Solfertje

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en Solfertje (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot Solfertje) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 9 maart 1949 liep tot 21 juni van dat jaar. Thema: De ontdekking van anorganisch leven op kasteel Bommelstein.

Het verhaal

Heer Ollie neemt Tom Poes mee op ontdekkingsreis in de afgesloten oostelijke vleugel van zijn slot Bommelstein. In de ridderzaal ontsluit heer Bommel per ongeluk een geheime deur. Ze dalen verder af naar beneden en Tom Poes waarschuwt voor rondvliegende vleermuizen, die niet voor spoken moeten worden gehouden.[1] Bij een kelderdeur aangekomen is heer Bommel niet in staat om die te openen, ondanks duwen en een keiharde trap. Tom Poes ontdekt dat de deur simpel naar buiten open gaat en ze belanden in een oude alchimistenwerkplaats. Tom Poes legt uit wat eeuwen geleden de bedoeling van de alchemist in het kasteel moet zijn geweest: Goud maken en de steen der wijzen ontdekken.[2] Ze zien oude boeken, retorten, vijzels, flessen en een opgezette krokodil aan de zoldering. Heer Bommel houdt het op een eethuisje oude stijl.

Tom Poes probeert heer Bommel uit te leggen wat ze allemaal zo al kunnen aantreffen in deze kelder. Maar zijn vriend denkt dat je ten slotte alleen maar een atoombom vindt tijdens de zoektocht naar goud en de steen der wijzen. Bovendien heeft ook nog nooit iemand goud gemaakt.[3] Tom Poes geeft toe dat goud maken de alchemisten niet is gelukt, maar ze hebben wel andere uitvindingen gedaan. Heer Ollie vindt dat zijn vriend te veel leest en hij slaat per ongeluk tegen een stapel boeken. Eén daarvan slingert hij richting Tom Poes, die het boek nieuwsgierig open slaat en hardop gaat lezen. De schrijver zegt dat hij erin geslaagd is om een soort kunstmatig leven samen te stellen uit vijf delen solfer, drie delen knoezel en één deel hypolijn. Die heeft hij onder druk gezet, afgekoeld en in een fles gedaan met de letter "S". Volgens de instructies uit het boek mag de fles alleen in een luchtledige ruimte worden geopend, want hypolijn en zuurstof geven een ontploffing. Heer Bommel heeft er nu genoeg van en heeft zin in koffie. Hij struikelt echter over een grote fles en maakt een lelijke buiteling. Nadat Tom Poes hem heeft gevraagd of er soms een “S” op de fles staat, gooit de toch al getergde kasteelheer de grote fles kapot tegen een muur. Er volgt een geweldige ontploffing en heer Bommel belandt boven op Tom Poes, die verbaasd naar een hoek van het vertrek wijst. Want daar zit iemand en Tom Poes denkt dat het uit de fles tevoorschijn is gekomen.

Heer Ollie is wel vertederd door het ventje met vreemde haren en een grote mond en Tom Poes is het dit keer met hem eens. Het ventje kan zelfs al “ta-ta” nazeggen. Heer Bommel neemt nu energiek de leiding en neemt het huilende ventje op zijn arm mee naar boven om het pap te eten te geven. Tom Poes stelt desgevraagd voor hem Solfertje te noemen. Het huilen stopt omdat het kereltje met smaak op de pijp van zijn stiefvader gaat kauwen. Maar de griesmeelpap van bediende Joost drukt Solfertje kraaiend tegen het hoofd van heer Bommel. Ook het dekentje dat op advies van Joost hem wordt omgeslagen, begint het ventje op te eten. Vervolgens verdwijnt het horloge van heer Bommel, afkomstig van zijn oudoom Zebedeus, in zijn slokdarm. Van de babykleertjes, die in dozen worden aangedragen door bediende Joost, wil het ventje ook niets weten. Uiteindelijk wordt een geneesheer ontboden, die onmiddellijk zijn lorgnet opgepeuzeld ziet worden. De opnieuw opgediende pap wordt nu bij de dokter in het gezicht gedrukt, waarna Solfertje de dokterstas gaat oppeuzelen. De geneesheer holt weg met de raad een veearts te raadplegen om dit roofdier te onderzoeken.

