Het wroeg-wezen

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en het wroeg-wezen (in De Volledige Werken Heer Bommel en het wroeg-wezen, in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Het wroeg-wezen) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 15 april 1952 en liep tot 5 juni van dat jaar. Thema: Belofte maakt Schuld.

Het verhaal

Tom Poes gaat met een bosje bloemen uit zijn tuin naar de verjaardag van zijn vriend. Deze keer heeft heer Bommel tegen zijn bediende Joost gezegd dat hij er een deftig feest van gaat maken. “Een feest dat hoort bij een heer van stand, zodat iedereen weer weet dan men het is, als je begrijpt wat ik bedoel.” Zodoende was iedereen die werkelijk iets betekende uitgenodigd om de verjaardag te komen vieren. Ook de markies de Canteclaer van Barneveldt was weer van de partij.[1] Een oude morsige zwerver probeert zich toegang te verschaffen tot slot Bommelstein middels een beroep op de wetten van de gastvrijheid. Hij noemt heer Bommel een ‘braller’ en wordt dientengevolge op last van de kasteelheer door Joost buiten de deur geworpen en valt boven op de bloemen die Tom Poes net geplukt heeft voor heer Ollie. Om het goed te maken geeft de zwerver Tom Poes een ring als nieuw verjaardagscadeau, dat de kasteelheer wel te denken zal geven over het wroeg-wezen. De ring zal slechts testen of hij werkelijk goed is of een voze ophakker. Wanneer de maan vol is boven de torens van Bommelstein komt hij terug.

Binnen is heer Bommel in een stevige discussie met zijn buurman. Die verwijt hem dat Jan en Alleman dit soort kastelen kan bewonen, omdat ze er nu eenmaal het geld voor hebben. Heer Bommel beaamt dat en dat is nu net het doorlopende probleem voor zijn buurman. Hij is bovendien bevreesd dat er in de nieuwbouw van Bommelstein niet eens een oud familiespook huist.[2] De discussie over het familiespook wordt plots onderbroken door een wezentje dat uit de vloer opduikt. Hij vraagt Bommel te stoppen met de opschepperij of hem de ring te geven. Terwijl de gasten verschrikt wegvluchten, begint heer Bommel een discussie met zijn onverwachte gast. Hij vertelt de kasteelheer dat de drager van de ring óf de ring moet teruggeven óf zijn grootspraak wroegen, hetgeen betekent dat hij zich aan zijn woord moet houden. Tom Poes gaat ook de discussie aan en komt niet veel meer te weten dan dat het ventje het wroeg-wezen is. Maar omdat heer Bommel zich aan zijn woord wil houden als heer zijnde mag hij de ring houden en gaat het wroeg-wezen een drukke tijd tegemoet.

Hoewel alle gasten al verdwenen zijn is heer Bommel behoorlijk ontstemd als bediende Joost meedeelt dat de burgemeester verhinderd is wegens drukke werkzaamheden. Omdat heer Bommel zich tegen Tom Poes laat ontvallen dat hij de enige is die de overbezette burgemeester kan helpen om orde op zaken te stellen in de stad, wordt hij daaraan gehouden door het wroeg-wezen. De Oude Schicht is nog in reparatie[3], maar het wroeg-wezen levert een toverwagen voor het transport naar de stad.[4] Burgemeester Dickerdack legt heer Bommel thuis uit dat alles achter loopt. De aanvragen voor huisvesting, de steunuitkering voor kunstenaars, het gemeentemonument en de afgifte van rijbewijzen. En nu is ook de hoofdklerk nog ziek. Heer Bommel wil er eerst nog een nachtje over slapen, maar het wroeg-wezen eist onmiddellijke actie. Hij laat de burgemeester de aanstellingbrief als plaatsvervangend hoofdklerk van heer Bommel tekenen, zodat de werkzaamheden die nacht nog kunnen starten. De toverwagen levert heer Bommel af bij het gemeentehuis en het wroeg-wezen verschaft hem de toegang. Heer Bommel krijgt die nacht ook nog daadwerkelijk hulp van het ventje, zodat de volgende ochtend de achterstand van de jaren 1946, 1947 en 1948 in een nachts is ingelopen. Dit tot verbazing van de ambtenaar eerste klasse Dorknoper, die juist die ochtend aan een rapport betreffende de achterstand op het stadhuis wil beginnen. Het ambtenarencorps is er niet blij mee dat de achterstanden in één nacht zijn weggewerkt. Ambtenaar Dorknoper draagt vervolgens heer Bommel op het dossier Q527 naar de burgemeester te brengen. Heer Bommel en Tom Poes vallen eerst uitgeput in slaap, maar als ze wakker worden weet heer Bommel wat hem te doen staat. Hij wil het dossier gaan zoeken maar krijgt dat door het hulpvaardige wroeg-wezen op zijn wenken gewoon aangereikt.

