Het volledig maken

Ga naar: navigatie, zoeken

Heer Bommel maakt volledig (in boekuitgaven verkort tot Het volledig maken) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 3 april 1981 en liep tot 3 augustus van dat jaar.[1] Thema:Tom Poes als Spindoctor

Het verhaal

In het voorjaar trekt een groepje dwergen door het bos. Ber Beris, Sinsoen, Sillikagel, Lep Liguster en enkele anderen waren op weg naar hun werk, waarbij Pee Pastinakel met zijn kruiwagen wat achterop is geraakt. Een oude grijsaard raapt een kampernoelie[2] op, die van de kruiwagen van Pee is afgevallen. Bij het uiteen gaan van het gezelschap roept Pee Pastinakel zijn vertwijfeling luid uit tegen Koreander Hop: "De splijtzwam is weg!" Omdat ze niet weten waar de zwam is zoekgeraakt is het zoeken vrijwel zinloos. De grijsaard constateert intussen in zijn woongrot dat de verloren splijtzwam alles en iedereen in tweeën kan delen.

Heer Ollie heeft twee linkerhanden en dat wreekt zich wanneer hij een hervonden portret van zijn goede vader wil ophangen. Zijn bediende Joost merkt na de mislukte afloop op dat zijn handen een weinig verkeerd staan. Met een verbonden duim gaat de kasteelheer richting het huis van zijn buurvrouw, Anne Marie Doddel. Deze vraagt hem haar lekkende schoorsteen aan te smeren met wat cement. Heer Bommel geraakt ondanks zijn hoogtevrees via een ladder bij de schoorsteen. De voorbijwandelende weduwe Hooinaalt doet opnieuw een dringende oproep aan haar buurvrouw om van heer Bommel af te zien, want iedereen weet dat zijn handen verkeerd staan. "Laat hem toch schieten Anne Marie." Na het horen van deze woorden stort de amateurmetselaar door het dak naar beneden. Hij neemt beneden aangekomen getroffen afscheid met de woorden dat hij de schade van het ongelukje zal vergoeden.

Om nu toch wat handigheid te krijgen vraagt hij aan Terpen Tijn hem beeldhouwlessen te geven. Voor een goede betaling vooraf krijgt de onhandige heer een wijze les van de kunstenaar: "Zoek de grein, makker, en dan gruizelen maar." Die avond komt de kasteelheer totaal uitgeput thuis aan en de geneeskrachtige port valt uit zijn krachteloze handen. Zijn bediende adviseert een dag rust te nemen maar zijn werkgever wil iets doen aan zijn twee linkerhanden in verband met een hoogstaande dame. Maar de volgende dag verloopt nog dramatischer. Er komt niets uit zijn handen en Terpen Tijn neemt het houweel even over en slaat de rots in gruzels waarbij hij wel meteen de grein kan vinden. "Les een: Zoek de grein en dan hakken!" Heer Ollie vindt in de loop van de dag de grein niet en besluit teleurgesteld naar een ver land te gaan, waar niemand hem kent. Hij wordt onderweg aangesproken door een grijsaard die uitlegt dat alles twee kanten heeft. Heer Bommel is zacht van binnen en de wereld om hem heen is hard. Hij moet zijn harde kant vinden en vrijmaken al zal dat heel wat wind geven. De grijsaard doet inderdaad ook aan kunst, de zwarte, en ze noemen hem Pocus Tweeslag, de zwarte vormgever. Hij wrijft met de ene helft van zijn "schiezomieseet"[3] een rotsblok in en geeft heer Bommel de andere helft om op te eten. De rots zal zodoende zachter worden en de kunstenaar harder. De grijsaard overhandigt ook nog een sierlijk hamertje en een beiteltje. Met dit gereedschap gaat het inderdaad als vanzelf en de kasteelheer hakt een treffend evenbeeld uit de rots. Terpen Tijn komt persoonlijk langs om zijn afkeuring te laten blijken. Beeldhouwen geschiedt niet met visbestek! Pocus Tweeslag raadt de kasteelheer ’s avonds aan naar huis te gaan en de arbeid anderdaags voort te zetten. Die avond werkt de magister de rest van de splijtzwam in het beeld en voegt wat Pasdruppels toe. Na het terugplaatsen van het afsluitend stuk steen is er alleen nog de grein zichtbaar, ofwel de spalt in het taalgebruik van de tovenaar. De volgende morgen zat de grijsaard reeds onder het beeldhouwwerk. Hij geeft heer Bommel het advies zijn evenbeeld dagelijks te politoeren, ademen en wrijven.

