Tom Poes en de watergeest

Ga naar: navigatie, zoeken

Tom Poes en de watergeest (in boekuitgaven/spraakgebruik verkort tot De watergeest) is een verhaal uit de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Het verhaal verscheen voor het eerst op 26 april 1947 en liep tot 20 juni 1947. Thema: Chantage met een bizar angstmodel.[1]

Het verhaal

Heer Ollie en Tom Poes gaan op een mooie ochtend in het vroege voorjaar al ruziënd vissen. Tom Poes houdt wel van vis, maar niet van vissen. Heer Bommel vist juist niet om vis te gaan vangen, maar om te kunnen vissen. Hij denkt dat het verschil er in zit dat Tom Poes geen heer is! En dat is iets dat Tom Poes nu weer niet begrijpt.

Heer Bommel wijst een moeras aan, vol met kikkers, bloedzuigers en muskieten, een ideaal viswater. Na het uitwerpen van zijn hengel wordt hij op de schouder getikt door een heerschap dat hem waarschuwt. Hij stelt zich voor als amfibioloog Kwakernat en waarschuwt voor de watergeest, die in het moeras woont. Heer Bommel holt na enige uitleg gillend weg. Hij hoorde het gekwaak van een Rana esculenta.

Terug op het kasteel komt burgemeester Dickerdack de vrienden discreet om hulp vragen in verband met een ontvangen dreigbrief van de watergeest, die tekent onder de naam Aqua Spiritus. Laatstgenoemde eist een visverbod voor het moeras en 10.000 gouden dukaten. Anders zal hij de burgemeester in een kikvors veranderen. Met dit belachelijke dreigement kan de burgemeester niet naar de politie stappen. Heer Bommel biedt zijn hulp aan en gaat gewapend met sabel, revolver en geweer ’s avonds in de Oude Schicht naar het huis van de burgemeester. Maar de meereizende Tom Poes vindt brievenschrijvende watergeesten maar raar.

De twee vrienden worden door de burgemeester thuis ontvangen. Tom Poes besluit buitenshuis op onderzoek te gaan en stuit op heer Kwakernat, die zegt de sporen van de watergeest te volgen. Binnenshuis gaat de burgemeester gerustgesteld slapen, terwijl heer Bommel geeuwend de wacht houdt. Tom Poes en heer Kwakernat besluiten beiden om rond het huis te gaan sluipen. Om 12 uur, het spookuur, hoort Tom Poes binnenshuis een ijle schreeuw. In de kamer van de burgemeester treffen heer Bommel[2] en Tom Poes slechts een kikker aan. Verder is de kamer leeg. Tom Poes ziet een ladder bij het open raam staan en in de hal stelt heer Bommel commissaris Bulle Bas telefonisch op de hoogte van de gebeurtenissen in het huis van de burgemeester. Als Tom Poes beneden aan de ladder komt, wijst heer Kwakernat hem op sporen op de grond. Commissaris Bulle Bas komt aanrijden in een motorzijspan bestuurd door brigadier Snuf. Terwijl de politiechef getuige Bommel ondervraagt, komt Tom Poes aanrennen met een gevonden brief voor de commissaris afkomstig van de Watergeest. Ook Bulle Bas moet 10.000 gouden dukaten betalen. Zo niet, dan wordt hij ook veranderd in een kikvors. Brigadier Snuf meldt intussen het resultaat van zijn sporenonderzoek. Wel sporen in de richting van het huis maar niet terugwaarts. De dader is dus spoorloos. Brigadier Snuf stopt de kikker vervolgens in een leeg jampotje. Maar de commissaris zit klem. Hij heeft geen geld, de aangeboden bescherming door heer Bommel is waardeloos en zijn collega’s zullen hem uitlachen. De politieambtenaren vertrekken in hun zijspan en de twee vrienden in de Oude Schicht.

De andere avond zitten heer Bommel en Tom Poes samen gezellig te lezen op slot Bommelstein. Heer Ollie is nog steeds niet van plan de commissaris ooit nog te gaan helpen, maar op dat moment gaat de telefoon. Het is Bulle Bas die een insluiper hoort in zijn huis. Heer Bommel gaat rennend met zijn geladen pistool naar de Oude Schicht. Samen met Tom Poes rijdt hij naar het huis van de politiechef. Daar staat de voordeur open en heer Bommel gaat bibberend naar binnen. Even later komt hij gillend naar buiten en rijdt weg. Tom Poes ziet door het kelderraam de contouren van een grote kikvors. Ook bij Tom Poes schiet de schrik in zijn benen en hij holt weg van het huis. Bij een telefooncel legt hij brigadier Snuf de situatie uit. De commissaris is in gevaar. Tom Poes en de politiemacht treffen in het huis van de commissaris slechts een kikker aan.

