Horror, de ademloze

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en Horror, de ademloze (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Horror, de ademloze)[1] is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 22 juni 1949 en liep tot 13 september van dat jaar. Het thema is de almachtige striptekenaar.

Het verhaal

Tijdens een ochtendwandeling op een mooie zomerochtend horen heer Bommel en Tom Poes een geluid in een huisje. Dat gebeurt net nu heer Ollie even genoeg zegt te hebben van avonturen en narigheid. Het gebouwtje toont een bord met de tekst: DETEKTIEF BROO WAMMES WAGGEL. Binnen vinden ze Wammes Waggel huilend boven een krant. In het beeldverhaal slaat stripheld Dick Dubbelslag, hoewel geketend aan een muur, zijn zwarte tegenstander Horror de Ademloze tegen de vlakte. Wammes vindt dat het slecht afloopt want zijn held is de zwarte Horror. Het blijkt dat Wammes Waggel de Rommelbode bewaart met daarin alle stripverhalen over Horror de Ademloze. Het gaat om Dick Dubbelslag, de hyper-atoomkrachtman met de radarogen en het televisiebrein in gevecht met de schrik van de moderne wereld: Horror de Ademloze.[2] Heer Bommel krijgt schik in de situatie en gaat de laatste stripaflevering voordragen. Als hij de zin uitspreekt: “Horror heft zijn geweer langzaam op…en..”, schiet Wammes Waggel daadwerkelijk met zijn voorlader. Heer Bommel krijgt brokstukken van de zoldering op zijn hoofd en Tom Poes beveelt angstig hangend aan de lamp het geweer op te bergen. Wammes Waggel zegt in navolging van Horror de ademloze te schieten en hij vindt dat heer Bommel voor Dick Dubbelslag speelt.

Heer Bommel keurt het gebruik van de voorlader af en probeert het detectivebureau over te nemen. Intussen hoort Wammes Waggel het geluid van de krant in zijn brievenbus en neemt de inhoud van de nieuwe krantenstrip tot zich. Heer Bommel trekt de krant uit zijn handen om de nieuwe Dubbelslag te kunnen zien. Wammes vertrekt onder het uitspreken van zijn toekomstige standaardzin: “Ik moet even weg…even mijn knijn voeren.” Heer Bommel leest dat zijn held Dick Dubbelslag een dreigbrief krijgt. Reeds duizenden die zo’n dreigbrief met zwarte vlek ontvingen, stierven een snelle dood. Tom Poes zegt: “Hm”. In het echt gebeuren zulke dingen niet maar op dat moment wordt een soortgelijke bedreiging onder de deur door geschoven richting heer Bommel. Tom Poes snelt weg om de deur te openen, maar de twee vrienden treffen slechts een zittende en verbouwereerde ondernemer aan. Het is fabrikant Homp Buldert, worstfabrikant. Hij is door een zwart stripfiguur ondersteboven gelopen, lijkend op Horror uit de krant. Maar hij komt zelf langs met een opdracht voor de detective. Een worst met 18 karaats diamanten moet bij hem thuis worden afgeleverd vanwege de verjaardag van zijn dochter. Heer Bommel besluit namens zijn medefirmant Wammes Waggel de opdracht aan te nemen, terwijl Tom Poes maar weer eens “Hm” zegt. Laatstgenoemde wil liever het spoor van Horror volgen. Homp Buldert brengt de twee vrienden in zijn auto bij zijn juwelier en neemt daar het worstvormige voorwerp, bezet met diamanten, in ontvangst. Hij verzoekt hen het kleinood de andere dag voor 12 uur af te leveren in zijn villa ’t Swijnsheufd. De twee vrienden lopen naar de halte van de postkoets en komen onderweg Wammes Waggel tegen met de laatste aflevering van Dick Dubbelslag. Tom Poes vertelt hem dat ze nu werken voor zijn detectivebureau en heer Bommel neemt de krant over. Die bevat alleen de strip, omdat de rest van het avondblad nog gedrukt moest worden. Wammes krijgt te horen van een bezorgde dreigbrief en hij concludeert tevreden dat Horror dus ook in het echt bestaat!