Tom Poes zwerft die morgen toevallig over de heidevlakte aan de voet van de Hopheuvels.[4] Hij ziet heer Bommel aan het werk als beeldhouwer en vraagt Terpen Tijn of hij daar de hand in heeft gehad. Die is zoals gebruikelijk ongrijpbaar kritisch maar Tom Poes zegt tegen zijn beeldhouwende vriend dat zijn beeld sprekend lijkt. Heer Bommel heeft dan ook inmiddels besloten het beeld aan de gemeente Rommeldam aan te bieden met als standplaats het Stadhuisplein. Terpen Tijn heeft vastgesteld dat het beeld niet deugt en besluit het tot gruzels te gaan hakken, maar zijn plan wordt ruw verstoord door een plotselinge windhoos. Het natuurverschijnsel eindigt voor het kasteel Bommelstein, alwaar een grote hoop vuilnis zich heeft geformeerd met daar boven op het beeldhouwwerk van heer Bommel. De Markies de Canteclaer ziet zelfs het hoofdeinde van zijn Louis-Philippe-ledikant uit de vuilnisbelt steken maar raakt niet in gesprek met heer Bommel, die gebiologeerd wordt door zijn eigen beeldhouwwerk dat boven op de vuilnishoop fier overeind staat. De nieuwe locatie is trouwens handig voor het dagelijks politoeren. Na het politoeren vertrekt heer Bommel in de Oude Schicht naar de stad en laat bediende Joost de vuilnisdienst bellen. Tom Poes raakt in gesprek met Alexander Pieps, die bezig is de luchtdrukverschillen te analyseren met een pneumator.

De stadsreinigingsdienst[5] weigert bij monde van de heren Smots & Slodde de vuilnisbelt bij het kasteel te ruimen, vanwege de overschrijding van de normale kubiek. Een plotselinge windhoos lost het probleem op, welk natuurverschijnsel ook door Alexander Pieps en Tom Poes wordt waargenomen. Joost blijft vertwijfeld achter omdat ook de grasmat, perelaars en het rozenbed zijn verdwenen. Het geheel komt terecht op het Stadhuisplein, met het kunstwerk van heer Bommel erbovenop. Laatstgenoemde is juist in onderhandeling met burgemeester Dickerdack over het transport van het kunstwerk. Ambtenaar Dorknoper meldt een windhoos en aan de telefoon is professor Prlwytzkofsky, die de burgemeester informeert over een "tempeest"[6] als gevolg van ledigheid, een vacuüm. Heer Bommel gaat echter onvervaard boven op de vuilnisbelt zijn beeld politoeren, daarbij gadegeslagen door een jammerende kruidenier Grootgrut en een argwanende commissaris Bulle Bas. De telefonerende burgemeester wordt bovendien lastiggevallen door Dorknoper en Bulle Bas. De ambtenaar eerste klasse wijst op de salarisschaal van de telefonerende professor, die al twee keer is opgetrokken. De commissaris wil het storten van vuilnis in de gaten houden en bovenal Bommel, die er lol in lijkt te hebben. Heer Bommel geeft intussen op het Stadhuisplein een interview aan journalist Argus, die meer wil weten over het vuilnis en minder over het kunstwerk. De kasteelheer wil gaan logeren in het nabijgelegen hotel De Gebraden Haan, maar dat heeft vanwege de vervuiling zijn deuren al moeten sluiten. Als vervolgens commissaris Bulle Bas hem sommeert zijn standbeeld te verwijderen[7] rest heer Bommel niets anders dan uitgeblust bij het afval neer te zitten. Tom Poes komt met eveneens neerdrukkende berichten uit het avondblad. Het standbeeld van Bommel is het symbool voor de smeerlapperij in de stad. De slooppanden van de krakers hebben ernstige schade opgelopen door een windhoos. Van wetenschappelijke zijde denkt men aan een vacuüm als oorzaak. Heer Bommel besluit wederom met de Oude Schicht naar een ver land te vertrekken. Hij geeft Tom Poes nog wel informatie over de les van Terpen Tijn en de goede raad van een oude meester in de kunst, die hem alweer verloren gereedschap heeft geleend.

