een moddersloot geworpen, wegens zijn gebrek aan vibraties.

Terwijl heer Bommel met voldoening vanuit zijn torenkamer over zijn kasteelterrein kijkt, besluit Tom Poes tegelijkertijd om zijn knapzak te pakken en uit zijn huisje te vertrekken tot de onzin over is. Hij wordt voor de eerste keer tegengehouden door Hiep Hieper, die een florijn tol vraagt voor de Vereniging tot Exploitatie en Instandhouding van het Bommelsteinse Vibreerputje. Bij een andere tolboom krijgt Tom Poes hetzelfde verhaal te horen van een medewerker van dezelfde Vereniging. Het besluit is genomen door B&W en Super en Hieper staan aan de basis van de Vereniging. Tom Poes betaalt zuchtend en ziet vervolgens ook bij de stadspoort wederom een tolboom over de weg. In de stad raakt Tom Poes bijna slaags met een grote groep toeristen die vibreerwater en een Flambard-dichtbundel komen kopen. Hij wordt door de politie bij de hoofdcommissaris Bulle Bas gebracht, maar hij ontsnapt uit het raam omdat iedereen toch wel zwaar onder invloed van het bronwater is. Een paar agenten en een menigte behulpzame voorbijgangers achtervolgt hem tevergeefs. Hij is een gevaarlijke ‘grondstoffelijkerd’ en vibreert niet. Tom Poes ontsnapt en belandt in het onderkomen van Wammes Waggel.[8] Wammes is de beheerder geworden van de totale voedselvoorraad van Rommeldam. Bul Super heeft die opgekocht bij alle handelaren in de stad. Op straat komen Tom Poes en Wammes Waggel Bul Super tegen. Laatstgenoemde demonstreert Wammes Waggel hoe levensmiddelen te verkopen. Gewoon elke dag de prijzen verdubbelen. Buiten vertelt zijn compagnon Hiep Hieper dat er 233 tolbomen zijn geplaatst en dat ze van de burgemeester 3 florijnen per hotelbed mogen vorderen. Zaken zijn Zaken!

Bij kasteel Bommelstein is schilder Terpen Tijn bezig met zijn dagelijkse redevoering. Hij spreekt van trillers, grondstoffelijke vleeslichamen en geld, dat de bron is van alle ellende. Heer Bommel valt hem bij en zegt dat geld geen rol speelt. Bul Super neemt nu het geld uit heer Bommel zijn portefeuille over, maar Tom Poes is net op tijd om dat geld weer af te pakken. Super en Hieper zetten Tom Poes achterna, die zich handig verstopt in een vuilnisvat. Super en Hieper staken de achtervolging en gaan vanuit een vrachtauto levensmiddelen verkopen op het kasteelterrein. Tom Poes heeft intussen een plan bedacht. Omdat het kunstenaarstrio denkt dat ze iedereen gelukkig maken en Bul Super slim profiteert van de situatie, moet hij zelf een eind aan de happening maken. Hij krijgt desgevraagd van bediende Joost de bewaarplaats van de petroleum te horen en gaat met een blik naar de bron. Daar hebben de bezoekers onder leiding van de drie kunstenaars zich overgegeven aan een reidans, waarbij de twee zakenlieden staan te klappen. Bul Super vraagt zich nog wel af waar Tom Poes zit, maar hem ontgaat dat het ventje stilletjes een blik petroleum in de bron leeggiet. Als hij even later wel beseft wat er reeds is gebeurd, gooit hij een brandende tak richting Tom Poes, die ternauwernood kan wegduiken. Maar de vibreerbron verandert in een vuurzee, waarna het artiestentrio, beleefd hun hoofddeksel afnemend, hun afscheid aankondigt aan gastheer heer Bommel. Laatstgenoemde proeft nu als eerste dat er gewoon water in de bron zit.

Super en Hieper verlaten nu ook het kasteelterrein, wetend dat ze in de stad alle levensmiddelen hebben en een kleine duizend flessen origineel bronwater. Ze worden lopend naar de stad van de weg gereden door een rode auto. Want heer Bommel en Tom Poes rijden in de Oude Schicht stadwaarts, nadat Tom Poes heeft uitgelegd wat hij allemaal heeft gedaan. In de winkel van Wammes Waggel eisen ze de flessen met bronwater van het kasteel op en gieten die vervolgens leeg aan de rand van de stoep. Als de twee zakenlui eindelijk lopend hun winkel hebben bereikt, zien ze Tom Poes de laatste fles leeggieten. In hun woede vallen ze in het vibrerende bronwater en dientengevolge is Bul Super bereid om zijn levensmiddelenvoorraad aan heer Bommel te schenken. Heer Bommel ziet nu toch wel iets goeds in zijn bronwater, maar Tom Poes vindt het fijn dat het is afgelopen. Terwijl Wammes Waggel gratis levensmiddelen uitdeelt, gaan heer Bommel en Tom Poes aan de overkant van de winkel van Wammes Waggel een hapje eten. Heer Bommel meent dat iedereen fijn moet trillen, want anders krijg je narigheid. Zodat het vibreren maar aan heren moet worden overgelaten.

Enkele dagen later komen de dichtende broers Flambard langs bij heer Bommel en Tom Poes, die dan gezellig samen in de tuin van het kasteel zitten. De terugkomende Flambards helpen met het definitieve dempen van het door hen zelf gegraven putje, als wederdienst voor een door hen gewenste maaltijd bij Joost. Heer Bommel en Tom Poes zien luierend toe op dat dichtscheppen door de twee dichters en ervaren deze arbeid als de moraal van dit verhaal.

Noten

  1. De Volledige Werken hebben deze titel afgedrukt: Tom Poes en het vibreerputje.
  2. De gebeurtenissen in 1949 in de tuin van het kasteel Bommelstein waar drie artistieke Rommeldammers een happening organiseren rond een waterbron loopt ver vooruit op de gebeurtenissen in Amsterdam twee decennia later rond Het Lieverdje
  3. Brigadier Snuf stelt dat de misdaad voor niets staat! Waar moet dat heen?
  4. De verzen van Joost zullen na dit verhaal blijven volgen. In tegenstelling tot die van de markies de Canteclaer zijn ze nooit gebundeld uitgegeven. “De allerschoonste liedjes, Die komen toch alleen, Als alles stil en eenzaam is En alle vreugde heen: Zij kennen weinig woorden, Maar d’eigen melodie Ruist als de regen en de wind”
  5. “En snikken doen ze in de eenzaamheid En vertellen niet waarom!”
  6. In een eenmalig optreden.
  7. In deze aflevering weer samen op pad. Bul Super met sigaar en Hiep Hieper met sigaret.
  8. Met uitzondering van Tom Poes, Wammes Waggel , Bul Super en Hiep Hieper is iedereen onder invloed van het bronwater.
Voorganger:
De pier-race
Bommelsaga
6 januari 1949 - 8 maart 1949
Opvolger:
Solfertje