Bij het na bed gaan vertelt Tom Poes aan heer Bommel dat ze het wurm in de fles hadden moeten laten. Heer Bommel oordeelt dat Tom Poes niet van kinderen houdt, maar moet tot zijn schrik vaststellen dat het kereltje nu weer bezig is zijn bed en beddengoed op te eten. Tom Poes neemt hem mee naar zijn eigen logeerkamer, waar hij huilend ingesnoerd in een laken de nacht doorbrengt.[4] De andere ochtend gaan heer Bommel en Tom Poes in de Oude Schicht op weg om een medisch specialist te raadplegen. Gezeten op het achterzitje verorbert Solfertje de karakteristieke achterkap. De dienstdoend specialist Kloppers stuurt het trio door naar het ziekenhuis voor een spoedopname. De ontvangende geneesheer-directeur wil de aangeleverde werkdiagnose appendicitis zelf stellen. Onderweg terug naar huis kibbelen de twee vrienden over het achterlaten van Solfertje.

Thuisgekomen meldt bediende Joost dat het ziekenhuis heeft laten weten dat de operatie is afgelast, omdat Solfertje alle instrumenten heeft opgegeten. Heer Bommel weet nu niet wat verder aan te vangen, maar Tom Poes leest hem een advertentie voor in een huis-aan-huisblad. Een beroemde geleerde biedt zich aan heelkundige ingreepjes te verrichten op jong en oud. Gedempte Sloot 395 te Rommeldam. De portier van het ziekenhuis doet eerst moeilijk, maar wanneer het hem duidelijk wordt wie heer Bommel komt halen, is er een snelle actie. Een verpleegster komt hollend Solfertje aanreiken, die alle instrumenten opeet. Na een ritje met de ontkapte Oude Schicht belanden ze in een achterbuurt, waar ze tot hun verbazing in een carbollucht worden opgewacht door een oude bekende, professor doctor Joachim Sickbock. De beroemde geleerde komt al snel tot een verbijsterende conclusie.[5] Het kereltje is anorganisch, welke diagnose wordt gevolgd door het eten van een stuk van de witte doktersjas en het bekende Sickbock-brilletje. De geleerde gaat nu snel aan de slag door in een mortier wat pilletjes te gaan bereiden.[6] Drie pillen per dag is de instructie en over twee dagen terugkomen. De nota volgt. Bij het afscheid wil de hoogleraar het ventje zelfs kopen. Bij de rit naar huis, na het doen van enkele boodschappen in de stad, geeft Tom Poes Solfertje een paar pillen, waarna het ventje rustig in slaap valt. Tom Poes is blij dat heer Bommel nu een rustige logee heeft.

Bij het binnengaan van zijn huisje wordt Tom Poes echter alweer opgewacht door professor Sickbock. Die wil graag Solfertje overnemen. Tom Poes maakt ruzie waarop de professor hem ongemanierd vindt, maar wel begrijpt dat hij zich naar het kasteel moet begeven. Aldaar is heer Bommel verdiept in een exemplaar van het Tom Poes Weekblad. Hij laat zich door de professor uithoren over de vindplaats van Solfertje. Midden in de nacht schiet Tom Poes wakker in zijn slaap. Na het herordenen van zijn gedachten holt hij naar het kasteel, waar hij door een venster ziet dat professor Sickbock een revolver heeft getrokken en heer Bommel met zijn handen omhoog staat. De kasteelheer geleidt de hoogleraar naar de alchemistenkelder in de oostvleugel. Daar zien we na enige tijd een gebonden heer Bommel en een ijverig in oude boeken lezende hoogleraar over solfer,knoezel en hypolijn. Na enige tijd neemt professor Sickbock afscheid van de gebonden heer en zegt het alchemistenboek mee te nemen voor nadere bestudering. Op zijn terugweg komt hij Tom Poes tegen, die hij met een list verschalkt en vervolgens bij zijn vriend opsluit in de alchemistenkelder. Boven, in het kasteel, krijgt de hoogleraar van Joost Solfertje mee, na gezegd te hebben dat heer Bommel naar bed is gegaan. In de kelder is Tom Poes bezig met behulp van een oud boek een ontplofbaar mengsel te bereiden. Heer Bommel wil liever een list verzinnen. Terwijl de inhoud van een retort begint te bruisen, hollen de twee vrienden zo ver mogelijk de trap op naar de dichte deur. Er volgt een geweldige ontploffing, die ook Sickbock verrast. Hij spreekt buiten het kasteel de plotseling aan zijn voeten liggende heer Bommel en Tom Poes vermanend toe en vervolgt zijn weg met Solfertje op de arm. De twee vrienden rennen hem na, maar stuiten op de eenzaam patrouillerende commissaris Bulle Bas. Die gelooft niet dat heer Bommel een zoon heeft. Hij laat professor Sickbock gaan en neemt heer Bommel en Tom Poes mee naar het politiebureau.

