Toonder Studio's

Ga naar: navigatie, zoeken

Toonder Studio's is een animatie- en stripstudio opgericht door Marten Toonder. Het bedrijf richtte zich in eerste instantie op het uitbrengen van stripverhalen, maar begaf zich later ook op het gebied van reclame en tekenfilms.[1]

Geschiedenis

Toonder studio's was een voortzetting van Diana Edition. Het bedrijf was eigendom van de Joodse Oostenrijker Fritz Gottesmann, en Marten Toonder werkte er vanaf 1939. In 1941 werd Toonder vennoot omdat Gottesmann moest onderduiken. Toonder zou het bedrijf na de oorlog teruggeven, maar Gottesmann werd opgepakt en op 14 augustus 1944 naar Kamp Westerbork getransporteerd. Hij stierf op 25 februari 1945 in het concentratiekamp Mauthausen.[2]

Marten Toonder was aanvankelijk in dienst van Uitgeverij Helmond, maar werd in 1939 zelfstandig, na een door de omstandigheden gedwongen loonsverlaging. Hij vestigde zich in Amsterdam waar hij in 1941, dankzij Polygoon met animatiefilms kon gaan experimenteren. In juni 1942 werd hij compagnon van Joop Geesink. Samen begonnen ze de Toonder-Geesink productie, aan de Amsterdamse Vijzelstraat. In 1943 kondigde zich een splitsing aan, toen Geesink zich meer en meer ging toeleggen op poppenfilms, en Toonder verderging met tekenfilms.

In 1944 begon Geesink zijn eigen studio, en verhuisde Toonder naar de Nieuwezijds Voorburgwal, tegenover de kantoren van De Telegraaf, waar reeds enige jaren zijn strip Tom Poes werd uitgegeven. Zijn kantoor werd dekmantel voor een aantal verzetsorganisaties, en zijn 'Studio no 2' werd vrijwel uitsluitend gebruikt om het ondergrondse blad Metro te drukken.

Na de oorlog ging hij verder vanuit zijn woonhuis aan de Keizersgracht. Inmiddels hadden zijn vader, Marten Toonder senior, en de heer Swaan de leiding mede in handen. De Toonder studio's maakten een gestage groei door, en moesten meerdere malen een ruimer onderkomen betrekken. In 1946 vestigde het bedrijf, inmiddels formeel 'Toonder studios NV' geheten, zich aan de Reguliersdwarsstraat. In 1958 verhuisde het geheel naar de Herengracht, vervolgens in 1963 naar de Geldersekade, om ten slotte in 1967 Amsterdam te verlaten voor kasteel Nederhorst in Nederhorst den Berg. Marten Toonder had op dat moment het bedrijf reeds de rug toegekeerd, en leefde teruggetrokken in Greystones (Ierland).

Van 1947 tot 1951 bracht de studio het Tom Poes Weekblad uit. Veel medewerkers daarvan kregen later zelf bekendheid, zoals Piet Wijn, Hans G. Kresse, Han van Gelder en Børge Ring.

De onderneming was een dochterbedrijf van Toonder Group of Companies nv. Het aandeel/certificaat van aandeel van deze moedermaatschappij waren genoteerd aan de parallelmarkt van Euronext. In maart 1998 werden de certificaten van aandelen omgezet in gewone aandelen. In april 2002 is dit bedrijf failliet verklaard;[3] het dochterbedrijf was echter uit de onderneming gehaald. In maart 2010 heeft de Toonder Compagnie de Studio's aangekocht, waardoor de auteursrechten volledig in handen zijn van de erfgenamen van Marten Toonder.[4]

Howard Hughes

Begin jaren vijftig werd de Toonder-studio bezocht door Howard Hughes die op dat moment onder de schuilnaam John Howard door Nederland reisde om zaken te doen en nieuw talent te ontdekken. Hughes had de Bommelstrip in de Volkskrant zien staan, en wilde de strip in Amerikaanse kranten publiceren. Ook dacht hij aan een tekenfilm met Bommel en Tom Poes. Het materiaal dat de studio hem liet zien vond hij niets. Dat moest beter en hij zou over enkele dagen terugkomen. Toen echter De Telegraaf meldde dat een zekere mister Howard een oplichter was die zijn hotel had verlaten zonder te betalen, blies Toonder de zaak af.[bron?] Vervolgens verscheen in Nederlandse kranten een brief van Hughes waarin hij uitlegde dat hij keurig had betaald met een cheque op zijn eigen naam. Van de Amerikaanse avonturen van Bommel en Tom Poes kwam echter niets meer.

Stripverhalenseries

Animators

Striptekenaars

Marten Toonder heeft het auteursrecht, met name van de figuren Tom Poes en Olivier B. Bommel altijd zorgvuldig voor zichzelf gereserveerd. Het studiomodel van Walt Disney was daarbij het voorbeeld. De scenario's en tekeningen konden bij de dagstrips niet allemaal van Marten Toonder zelf zijn, daarvoor was de werkdruk te hoog. Toch verscheen alles onder de naam van Marten Toonder. Het is gebruikelijk dat andere tekenaars de achtergronden tekenen, maar Marten Toonder werd verweten dat hij zijn tekenaars, verantwoordelijk voor de bijzondere sfeer van de bommelstrips nooit de eer van hun werk heeft gegund. Marten Toonder ging in een vraaggesprek met Sonja Barend zover dat hij beweerde dat hij alle tekeningen van de "bommelsaga" zelf had gemaakt. Dat zette kwaad bloed bij de tekenaars.[5]

Schrijvers