Zielknijper

Ga naar: navigatie, zoeken

Zielknijper (ook wel: zieleknijper of zielenknijper, 1862, "De Geschiedenis van Woutertje Pieterse" - Multatuli) is een laatdunkende benaming voor een psychiater.

Vermeende introductie door Marten Toonder

Het woord leek aanvankelijk zijn oorsprong te vinden in de verhalen uit de Bommelcyclus van Marten Toonder. In deze reeks figureert een zekere Drs. (later Dr.) Okke Zielknijper, een psychiater, psycholoog of pedagoog die zijn patiënten doorgaans als "gevallen" beschouwt (hij verschijnt in totaal 27 vertellingen). Hij maakt zijn opwachting in het verhaal Tom Poes en De Partenspeler, als hoofd van de voogdijraad. Aan het eind van het verhaal krijgt hij eervol ontslag en besluit zijn doctoraalscriptie te gaan schrijven. Hoewel hij een bloeiende praktijk heeft opgebouwd in de stad Rommeldam, wordt deze zachte heelmeester heel raak getypeerd door moeder Troggel uit De toekomer. Zij noemt hem "bleke flapflodder".

Multatuli

In 2008 heeft Nicoline van der Sijs echter aangetoond, dat het woord zielknijper reeds vanaf 1862 door Multatuli werd gebruikt (schertsend, voor een personage uit de Woutergeschiedenis, namelijk de dominee - iemand die zieltjes wint! - die 'bakers onwaardeerbaar gezegde' "dankie wel, juffre Pieterse, m'n koppie is omgekeerd, dat zie je wel!" tot tekst gekozen had). Zij heeft haar bevindingen gepubliceerd op de website van de Digitale Database voor de Nederlandse Letteren. Het is overigens aannemelijk dat Multatuli het woord heeft 'bedacht'. Het komt echter vaak voor, dat bij deze zogenoemde "gemunte woorden" (woorden waarvan bekend is wie ze bedacht heeft) het eenvoudiger is degene die ze verspreid heeft te achterhalen, dan de eigenlijke bedenker ervan.