Inmiddels is de burgemeester al enige uren in een diepgaand gesprek met ambtenaar Flaterslager van het Departement voor Huisvesting. Als heer Bommel opduikt verwachten beide heren niet dat hij het dossier Q527 daadwerkelijk bij zich heeft. Als het tegendeel blijkt pakt de burgemeester de telefoon en ondervraagt scherp ambtenaar eerste klasse Dorknoper. Laatstgenoemde stelt dat Bommel de sfeer bederft op het gemeentehuis. Hij adviseert ziekteverlof of overplaatsing. Tot volle tevredenheid van Flaterslager wordt heer Bommel doorgeschoven naar de rijksoverheid.

Hij krijgt dossier Q527 nu ter afhandeling aangereikt, het nationale hoofdpijndossier van de woningnood. Met de opgedrongen hulp van het wroeg-wezen komt hij snel tot een inzichtelijk voorstel. Het voorstel van de kasteelheer om te beginnen bij het begin bevalt Flaterslager niet in zijn uitwerking. Het Bureau voor Huisvesting moet gebruikt gaan worden voor huisvesting. Ambtenaar Flaterslager ontslaat hierop de Rommeldammer. Geholpen door het wroeg-wezen ontslaat op zijn beurt Heer Ollie Flaterslager en gaat daarna voortvarend aan de slag. Commissaris Bulle Bas, ambtenaar Dorknoper en burgemeester Dickerdack ondervinden de gevolgen aan den lijve. De burgemeester huist in een oude schuur en de hoofdcommissaris in een onbewoonbaar verklaarde woning. Bulle Bas waarschuwt de burgemeester dat ambtenaar Bommel alle volmachten heeft, zodat de commissaris hem zelfs moet helpen bij de ontruimingen.

Op slot Bommelstein zit intussen een diep vermoeide kasteelheer. Het wroeg-wezen is redelijk tevreden, maar mist de laatste 12 woningen. Tom Poes komt hem troosten, omdat zijn vriend wel erg veel heeft gedaan. Hij stelt voor samen op reis te gaan en avonturen te gaan beleven, nadat de ring is opgegeven. Maar heer Bommel weet dat hij dan als opschepper verder door het leven moet. Maar zijn probleem is het tekort aan bouwmateriaal. Hierop komt het wroeg-wezen weer boven de vloer uit. Hij stelt dat Bommelstein genoeg bouwmateriaal heeft voor wel 20 woningen. Het wroeg-wezen en Tom Poes vinden dit offer echt te veel, maar de kasteelheer weet wat hem te doen staat. Heer Bommel belt een sloper om Bommelstein af te breken.

Het wroeg-wezen en heer Ollie maken nu ruzie wie de ring verder moet dragen. Heer Ollie bleek helemaal geen opschepper te zijn. De oude zwerver komt weer langs en Tom Poes loopt met hem mee. De scène krijgt Bijbelse trekjes. Heer Bommel verklaart zittend op de puinhopen van zijn kasteel desgevraagd dat hij alles heeft gedaan wat hij moest doen. Hij was een gezien heer en gaf een groots verjaardagsfeest. Want hij was algemeen geacht. Nu zit hij op de puinhopen omdat hij zijn woord heeft gehouden. Het wroeg-wezen valt hem bij. Ook het wroegen heeft hem niets opgeleverd. De oude grijsaard neemt nu heer Bommel een verhoor af. Maar de kasteelheer geeft gewoon toe dat alles wat hij heeft gedaan tot niets leidt.[5] Het wroeg-wezen houdt vol dat heer Bommel de ring heeft verdiend maar zelf denkt hij er anders over. Hij heeft de morsige grijsaard immers de deur gewezen. Hij vindt zichzelf niet waardig de ring te bezitten. Hierop verbreekt de grijsaard de betovering en verdwijnen de ring en het wroeg-wezen als een nachtvlinder tegen de bleke volle maan. Met een slag op de oude fundamenten herrijst Bommelstein. De grijsaard houdt het op een spiraal in de tijd.

Voor de verbaasde ogen van heer Bommel en Tom Poes nodigt bediende Joost hen uit binnen te komen. Ook de oude grijsaard mag nu aanzitten en zelfs burgemeester Dickerdack zit aan het andere hoofd van de tafel, met verder onder andere de markies, de zwerver, Tom Poes, de jarige heer en 4 onbekende dames waar we later weinig meer van gehoord hebben. En ondanks de achterstand op Huisvesting en de ziekte van een van de beste ambtenaren, brengt de burgemeester een dronk uit op de gezondheid van heer Ollie.

Voetnoot

  1. Zie de vorige verjaardag, het verhaal Mom Bakkesz.
  2. Zie voor dit thema het latere verhaal: Het spook van Bommelstein.
  3. Zie het vorige verhaal: De partenspeler.
  4. Zie het verhaal: In de tovertuin. Destijds was het vervoermiddel eigendom van tovenares Anne-Miebetje.
  5. "Toen wendde ik mij tot al mijn werken, die mijn handen gemaakt hadden, en tot den arbeid, dien ik werkende gearbeid had; ziet, het was al ijdelheid en kwelling des geestes, en daarin was geen voordeel onder de zon" Prediker 2,11
Voorganger:
De partenspeler
Bommelsaga
15 april 1952 - 5 juni 1952
Opvolger:
De Schoonschijners