Zbygniew Prlwytzkofsky

Ga naar: navigatie, zoeken
Zbygniew Prlwytzkofsky
Strippersonage
Stripreeks Bommelsaga
Introductie Het monster van Loch Ness
Kenmerken geleerde (stadsfenomenoloog), groot waarnemer
Lijst van personages uit Tom Poes
Portaal    Strip

Professor Zbygniew Prlwytzkofsky (in andere bronnen ook wel Prlwytzkofski) is een stripfiguur in de Bommelsaga, geschreven en getekend door Marten Toonder. Prlwytzkofsky doet zijn intrede in het verhaal Het monster van Loch Ness uit 1947.

Hij is een van de weinige figuren in de verhalen van Bommel die een menselijke gestalte heeft, naast Terpen Tijn, Hocus P. Pas en de Zwarte Zwadderneel.

Prlwytzkofsky is een geleerde van kennelijk Duitse of Poolse komaf, die grotendeels in pseudogermanismen spreekt, zoals met het gebruik van het lidwoord "der" in plaats van "de" en van het voltooid deelwoord "ingeladen" als hij "uitgenodigd" bedoelt. Een van zijn bekendste uitspraken is "Praw! Der hemeldonderweder". Heer Bommel noemt hij steevast "Der Boml". De meeste bewoners van Rommeldam hebben moeite zijn naam goed te onthouden; het wordt vaak iets als "Prillewiets" of "Plofski".

Zijn wetenschappelijke stijl is ongeorganiseerd en waarnemend in de zin dat alles geteld en gemeten wordt. Prlwytzkofsky heeft dan ook de functie van stadsfenomenoloog. Hoogst zelden kan een wetenschappelijke conclusie aan zijn waarnemingen verbonden worden, hoewel hij wel degelijk (in De verdwenen heer) een ontdekking heeft geclaimd, namelijk het element Prlwytzium. In hetzelfde verhaal stelt hij ook de bijbehorende antistof ter beschikking aan Tom Poes.

In De vrezelijke krakken toont hij grote daadkracht door de werkzame stof van sufkervel te isoleren en het tegengif samen te stellen. Het gaat hem echter altijd om de wetenschap en nimmer om het geldelijk gewin, zoals bij Sickbock het geval is. Prlwytzkofsky is de tegenpool van professor Sickbock. Deze heeft geen hoge dunk van hem; hij duidde Prlwytzkofsky eens aan als "die onderwijzer hier ter stede".

Sociaal gezien is hij een hork, die zijn naaste omgeving niet serieus neemt, met name zijn assistent Alexander Pieps. Door de manier waarop hij zich uitdrukt, kan eigenlijk niemand hem volgen, behalve soms Tom Poes, als die er iets praktisch bruikbaars uit weet te pikken. Bij tegenslag kan Prlwytzkofsky in grote woede ontsteken; hij vertrapt daarbij met enige regelmaat zijn hoge hoed.

In Het kukel wordt tot zijn grote woede zijn kukel gemeten en dat is min.

In latere verhalen is hij vooral stads-fenomenoloog en werkzaam op het stadslaboratorium, waar hij in opdracht van de Rommeldamse overheid opdrachten uitvoert. Zijn bekendste uitroep blijft toch wel: "Dit is alles ja gans onwetenschappelijk."