Op het politiebureau dreigt heer Bommel met zijn relaties en de commissaris laat hen gaan. Even later staat heer Bommel zonder enig vooropgezet plan lawaai te trappen op de Gedempte Sloot 395, het pand van professor Sickbock. Onder het oog van boze buurtbewoners brengen twee naamloze agenten hem terug naar het politiebureau. Tom Poes blijft achter om Sickbock en zijn voordeur in de gaten te houden. Tegen de ochtend heeft hij succes als de hoogleraar even naar buiten loopt en deur open laat staan. Hij gaat op onderzoek uit maar wordt betrapt door de professor. Ook hij wordt na een gevecht afgevoerd door een anonieme politieman richting het politiebureau. Bulle Bas spreekt hem streng toe en leidt hem in de cel van heer Bommel. De twee vrienden verwijten elkaar dat ze zich gevangen hebben laten nemen, waarop heer Bommel een eigen cel wil hebben, maar Tom Poes wijst hem erop dat Bulle Bas de deur niet op slot heeft gedaan. Tom Poes zegt dat ze vrij zijn, behalve als heer Bommel alsnog een eigen cel wil hebben. Buiten gekomen geeft heer Bommel opdracht aan Tom Poes om nu eerst een list te verzinnen. Die staat klaar in de vorm van een glazenwasser met kar en ladders. Heer Bommel koopt met een aantal bankbiljetten uit zijn portefeuille de complete uitrusting en zet bovendien zelf de glazenwasserspet op zijn hoofd. Met behulp van de ladder klimt Tom Poes snel in de dakgoot van het beoogde pand, maar door het raam van de eerste etage herkent professor Sickbock heer Bommel als glazenwasser. Met hulp van een klein professoraal duwtje valt heer Bommel naar beneden in zijn eigen emmer. Tijdens het vallen vermaant de hoogleraar de nieuwbakken glazenman nog wat langer te oefenen. Op zolder komt Tom Poes na enig sluipwerk oog in oog te staan met een wel erg groot gegroeide Solfertje, die hem begroet met zijn overbekende ta-ta. Maar nadat Tom Poes hem uit zijn kooi heeft vrijgelaten, breekt hij door de vloer naar een verdieping lager. Professor Sickbock ziet nu met eigen ogen de gevolgen van de domme streek van Tom Poes. De reusachtige Solfertje werpt de hoogleraar ruw naar buiten tegen de borst van de glazenwasser Bommel, die zich juist had losgemaakt uit zijn emmer. Solfertje gaat ook naar buiten en begint her en der vuilnis op te eten. Ook de glazerwassersspullen werkt hij naar binnen. Heer Bommel heeft groot bezwaar tegen het eten van de ladder en dit keer is professor Sickbock het met hem eens. Solfertje staat op een dieet van ijzerhoudende stoffen, waar hout [7] niet in past.

Commissaris Bulle Bas ziet op zijn inspectieronde in de stad tot zijn afgrijzen een samenscholende menigte, die Solfertje aanschouwt als hij bezig is de glazenwassersspullen te verorberen. De politiechef vindt dat er Orde moet zijn. Hij blaast op zijn fluit en laat Solfertje afvoeren in een arrestantenwagen. Heer Bommel en Tom Poes gelast hij mee te komen naar zijn bureau. Aldaar moeten de twee vrienden wachten op de komst van Solfertje. Laatstgenoemde wordt inderdaad voor het politiebureau afgeleverd door brigadier Knarsters. Maar door het raam is dan al zichtbaar dat Solfertje het grootste deel van de arrestantenwagen heeft opgegeten en meester is van de situatie. Hij vervolgt zijn eigen weg met een lantarenpaal over zijn schouder. Tom Poes en heer Ollie hollen naar buiten en betrappen Solfertje bij het gedeeltelijk opeten van een huis in aanbouw. Heer Bommel wordt nu voor het eerst boos en trekt de lummel aan zijn oor. Solfertje trekt zich los en zet ook boos geworden zijn tanden in de ruitjesjas van de wegvluchtende heer Bommel. Al vrij snel scheurt de stof los en blijft Solfertje met een flard in de mond achter. Heer Bommel bereikt uitgeput zijn kasteel en draagt Joost op de behuizing te vergrendelen met het oog op Solfertje. Laatstgenoemde gaat echter eerst verhaal halen bij professor Sickbock. Tom Poes ziet hem dwars door de voordeur naar binnen lopen. Binnen gaat Solfertje de hoogleraar achterna en maakt een puinhoop van de behuizing. Tom Poes besluit nu professor Sickbock te hulp te schieten, geheel tegen zijn natuur in. Hij dreigt Solfertje met een bord pap waarna de amokmaker schielijk met een sprong uit het raam via een lantarenpaal naar buiten verdwijnt.

