Oloroon

Ga naar: navigatie, zoeken

Een oloroon of ruimtehevelaar, is een fictief zwaar apparaat van Kwetal dat toegang kan geven tot een ander universum. De oloroon is zo zwaar dat Kwetal het apparaat tijdens het "ipsen" ergens achterlaat, soms met onverwachte gevolgen.[1] Het andere universum dat de oloroon creëert, is niet alleen een droomwereld, maar ook het onbewuste dat een andere werkelijkheid spiegelt die in de gewone Rommeldamse wereld verdrongen wordt.

Er zijn twee verhalen in de Bommelsaga, waarin de oloroon een rol speelt: in Heer Bommel en de kwade inblazingen en in Heer Bommel en de andere wereld.

De kwade inblazingen
Laat in de herfst trekken de dwergen Coreander Hop en Kwetal naar het zuiden om te ipsen. Omdat Kwetal last heeft van zijn zware bepakking laat hij zijn "oloroon" achter bij een tuinmanshokje van het kasteel Bommelstein. Het apparaat is per ongeluk ingeschakeld. Joost vindt in het schuurtje de toegang naar een vreemde wereld, waarvandaan een warm zonlicht naar binnen schijnt en hij uitkijkt over een onafzienbare vlakte met vreemde gewassen.
De andere wereld
Breinbaas Kwetal loopt al voor het twaalfde jaar te slepen met zijn oloroon, een ruimtehevelaar, die niet goed werkt en drie dagen achter loopt. Op aanraden van Lut Lierelij, een ander lid van het Kleine Volkje, gooit hij het apparaat in het Zompzwin in de Zwarte Bergen (ook wel genaamd het Zwarte Water), ongeveer 40km ten oosten van Rommeldam. De oloroon verdwijnt in het Zompzwin waardoor er een mist ontstaat met daarachter een onbekende wereld, die drie dagen voorloopt.