In de postkoets wordt heer Bommel begroet door de drie zusjes Doeselaer,[3] de gezamenlijke auteurs van de reeks Haasje Zonnebrand. Heer Bommel leest tot zijn ontzetting dat de postkoets van Dick Dubbelslag overvallen wordt. En even later wordt de postkoets daadwerkelijk overvallen door een zwart gemaskerde bandiet met voorloopgeweer. Die weet niet goed wat aan te vangen. Een passerende postbode wordt door hem beroofd van het ochtendblad en daarin leest hij over de wraak van Horror, die een bom onder de postkoets monteert. De levende Horror roept dat dit het einde van Dick Dubbelslag is. Niemand kan mij ongestraft een klap geven. De passagiers wordt opgedragen in te stappen, waarna Horror de bom monteert maar vervolgens zelf ook instapt. Intussen gaat Tom Poes als koetsier er met de postkoets vandoor. Hij probeert buiten het bereik van Horror te geraken, niet wetend dat de schurk in de koets aanwezig is. Maar de postkoets slaat uiteindelijk toch op hol en de bom ontploft.

Homp Buldert leest die ochtend vroeg de ontwikkelingen van zijn krantenstrip. Hij prijst zich gelukkig dat het slechts om een krantenstrip gaat maar op dat moment klinkt er een zware knal. Enige tellen later ligt hij op de grond in zijn eigen gang met koetsier Tom Poes bovenop hem. De vleesmagnaat kan hem precies vertellen vanuit de krantenstrip wat er is gebeurd. Met hun eigen ogen zien ze een paard lieflijk de getroffen heer Bommel likken, terwijl Horror weg rent onder het geroep van hese kreten. Heer Bommel komt naar hen toe en klaagt over het beeldverhaal afkomstig uit het zieke brein van een prullige tekenaar. De zusjes Doeselaer hangen klagend in een boom en kunnen via een door Tom Poes aangedragen ladder naar de grond afdalen. Ze vertrekken na heer Bommel een fooitje te hebben gegeven, dat hij woedend wegwerpt. Homp Buldert raapt het geldstuk op en eist tegelijkertijd zijn diamanten worst op. Heer Bommel overhandigt hem binnen in de villa het kleinood voor de eerste verjaardag van zijn dochter, terwijl Tom Poes zich over de krant ontfermt. Hierin kondigt Horror de ademloze zijn wraak aan, vermomd als een onaanzienlijk persoon. Ook heer Bommel leest het verhaal en besluit zich terug te trekken op zijn slot Bommelstein. Hij zal aldaar een Comité ter bestrijding van Prentverhaaltjes oprichten. Tom Poes noemt het liever beeldromans maar wil niet naar huis voordat ze deze geschiedenis hebben opgelost. Ook Homp Buldert smeekt om bescherming van de twee ingehuurde detectives. Op dat moment komt Wammes Waggel in de Oude Schicht de villa binnenrijden met het avondblad van de drukkerij in zijn hand. Terwijl de villabewoner de schade aan zijn muur bekijkt, leest Tom Poes in de krant over de ontvoering van Dick Dubbelslag door Horror de ademloze. Intussen zijn Wammes Waggel en heer Bommel verdwenen. Tom Poes zet in de Oude Schicht de achtervolging in. Heer Bommel zit inmiddels gebonden op een open voortratelende boerenkar, bestuurd door een koetsier met een zwarte kap.