Tom Poes en professor Sickbock discussiëren samen nog door over de opvoeding van Solfertje. Volgens de hoogleraar is hij nu pas in het kleuterstadium. Over enige tijd zal hij zo groot zijn als een kerktoren en uitgebreide verwoestingen gaan aanrichten. Hij overhandigt Tom Poes een injectiespuit met anti-hypolijn. Heer Bommel verkeerde intussen onrustig in dromenland in zijn eigen bed. Hij wordt als in een nachtmerrie gestoord door een binnentredende Solfertje. Hij holt zijn slaapkamer uit de trap af naar beneden. Hij sluit zichzelf vrijwillig op in een ijskast in de keuken, die Joost om te ontdooien open had laten staan. Tom Poes is intussen met injectiespuit op zoek naar zijn spuitobject. Hij raakt in de stad verzeild in een caféruzie en heeft het geluk daarna op een hollende bediende Joost te stuiten. Tom Poes vraagt hem opgewonden waar hij vandaan komt, waar Solfertje is, wat hij doet in de stad en waar heer Bommel is ? Joost geeft antwoord op alle vragen zodat Tom Poes nu weet dat zijn vriend opgesloten zit in een ijskast in het kasteel.

Ter plekke is Solfertje bezig de ijskast op te eten. Tom Poes, met Joost achter hem aan lopend, probeert zijn injectiespuit in Solfertje zijn rug te spuiten, maar is kansloos. Zijn spuitobject grijpt Tom Poes met zijn linkerhand en tilt hem hoog op. Met zijn rechterhand brengt hij de spuit met anti-hypolijn naar zijn mond en eet die op. Tom Poes gilt om hulp en Joost doet een zwakke poging en gooit een krukje tegen het hoofd van Solfertje. Laatstgenoemde laat Tom Poes in verbazing los. Hij zet vervolgens de achtervolging van zijn belagers in maar lost al snel onder rookontwikkeling in het niets op. Joost en Tom Poes staan verbaasd toe te kijken. Joost heeft zorg om de toegetakelde koelkast maar Tom Poes doet snel de koelkastdeur open. Een stijve ijsmassa met daarin heer Bommel tuimelt naar buiten.[8] Op advies van Joost wordt de kasteelheer op het fornuis voorzichtig ontdooid. Joost zorgt intussen voor hete anijsmelk. Erwtensoep en hete kruiken doen de rest voor de geplaagde heer.

Heer Bommel krijgt te horen dat Solfertje weg is. Hij denkt dat dat is gebeurd omdat hij brutaal was tegen een heer en niet gehoorzaamde. Dat verdwijnen moet toch wel een les zijn voor Tom Poes, die belangstellend vraagt naar de verkoudheid van zijn vriend. Heer Bommel vindt dat hij zich heeft opgeofferd, want anders zwierf Solfertje nog over de wegen als een gevaar voor de samenleving. En toch is het jammer want hij vindt Solfertje nog steeds een alleraardigst ventje.

Voetnoot

  1. Tom Poes stelt onomwonden dat spoken niet bestaan.
  2. Zie voor meer alchemie de latere verhalen in de Bommelsaga: De loodhervormer en De vuur-salamander.
  3. Zie voor een nadere uitwerking van dit thema wederom: De loodhervormer en De zonnige kijk.
  4. Tom Poes slaapt er tevreden naast!
  5. Hij zet daartoe zijn stethoscoop op het voorhoofd van Solfertje.
  6. Ze werken sappelzuren op en geven een verhoogde werking van de ammoniakklier.
  7. Hout is een organische stof.
  8. Marten Toonder hertekent plaatje 698 uit de krantenuitgave. Destijds ging heer Bommel in zijn pyjama de koelkast in en kwam er in zijn ruitjesjas uit. In de Volledige Werken herstelt Marten Toonder de ruitjesjas weer in de pyjama.
Voorganger:
Het vibreerputje
Bommelsaga
9 maart 1949 - 21 juni 1949
Opvolger:
Horror, de ademloze