Heer Bommel komt onderweg aan bij hotel Schoonzicht,[8] waar hij gastvrij onthaald wordt. Hij krijgt stamppot en een frisse kamer, waar hij geen last van het stadse vuil zal hebben. De wetenschap, in de personen van Alexander Pieps en professor Prlwytzkofsky, heeft een nog heviger hoos ontdekt, die zich van Rommeldam naar het zuidwesten beweegt. Bij hotel Schoonzicht verdwijnt nu ook de Oude Schicht onder een opnieuw grotere vuilnishoop, met het Bommelstandbeeld fier erbovenop. In Rommeldam heeft de volgende ochtend commissaris Bulle Bas zijn conclusies al getrokken. Hij legt geduldig aan brigadier Snuf het plan van actie uit. De windhozen worden veroorzaakt door leegte en Bulle Bas heeft al bereids een persoon op het oog. Na een melding van de stadsreinigingsdienst en een opsporingsbevel van de burgemeester weet hij al waar hij de leegte op heterdaad zal betrappen. Heer Bommel staat inderdaad bij hotel Schoonzicht zijn beeld te politoeren, waarbij de commissaris het verband beschrijft tussen de leegte en de vuilnishoop.

Thuis leest Tom Poes zijn ochtendblad, dat meldt dat een zich grillig verplaatsende leegte de windhozen veroorzaakt. Bediende Joost komt bij hem klagen over de vreemde gebeurtenissen. Heer Olivier is verdwenen en de resten van de unieke pomfrietrozen van kasteel Bommelstein zijn aangetroffen op het Stadhuisplein. Tom Poes adviseert Joost de politie van de vermissing op de hoogte te stellen, hoewel die er wel niet veel aan zal doen. Zelf gaat hij op onderzoek uit bij Terpen Tijn, die wel heel wat uitleg geeft, die moeilijk snel is te bevatten. Zijn vriend had een naar binnen geslagen trilling, waar wervelwinden uit kwamen. Heer Bommel zit er inderdaad bij als een onbegrepen paria, bij wie de waard vergeefs komt klagen. Tom Poes vindt tegelijkertijd het hamertje en de beitel op de heuvel waar het beeldhouwwerk was ontstaan. Hij ziet de magister vervolgens in zijn glazen bol kijken, die het bericht doorgeeft dat de geest in de materie sijpelt en het leven bezig is het vlees te verlaten. Hocus Pas vraagt Tom Poes hoe hij aan de Zazel-hamer en de Iod-beitel is gekomen. In een worsteling pakt hij de instrumenten van de vinder af en Tom Poes vertrekt boos om zijn vriend te gaan zoeken.

Ambtenaar eerste klasse Dorknoper komt intussen professor Prlwytzkofsky storen op het stadslaboratorium over de vervuiling van Rommeldam en omstreken. De professor merkt kribbig op dat hij al eerder hexachloorbenzeen[9] in de drab heeft waargenomen. Maar dat heeft niets met de windhozen van doen. Ambtenaar Dorknoper is vastbesloten na een nacht doorwerken en de daaruit volgende nieuwe gemeenteverordening 908 a tot z. De hoogleraar moet én aan de milieuvervuiling én aan de windhozen gaan werken. Ook in de stad is de nieuwe verordening ten behoeve van de burgers aangeplakt. Er ontstaat het bekende commentaar en ook een verband met het grootkapitaal is snel gelegd. Tom Poes gaat op het politiebureau informatie inwinnen over zijn verdwenen vriend. Die is volgens brigadier Snuf al lang opgespoord omdat de commissaris zijn spoor reeds volgde, dat hem bracht bij Hotel Schoonzicht. De commissaris is intussen aan het bijpraten op het stadslab. De hoogleraar legt uit dat hij een ledigheidsverwijzer, vacuümindicator, wilde ontwerpen. Hij wordt echter in dit onderzoek gestoord door Dorknoper, die hem eerst een drekaanwijzer laat vervaardigen. "Men wordt zo krank in de kop!"

