Joris Goedbloed

Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Joris Goedbloed is een stripfiguur in het werk van Marten Toonder. Hij komt voor het eerst voor in het eerste verhaal van de strip Panda, Panda en de meesterdief, uit 1946 en wordt na enige jaren in die serie de vaste tegenspeler van het hoofdpersonage. In 1947 verschijnt hij ook in het Bommelverhaal De talisman.[1] Uiteindelijk zal hij in vijf Bommelverhalen optreden (het verhaal Het wegwerk meegerekend).

Goedbloed is een vos. Zijn naam en de daarvan afgeleide betekenis in de zin van 'goedaardig of zachtaardig persoon' staat symbool voor zijn karakter, want in werkelijkheid is Goedbloed een meesteroplichter. Hij weet precies hoe het geld 'verdiend' moet worden, maar het zit hem zelden mee. Toch komt hij ermee weg, mede doordat - in het geval van zijn optredens in de Bommelsaga - Heer Bommel zijn dankbaarste slachtoffer is. Deze heeft namelijk niet altijd door met wie hij te maken heeft en beloont hem zelfs voor 'bewezen diensten', waarbij heer Ollie er tevens niet voor terugschrikt hem uit handen van de politie te houden, zoals in De Unistand. In De toekomer heeft heer Bommel aan het eind van het verhaal de volle waarheid over Joris in handen en deelt die scherp mee aan de begriploze Tom Poes.

Goedbloed is vermaard om zijn potjeslatijn ("Per aspera ad pecunia oleo, roepen wij, latinisten, feestelijk uit, hetwelk wil zeggen, dat de ongehoorde rijkdommen ons nu in de schoot vloeien."[2]) en vermommingen.