Tom Poes zoekt die avond tevergeefs naar zijn vriend en zet de volgende ochtend zijn zoektocht voort. Hij wil in de stad Rommeldam politiecommissaris Bulle Bas inschakelen. Maar eerst hoort hij bij een krantenkiosk dat een voerman, met een ruig dier[4] op zijn kar, om de krantenstrip had gevraagd. Ook Tom Poes leest op zijn beurt met grote ogen dat Horror de ademloze Dick Dubbelslag op de spoorrails vastbindt. Hij scheurt met de Oude Schicht naar het spoorviaduct en ziet tot zijn schrik de trein van 4 uur reeds langs denderen. Van een spoorwegwerker hoort hij dat het de trein van 3:58 uur is geweest en dat de 4.01 er nog aan komt. Vlak voor de wielen van die trein weet hij heer Bommel nog net los te trekken. Maar die is van de behandeling door Horror erg depressief geworden. Bovendien is hij zijn ruitjesjas kwijtgespeeld.[5] Hij fleurt wat op als Tom Poes hem vertelt dat volgens de krantenstrip Dick Dubbelslag zichzelf heeft bevrijd, vlak voordat hij onder de trein zou geraken. Tom Poes vraagt hem waar Wammes Waggel toch is gebleven? Bovendien blijkt dat ze slechts de helft van de strip in handen hebben. Het slot is nog in handen van Horror, die ermee langs het spoor loopt te hollen. Tom Poes wil achter hem aan, maar heer Bommel weigert zonder jas verder te gaan. Wanneer Tom Poes terugkomt met de ruitjesjas uit de Oude Schicht, heeft Horror reeds een aardige voorsprong gekregen. Laatstgenoemde vlucht verder over de daken van enkele huizen en blijft ten slotte staan. Hij weet door de krant hoe hij zijn achtervolgers gaat overmeesteren. Met een fraaie lassoworp weet Horror de ademloze, de twee vrienden in zijn macht te krijgen. Hij laat ze vervolgens bungelen[6] vanaf de dakrand. Onder de woorden: “Ha, dit is het einde van Dubbelslag”, begint hij het lassotouw weer door te snijden. De twee vrienden, bungelend aan het touw, weten, op aansporing van Tom Poes, al schommelend door een raam te breken juist op het moment dat Horror het touw doorsnijdt.[7] Binnengevallen maakt Tom Poes heer Bommel los, onder de vermaning dat ze er nog goed van af zijn gekomen.

Heer Bommel wil nu echter korte metten maken. Twee dozijn bewakers inhuren en een brief aan de minister schrijven, want geld speelt geen rol. Tom Poes probeert hem te kalmeren. Er is iemand die de kranten-Horror nadoet. De enige die schuld heeft is de tekenaar! En dan blijkt dat ze juist in het werkvertrek van die striptekenaar zijn beland.[8] Zijn naam is Krastra en hij heeft moeite om elke keer het plotje rond te krijgen. Hij heeft er genoeg van en hij toont zijn laatste aflevering. Horror blaast de gashouder op, waaraan Dick Dubbelslag zit vastgebonden. Heer Bommel is eerst blij dat het is afgelopen maar heft vervolgens in wanhoop zijn armen omhoog omdat alles wat getekend en beschreven staat ook in werkelijkheid zal gebeuren. Tom Poes legt uit dat als de gashouder ontploft de hele stad Rommeldam mee in de lucht zal kunnen vliegen. Hij verscheurt schielijk de getekende strip in stukjes. De tekenaar is nu heel boos maar vertelt vervolgens wel wat er in de voorlaatste strip stond. Gashouder, lucifers, alles wachtend op de ontploffing. Tom Poes verbiedt hem hetzelfde slot aan het verhaal opnieuw te tekenen omdat hij opeens weet hoe Horror onschadelijk is te maken.

In een cafeetje bekijken Tom Poes en heer Bommel enigszins gerustgesteld de voorlaatste aflevering van het avondblad. Ook Horror leest in zijn schuilplaats wat hem te doen staat. In de Oude Schicht rijden de twee vrienden naar de getekende gashouder. Voor de tweede keer in korte tijd zegt heer Bommel dat hij de automobiel aan Tom Poes nalaat, mocht hem iets overkomen. De twee vrienden krijgen Horror de ademloze inderdaad tussen hen in. Maar hij doet een slimme stap opzij en de twee vrienden belanden botsend in een gegraven kuil en worden door de man met de zwarte kap met twee lasso’s aan de gashouder gebonden. Horror boort alvast een gaatje in de gashouder in afwachting van het ochtendblad. Heer Bommel maakt Tom Poes zware verwijten.