Tom Poes heeft inmiddels een uitgebluste heer Bommel gevonden bij het vuilnis bij hotel Schoonzicht. De twee maken ruzie waarbij Tom Poes stelt dat het beeld vernietigd moet worden. Hun gesprek wordt afgeluisterd door de hoteleigenaar, die met een moker de vuilnisbelt beklimt en het beeld bewerkt, zonder er iets vanaf te kunnen slaan. Heer Bommel is nu bereid de rekening te betalen en te vertrekken, maar de hotelier dreigt slechts met een proces. Tom Poes denkt dat deze keer Hocus Pas gewonnen heeft. Commissaris Bulle Bas is intussen voor een goed gesprek aangeschoven bij doctorandus Zielknijper. Als hij de woorden gespleten persoonlijkheid, schizofrenie, hoort als vertaling van een leeg persoon, die hij volgt, weet hij al genoeg. Het verschijnsel heeft een naam, zodat hij tot aanhouding en opsluiting kan overgaan. Hij verlaat al dank betuigend en de hand schuddend snel de kliniek. Buiten op straat raakt hij in gesprek met ambtenaar Dorknoper, die een geheel eigen visie heeft. Natuurlijk zijn er windhozen, is er Bommel, maar het vuilnis komt zo slechts tevoorschijn. Maar wie veroorzaakt die smerige troep? Bulle Bas moet de daders opsporen volgens verordening 908. Bovendien heeft de burgemeester gisteravond bedorven paling gegeten! Hij raadt Bulle Bas aan artikel 579 door te nemen, vooral g tot en met k. De commissaris komt licht ontgoocheld terug in de politiejeep bij zijn brigadier. Hij is het oneens met Dorknoper en gaat gewoon doen wat hij van plan was. Een aanhouding verrichten bij hotel Schoonzicht.

Heer Bommel was echter alweer lopend op weg naar een ver land. Hij besefte nu wel dat hij alles in zijn beeldhouwwerk heeft gelegd en zich nu vreemd leeg voelde. Commissaris Bulle Bas en brigadier Snuf komen te laat aan bij hotel Schoonzicht om heer Bommel te arresteren. Onderweg stuiten ze echter op professor Prlwytzkofsky, rijdend met een vacuümindicator en dat is precies wat ook commissaris Bulle Bas zoekt. Door achter de geleerde aan te rijden kunnen ze onderweg op vuilveroorzakers letten. En in het inwendige van de driewieler is Alexander Pieps bezig de vergiftigde paling te analyseren. De rustende heer Bommel wordt door een nieuwe wervelwind uit een hooiberg verjaagd. Onderweg komt hij Terpen Tijn tegen die hem uitlegt dat hij zijn hele gevoel in het beeld heeft gelegd en zelf hard is geworden. Hij moet de nerf zoeken! Heer Bommel valt uitgeput in een oud gebouw in slaap. Professor Prlwytzkofsky en Alexander Pieps vinden hem daar met behulp van de vacuümindicator. Ook hun volgers Bulle Bas en Snuf horen in een bunker van het Internationale Wereld Zeep Consortium een snurkende heer. Commissaris Bulle Bas en de professor gaan de fabriek binnen en laten hun assistenten Snuf en Pieps buiten in de storm achter. Commissaris Bulle Bas legt directeur Vulderik bij binnenkomst meteen het vuur na aan de schenen.[10] Een gevaarlijke leegte en afval! Buiten worden brigadier Snuf en Alexander Pieps door de windhoos de bunker van Bommel binnengeblazen. Snuf oordeelt nu, na zijn chef, dat Bommel er nu echt bij is! Hij had de opdracht de hand op de leegte te leggen dus inderdaad op heterdaad betrapt! Op dat moment wordt de bunker met alle afvalvaten en personen de lucht in geblazen. Het was de sterkste wervelstorm die ooit Rommeldam heeft getroffen. Alles en iedereen wordt neergeworpen voor het fabrieksgebouw. Ook Tom Poes komt daar terecht omdat hij zich bij hotel Schoonzicht aan het beeldhouwwerk had vastgeklampt.