Terug op kasteel Bommelstein treft Tom Poes een uitgebluste heer Bommel aan. Ook hij heeft een dreigbrief ontvangen. Tom Poes stelt voor een jute zak met oude kranten te vullen. Op de afgesproken plaats bij het moeras in de oude treurwilg, kunnen ze zo afwachten wie de zak komt halen. Ze stuiten op een man met een verrekijker. Het is wederom heer Kwakernat, die ook zegt een dreigbrief te hebben ontvangen en net als de commissaris niet kan betalen. Ze besluiten samen te gaan werken. Maar een hele nacht waken levert geen confrontatie op met de watergeest. Gedrieën gaan ze de volgende ochtend naar het huis van de heer Kwakernat. Daar ligt een nieuwe dreigbrief van de boze watergeest. Ze worden alle drie nu gezamenlijk bedreigd.

Onderweg komen de twee vrienden de markies De Canteclaer tegen - hier nog zonder lorgnon. Die heeft ook zo’n brief ontvangen. De markies wil zich redden met het gevraagde bedrag van 10.000 florijnen. Hij gaat de gevraagde bagatel naar het moeras brengen. Heer Bommel trekt zich terug in zijn kasteel en bewapent zelfs Tom Poes met een pistool.[3] Hij geeft bovendien bediende Joost opdracht het oude kanon gevechtsklaar te maken.[4] In een heftig onweer laat Joost vervolgens heer Kwakernat het kasteel binnen, die aan heer Bommel vertelt dat de watergeest aan zijn achterdeur rommelde. Tom Poes houdt intussen de wacht bij de klok, die bijna 12 uur slaat.

Om 12 uur hoort Tom Poes een gil van heer Kwakernat en twee gillen van heer Bommel. Hij ontdekt een openstaand raam en ruikt een vreemde lucht. Tom Poes heeft de luiken allemaal dichtgedaan en nu staat er één open en er hangt een katrol buiten. Hij begrijpt opeens hoe de zaak in elkaar steekt. Hij belt brigadier Snuf, die telefonisch toezegt over een half uur op het kasteel te zijn. Vervolgens gaat Tom Poes in het kasteel op zoek naar de watergeest maar de laatste neemt ook hem te pakken.

Op slot Bommelstein toont bediende Joost drie kikkers aan brigadier Snuf en agent Hupjes. Intussen is Tom Poes bij kennis gekomen en vertelt aan de watergeest dat hij heer Kwakernat is, die voor moerasgeest speelt. De booswicht vertelt dat hij in totaal vier Rommeldammers heeft opgesloten in zijn vier celkamertjes en dat alleen de markies hem heeft betaald. Hij stelt nu voor dat de celbewoners alsnog een schuldbekentenis tekenen. Maar brigadier Bulle Bas weigert. Heer Kwakernat besluit nu over 15 minuten de hele zaak op te blazen. Hij steekt daartoe een lont aan. Op dat moment laat brigadier Snuf een inval doen en boeit persoonlijk heer Kwakernat. Laatstgenoemde vraagt hoe de politie weet dat hij de watergeest is? Snuf incasseert voldaan deze spontane bekentenis. Wanneer heer Kwakernat snel naar buiten wil vanwege het ontploffingsgevaar, vraagt commissaris Bulle Bas nadrukkelijk om aandacht. De lont wordt uitgetrapt, heer Kwakernat gaat naar de gevangenis en heer Bommel nodigt de burgemeester en de politiecommissaris uit voor een maaltijd op slot Bommelstein.

Aan de maaltijd legt Tom Poes desgevraagd uit dat hij elke keer chloroform rook, als er iemand was verdwenen. Maar die lucht was er ook bij heer Kwakernat thuis. Bovendien leken de betoverde kikkers te veel op echte kikkers. Heer Bommel wil eerst een toost uitbrengen op de voormalig gevangenen, maar commissaris Bulle Bas wijst hem op zijn plaats. Daarom wordt er gedronken op Tom Poes.

Voetnoot

  1. In dit verhaal debuteerden de bekende verhaalfiguren burgemeester Dickerdack en de markies de Canteclaer.
  2. Heer Bommel zegt dat hij ineens wakker schrok.
  3. Een harnas in zijn kasteel lijkt de snuit van een kikker te hebben.
  4. Volgens Heer Bommel heeft Napoleon daarmee de Russen bestreden.
Voorganger:
De wonderdokter
Bommelsaga
26 april 1947 - 20 juni 1947
Opvolger:
De talisman