Terwijl Horror de ademloze vroeg in de ochtend wegrent om de ochtendkrant te halen, komt tekenaar Krastra persoonlijk met de krant naar de twee vastgebonden vrienden. Hij heeft het eind van het verhaal volgens de afspraak met Tom Poes getekend. Horror snijdt de touwen van Dick Dubbelslag door en zegt dat hij er genoeg van heeft en zijn leven zal gaan beteren. Heer Bommel is intussen naar de zwarte figuur gehold die het ochtendblad staat te lezen. Het is de bandiet die hem aan de gashouder heeft gebonden. Maar de kapdrager rukt zijn hoofddeksel af. Tot zijn ontzetting ziet heer Bommel nu voor het eerst dat Wammes Waggel al die tijd voor Horror de ademloze heeft gespeeld. De zusjes Doeselaer verschijnen weer ten tonele en redden de bange gans van de wraak van een boze beer. Vervolgens is tekenaar Krastra blij de drie zusjes te ontmoeten en hij biedt zich met succes aan als illustrator van de verhalen van Haasje Zonnebrand. Tom Poes trekt heer Bommel stilletjes mee aan zijn jas en stelt voor weg te lopen van al die onzin. Terwijl Tom Poes reeds in de Oude Schicht zit, wordt detective Bommel nog lastig gevallen door Homp Buldert met een nieuwe opdracht, die hij botweg weigert. In een half uur zijn ze terug op kasteel Bommelstein, alwaar bediende Joost spijs en drank brengt. Heer Bommel wil nooit meer iets van het afgelopen verhaal horen. Ook zal hij zich nooit meer inlaten met een detectivebureau. [9]

Achtergronden

In het voorwoord van De volledige Werken band 7 maakt Eiso Toonder melding van een ambtelijk bericht van de minister, dat op 25 oktober 1948 in de kranten was verschenen:

"De minister van Onderwijs,Kunsten en Wetenschappen doet een beroep op de directeuren der rijksscholen, gemeentebesturen en schoolbesturen om te bevorderen dat het verspreiden van z.g. beeldromans zowel op school als daarbuiten zo veel mogelijk wordt tegengegaan. Deze boekjes die een samenhangende reeks tekeningen met een begeleidende tekst bevatten zijn over het algemeen van een sensationeel karakter zonder enige andere waarde."

Marten Toonder schreef dit “Horror”-verhaal als antwoord, maar kon de ondergang van het Tom Poes Weekblad er niet mee verhinderen. In juni 1951 verdwijnt het weekblad, midden in het verhaal De ondergang van Atlantis.

Voetnoot

  1. Volledige werken drukt af: Tom Poes en Horror de Ademloze
  2. Vergelijk ook de strip Superman.
  3. Thérèse, Fidèle en Adèle
  4. Heer Bommel
  5. Volgens Seth Gaaikema in het voorwoord van de Volledige Werken is dit een ommekeer. De nieuwe ruitjesjas vanaf nummer 748 vormt nu niet langer in elke stand vierkantjes, maar volgt de omtrekken van het lijf van de drager.
  6. In de volledige Werken geeft tekenaar Marten Toonder op de middelste strook van plaatje 753 Horror alsnog van de juiste ruitjesjas.
  7. Hij doet dit onder de uitroep: "Ha! Mijn wraak is verschrikkelijk!"
  8. In De Volledige Werken verwerpt tekenaar Marten Toonder stripstrook 756. Hierin beklaagt heer Bommel zich over de gang van zaken. Tom Poes komt er via een stripstrook achter dat ze bij DE tekenaar zijn, die vervolgens zelf onder een tafel verdwijnt.
  9. Wammes Waggel speelt in deze strip een heel andere rol dan de voor hem gebruikelijke.
Voorganger:
Solfertje
Bommelsaga
22 juni 1949 - 13 september 1949
Opvolger:
De betoverde prinses