Toen de wind was gaan liggen zag directeur Vulderik buiten voor zijn raam het Bommelbeeld staan. Hij herkent vanwege de instructies van het hoofdkantoor de statuur van OBB. Hij vraagt zich af welk ragfijn spel hier wordt gespeeld? Buiten het gebouw geeft professor Prlwytzkofsky uitleg bij de vaten: tolueen en hexachloor. Bulle Bas schrijft tevreden "heksengloor" op. Niet zo best in verband met de bedorven aal van de burgemeester.[11] De vervuiling is dan wel hoofdzaak maar ook tegen de veroorzaker van de wervelwinden zal hij optreden. Binnen kondigt hij vervolgens een kolossale drukker aan bij directeur Vulderik. Buiten beveelt de commissaris heer Bommel van de vuilnishoop af te komen voor een verbaaltje en een goede kliniek. Tom Poes en heer Bommel ontdekken samen de nerf op het beeldhouwwerk en de beeldhouwer slaat vervolgens eigenhandig zonder enig gereedschap het beeld aan gruzels. Terwijl Tom Poes wegsnelt om zijn eigen plan uit te gaan voeren, geeft heer Bommel zich over aan de omhoogklimmende brigadier Snuf. Tegelijkertijd verklaart hij dat hij Snuf met één machtige klap kan vernietigen. Beneden aan de vuilnishoop meldt professor Prlwytzkofsky dat Alexander Pieps heeft vastgesteld dat de luchtledigheid niet meer bestaat. Boven op de vuilnisberg vindt de hoogleraar een merkwaardig stinkende aardzwam en verkruimelend graniet.

Bulle Bas rijdt tevreden naast zijn brigadier met zijn arrestant terug naar de stad. De arrestant gaat in de kliniek op zijn ledigheid worden onderzocht en op het bureau gaat hij zelf een verbaal schrijven over de consortiumfabriek. Een dubbele vangst. Tom Poes was er met de driewieler van de twee wetenschappers vandoor gegaan en snelde naar het kantoor van de Rommeldamse Courant.[12] Vervolgens stapt hij binnen bij de burgemeester, die in een gesprek is gewikkeld met ambtenaar Dorknoper. Die wijst nogmaals op het openbaar maken van vuilnisovertredingen. Maar als Tom Poes wijst op de zeepfabriek in de bergen, waarvan de vervuiling door heer Bommel aan de kaak is gesteld, wil burgemeester Dickerdack er opeens niets meer van weten. De twee geleerden raken intussen liftend bij het laboratorium, alwaar de hoogleraar de zwam wil gaan onderzoeken. Hij analyseert een splijtzwam, die ook nog eens fotonstralen afgeeft. De radio meldt intussen ook daar dat heer Bommel door windhozen de vervuiling heeft beëindigd. Ook commissaris Bulle Bas en brigadier Snuf worden door deze radiomededeling getroffen.[13] De windhozen hebben met gif gevulde vaten aan de oppervlakte gebracht, die reeds het grondwater hadden vervuild. Nu kunnen schadevergoedingen en smartengeld worden geëist. Door een dwaling van de politie zit de held helaas opgesloten in een rusthuis. Hoewel brigadier Snuf een eind mee kan gaan met het radiobericht, vindt zijn chef het te ver gaan de politie van dwaling te beschuldigen. Bulle Bas had vanaf het begin Bommel in de gaten.

In de kliniek van doctorandus Zielknijper probeert heer Bommel nog een keer zijn keihard geworden handen uit, maar de muur van de kliniek is veel harder. De deskundige troost met de woorden dat we allemaal een harde en een zachte kant hebben. Burgemeester Dickerdack treedt nu binnen met de laatste wetenschappelijke feiten. Door een uitvinding van heer Bommel, een vreemd plantje, is de politie op een dwaalspoor gebracht. Maar de stad is hem veel dank verschuldigd. De zielkundige is echter juist het verschijnsel van een gespleten persoonlijkheid bij hem op het spoor gekomen. De burgemeester wuift het weg omdat we dat allen wel eens hebben. Hij gaat gewoon aan de raad voorstellen het standbeeld te gaan plaatsen. Hierop deelt heer Bommel mee dat hij het beeld in gruzels heeft geslagen. Ook professor Prlwytzkofsky komt binnenvallen met de mededeling dat de gevonden schizomyceet fotonstralen afgeeft. Heeft heer Bommel dat zo bedacht? De kasteelheer wil naar huis en de burgemeester biedt hem een lift aan omdat de Oude Schicht nog ergens onder het vuil ligt.

Bij kasteel Bommelstein bericht bediende Joost aan Tom Poes dat zijn werkgever mooi is besproken op de radio. Heer Bommel is nog steeds zoek, wat Tom Poes bevreemdt, omdat hij had gehoopt dat de burgemeester zou ingrijpen nadat Tom Poes de krant aan het schrijven had gekregen. Maar heer Bommel komt persoonlijk aanwandelen en meldt dat iedereen weer aardig tegen hem is. De burgemeester gaf een lift, de professor wil een glaasje drinken en Dorknoper is met artikelen bezig en Bulle Bas wil alles weten. Maar omdat hij nergens iets van weet heeft hij allen uitgenodigd voor een maaltijd. Hij wil alleen nog even met de jonge vriend bijpraten. Een diner voor acht personen, vooral voedzaam.

De volgende avond heeft de kasteelheer een eenvoudig verhaal. Een oude meester in de kunst gaf hem gereedschap dat graniet zacht kon maken. Hij had echter zijn hele ziel in het beeld gelegd, omdat zijn handen niet verkeerd stonden. Zelf was hij helemaal leeg geworden waardoor hij lucht aantrok. Zo ontstonden windhozen als hij niet bij zijn evenbeeld was. Maar Joost komt er nu aan met de kaviaar. De professor wil de rol van de schizomyceet nog bespreken en Bulle Bas wijst op de strafbaarheid van het veroorzaken van wervelwinden. Kaviaar of geen kaviaar! De burgemeester vindt de opsporing van de vervuiling echter de echte kunst. Heer Bommel legt uit dat voor het maken van kunst men hard moet worden en de nerf moet zoeken. Dan kan men in een klap tot gruzels slaan. Doddeltje vindt hem maar wat knap. Hij kan veel meer dan anderen. De professor vindt de uitleg maar onwetenschappelijk, maar doctorandus Zielknijper is wel tevreden met deze uitleg van een schizo, zoals hij vaak hoort in zijn praktijk.

Voetnoot

  1. Op de website http://kranten.kb.nl zijn veel afleveringen terug te vinden. Zoek onder historische kranten naar: 'Heer Bommel maakt volledig' pdf-formaat geeft het beste resultaat.
  2. Kampernoelje is een weinig gebruikte Nederlandse naam voor de champignon; hier wordt waarschijnlijk een andere, onbekende paddenstoel bedoeld.
  3. "Schiezomieseet" is een verwijzing naar de Schizomyceta, een groep van bacteriën, dus geen paddenstoelen.
  4. De Hopheuvels liggen ongeveer 2 km ten noorden van kasteel Bommelstein.
  5. "Stadsreinigingsdienst" is een oude naam voor "Milieudienst".
  6. een "tempeest" is een storm.
  7. De commissaris weet dat er een verordening komt tegen het storten van vuilnis.
  8. Schoonzicht ligt circa 7 km ten zuiden van de stad Stuipendrecht en 3 km ten zuiden van De Gloombergen.
  9. Hexachloorbenzeen is een stof die wordt gebruikt als een ontsmettingsmiddel en anti-bacteriemiddel.
  10. Oplettende lezers zien op stripstrook 0929 een portret van de president-directeur AWS aan de muur hangen.
  11. Hexachlorofeen wordt door commissaris Bulle Bas heksenchloorbenzeen genoemd.
  12. Tom Poes geeft bij de krant een eigen draai aan het verhaal.
  13. Brigadier Snuf vraagt zich af of je "pollutie" met een "s" schrijft.
Voorganger:
Het spijtlijden
Bommelsaga
3 april 1981 - 3 augustus 1981
Opvolger:
De aamnaak